Oom Luuk en tante Tine


Oom Luuk en tante Tine,

Toen ik trouwde, op 23 februari 1968, hadden we “de wereld aan cadeaus” ontvangen. Dat ging toen veelal door het rondsturen van bloknootjes naar de diverse kennissen en familieleden van beide kanten, als die vroegen wat we wilden hebben. Ik had op die bloknootjes mijn wensen geschreven, éen wens per bloknoot velletje. De mensen konden na ontvangst dan een keuze maken en het betreffende papiertje eruit scheuren en vervolgens het bloknootje weer terugsturen. Dit gebruik is in onmin geraakt. Toentertijd was het handig en werd het veel toegepast.

Oom Luuk en tante Tine, ze woonden in Bergen op Zoom, als ik het goed heb op “de Warande”. Ze hadden voor ons een pyrex schaaltje uitgekozen, schreven ze mij. Ze zouden dat die week met zijn tweeën gaan kopen. Ik stelde me hen voor hoe ze oud en krom gebogen, met hun tweeën op pad gingen en er een uitje aan hadden. Ik kende hen niet. Het waren kennissen van Thijs zijn ouders. Het waren geen echte oom en tante. Ook zo’n gewoonte om in plaats van meneer en mevrouw, bekende volwassenen “oom en tante” te noemen. In de loop van de jaren zeventig, werd langzaamaan overgegaan tot het onofficielere gebruik van alleen voornamen.

Ik heb oom Luuk en tante Tine nooit ontmoet. Mijn beeld van hen is me echter bij gebleven. Het pyrex schaaltje is nog steeds in mijn bezit en wordt nog geregeld gebruikt. Maar tegenwoordig moet ik om een andere reden nog al eens aan hen denken nl. als ik net als zij ook mijn middag of ochtend met een dergelijk activiteitje van identieke omvang weet te vullen. 

Hoe dierbaar zijn me die mensen en hoe vertrouwd.

HJR (9-4-’21)

Of ik ooit zoals het hoort, voor het schaaltje bedankt heb kan ik me niet herinneren. Ik hoop het maar. Evenmin of er ooit nog verder van enig schriftelijk contact sprake was.

Thijs woont daar nu in de buurt. Ik heb het opgezocht “Warande”. Het blijkt inderdaad te bestaan. Zag ook het “Appeltje” vlakbij op de kaart. Dat is een soort van hedendaagse uitspanning, populair bij “de Engelsen” als ze op weg naar verder of op de terugweg naar huis bij Thijs en Liesbeth langsgingen.

Ik blijf me verbazen hoe bepaalde dingen en gebeurtenissen in het geheugen blijven hangen en andere volledig verdwijnen. Vraag me af waarom dat is.

Hoe ik langzaam groot werd

We hebben het allemaal wel, van die herinneringen van toen we nog jong waren. Ze komen geregeld naar boven, tegelijk met de entourage waarin ze zich afspeelden. Laatst kon ik er eentje, al lachend aan iemand kwijt. Dat is dan extra leuk. Dat ging over die jongen die voor mij, ik was met een vriendinnetje aan de Cote d’Azur, vakantie op nam. En hoe ik daar nu nog over inzit. Ik had nl toen daar al weer een ander “vriendje”, ja, zo ging dat toen. 

Enfin,

Zie net dat @Tsiwja op twitter herinneringen op aan het halen is. Dat brengt me er nu toe iets te gaan opschrijven uit mijn rondreis door Denemarken, Zweden en Noorwegen in 1963.

Ja, je houdt het nou nog amper voor mogelijk, maar eens lang geleden stond ik in mijn eentje in Zweden aan de kant van een weg mijn duim op te steken. Ik maakte toen een rondje om het Siljan meer. Had er in Mora het huis van Selma Lagerlöv bezocht en vervolgde toen mijn weg. 

Een man stopte. Hij had twee jongens bij zich, lagere schoolleeftijd. Veel conversatie zat er niet in. Maar ja, hij nam mij mee. We bezochten een plek met een mooi uitzicht. Daar wandelden we naar toe. En daarna gingen we nog ergens eten. Zweeds eten dus. Ik liet het me allemaal welgevallen. Wat had ik anders moeten doen? 

De jongens werden daarna ergens afgeleverd. Een vrouw in de deuropening stond in de verte naar mij te kijken. De man en ik gingen verder. 

Hoe precies dat toen ging weet ik niet meer. Alleen wel dat we heel snel van elkaar scheidden. 

Hoe kwam ik daarna toen thuis? Waar verbleef ik toen? Het was een leuke dag, dat wel. Enigszins schuldig voel ik me nog altijd. Alhoewel, geen haar op mijn hoofd die daar toen al aan dacht. Onnozele hals als ik was en misschien nog altijd ben.

Liften, we deden het allemaal, althans de lui met wie ik omging. Regelmatig op en neer van Groningen naar het westen, waar mijn ouders woonden. Zo kon ik geld aan andere dingen besteden dan aan het openbaar vervoer.  Heel vaak ging ik alleen. Als we vakantie hadden, op de onmogelijkste tijden in het jaar, zoals november, maart, ook naar het buitenland. Zo ging ik in een najaar met een vriendinnetje naar Brussel en later door naar Parijs. Betreur nog altijd dat ik toen niet “de Hallen” ben gaan zien. Daar waar het echte Parijse leven zich afspeelde. 

Ook zie ik me in Engeland nog staan in het donker. Had toen net een vrachtauto verlaten toen de man “vervelend” werd, of anders toen hij probeerde te krijgen waar hij vond dat hij mogelijk recht op had. Hoe wist ik welke kant ik op moest? Hoe was ik daar überhaupt verzeild geraakt? Dat vertellen mijn herinneringen me niet. Maar wat een wonder dat ik er steeds zonder kleerscheuren van af ben gekomen. In de huidige tijd is dat moeilijk voorstelbaar.

HJR

Obstakels

8EA8E48F-AEB8-45B7-958A-CFFB5941B823Gisteren mijn avontuur wel weer gehad. Ik moest naar de bank, want bellen lukte niet. Althans, niet meer zo als ik gewend was. Ik werd er telkens doorverbonden en moest iedere keer weer tijden wachten. En dan vroegen ze me ook om in twee woorden in te spreken waarom ik bel. 

Bij de plus zou ik daar goed kunnen parkeren. In een grote parkeergarage. Nou heb ik het daar niet zo op. Als ik een gewoon plekje zou zien, had ik dat liever. Ik waagde het erop en nam de auto.

Opeens, rechts af, pats boem, daar stond ik op een afrit en voor mij een rood wit gestreepte slagboom. Die ging echter toen ik voorzichtig naderde niet omhoog. Ach, mijn hemel. Stond ik daar de voorwaartse helling proef te doen. Ik zag me echt niet in de achteruit die bochtige stijle weg weer terug nemen. Dat zou dan iemand anders voor mij moeten doen. Had ik daar mezelf mooi als obstakel opgeworpen?

Mijn hart klopte in mijn keel. Stapje voor stapje liet ik me voorzichtig zakken, wachten op dat wat komen zou. Links van me verscheen een andere auto. Kon niet zien of die net zo’n balk voor zijn autoruit had als ik. Ik deed als hem en reed voorzichtig verder. Het ging. Er gebeurde niets. Kon er gewoon onder door. Ik, de held op sokken. 

Toen moest ik de auto ergens zetten. Zo dichtbij als mogelijk om het terugvinden te vergemakkelijken. Maar dat ging niet. De bocht was veel te krap. Daarna waagde ik me toch wat verder die onderaardse ruimte in. Plek genoeg, beter er achteruit maar in. Daar stond ie. Geen letters of cijfers om te kunnen onthouden waar ik hem had neergezet. Voor de zekerheid nam ik een foto, om het mogelijke zoeken later te vergemakkelijken. 

Ja, lieve ouders, het valt voor mij ook allemaal steeds minder mee. En hoe of de kinderen het later nog zullen krijgen? Ik weet het natuurlijk niet. Wel dat ik het dit keer weer overleefd heb en nog weer een stapje heb kunnen zetten in die vaart van onze volkeren. Een zekere voldaanheid nam ik in me waar.

Het is dat ik bijna nooit meer autorij, van parkeer garages gruwel en we door de corona met allerlei restricties te maken hebben. Ik bovendien steeds slechter ter been geraak en ik toch zo nu en dan uit de voeten moet. 

– – – 

HJR (1-7-‘20)

 

Maarten

n.a.v een tweet, die voorbij kwam ging ik verder:

Nou, ik weet het. Dat is een flink eindje weg. Dan moet je eerst Bloemendaal door, daarna kan je of via Overveen naar Haarlem, maar ook links de spoorbomen over direct daar naar toe. Haarlem door, langs het station of via de Zijlweg langs de vroegere Sierkan en de schouwburg. Dan naar het Houtplein en vandaar de Wagenweg op neem ik aan, of anders dwars door de Haarlemmer hout naar Heemstede. Dan kom je direct al op de Heemsteedse dreef. 

Al heel vroeg in mijn jeugd, zocht ik vanuit Bloemendaal die route op. Ik was verliefd op Maarten. We waren met vakantie geweest op een boerderij in Enter. Achteraf gezien was het een vrij elitair groepje kinderen met dito begeleidsters. Ik was er met mijn drie jaar oudere broertje. Hij lachte me uit toen ik hem vroeg of Enter nu in Noord- of Zuid-Holland lag, daar moest ik als antwoord het mee doen.

Weinig kan ik me er verder van herinneren, zoals er zo veel is dat je van vroeger niet meer weet. Er was een lang kanaal waar we nog al eens langs liepen, het Twentekanaal neem ik nu aan. Die boerderij kan ik me voor een deel voor de geest halen. Ook onze slaapplekken op de grond. Ik wilde niet welterusten gezoend worden door de leiding. Daarop kreeg ik toen commentaar omdat ik die Maarten zelf wel wilde zoenen. Begreep de inconsequentie van mijn gedrag en nam hun constatering  in mijn verdere leven mee. Hoe oud waren we wel niet? Zeven denk ik. Hij zal iets jonger zijn geweest dan ik. Gek eigenlijk denk ik nu, dat ik dat zo maar durfde, dat zoenen. Geen idee hoe of ik daartoe kwam. Ik herinner me het wel, het ging ook een beetje stiekem. Kan niet meer bij het gevoel dat hij me toen gaf. Alleen die onrust later, eenmaal thuis, dat ik hem nog eens oh zo graag zou willen zien.

Hoe klein kun je zijn om je zo tot iemand aangetrokken te voelen. Ik maakte plannen om hem thuis op te gaan zoeken. Hij woonde op de Heemsteedsedreef. Hoe ik dat wist weet ik niet. verbaas me er ook nu over, dat ik zo’n plattegrond al wist te lezen. Eén keer zag ik hem kort even terug, op bezoek in onze laan. Weet nog wel dat ik niet wist hoe me te gedragen en uit verwarring toen maar gek deed. Ik zag hem daarna nooit meer.

Alhoewel misschien die jongen later ‘s ochtends vroeg een keer in Saalbach, ergens begin zestiger jaren…. Ik was er met Ludiek. Ik kwam net aan, hij ging bijna weg. We zaten even, ruim uit, maar naast elkaar aan een bar iets te drinken. Jacques, mijn vriendje toen had ik thuis achter gelaten. Hij had me naar de bus gebracht. Ik was er om te skiën, niet voor de jongens.

“We kennen elkaar”, zei hij, Ik reageerde amper, keek hooguit vragend, noch moe als ik was van de reis? Hij hield niet aan. Ik neem nu maar aan dat hij die Maarten was.

– – – 

HJR (10 – 06 -‘20)

Wel een beetje een sneu verhaal. Ik wist niet beter. Ik besef nu hoe ik toen “een eigen broertje zocht”. “Mijn zusje had er één, maar ik niet”. Later kwam ik ook nog met “mijn broertje Max” op de proppen. Vriendjes hadden een broertje gekregen. Die heette Max. De pianojuf vertelde ik van zijn komst. Op iedere les, moest ik vertellen hoe het met hem ging. dat werd knap lastig. Ook Mia Hemelzoet, een andere leerling werd door juffrouw Miep over Max ingelicht. Via Janna, een buurmeisje die ik in vertrouwen nam, kreeg mijn moeder het toen te horen. Zij zorgde dat mijn Max weer van het toneel verdween.

Ouderdom

ouder worden, ouder zijn.

https://www.npostart.nl/KN_1714156   betreft het Rosa Spierhuis in Laren.

Ik keek hier toevallig naar op 19 mei ‘20,  ‘s avonds laat. De week er voor, de 14-de mei was ik zelf nog naar een appartement in Bilthoven wezen kijken, daar waar de Vrij Metselaars al jaren lang een onderkomen hebben. Mijn oudste zoon woont in Bilthoven en is al jaren lid van die “beweging”.

Van het Rosa Spierhuis zijn wel vaker op tv filmpjes vertoond. Er wonen mensen die in hun achterliggende leven zich onderscheiden hebben door het uitoefenen van allerlei artistieke beroepen. Ze krijgen in dat huis op hun oude dag alle gelegenheid om hun talenten verder te blijven uitoefenen.

Zoiets is voor mij niet weggelegd, maar het laat zien hoe mensen met elkaar een sfeer kunnen bepalen, die je al of niet bevalt. Ik voel me in elk geval heel erg aangesproken door wat de mensen in het Rosa Spierhuis mij lieten zien. Om je te kunnen wenden en keren in een dergelijke omgeving, nou ja, dat zou natuurlijk geweldig zijn.

In zekere zin hoopte ik in het complex in Bilthoven iets dergelijks te zullen aantreffen. Het liet er ook zeker het één en ander zien dat me aansprak. Zou ik jonger zijn geweest en over meer geld hebben beschikt, dan zou ik de stap misschien hebben gewaagd. Nu leek het me onverstandig om te doen.

Ik zit nu al ruim 15 jaar in een woongroep in Amersfoort en eigenlijk wilde ik nog wel een andere ervaring opdoen. De woongroep functioneerde altijd al weinig inspirerend, dat is nu helemaal voor mij het geval. Maar naar Bilthoven ga ik toch niet. De flat waar ik nu in woon bevalt me goed, beleef alleen niet veel genoegen meer aan het hier met elkaar zijn. De Corona crisis zette daar onlangs ook een vooralsnog duidelijke streep onder. 

81 ben ik nu. Oud dus. Geen idee hoe lang nog en hoe precies het verdere verloop zal zijn. Ik probeer enigszins op de ontwikkeling vooruit te lopen door waar het kan maatregelen te treffen. 

Maar veel zoden zet dat niet meer aan de dijk. 

Ik ben met een levenstestament bezig. Heb net een codicil uitgeschreven. Aarzel in het nemen van beslissingen en knopen doorhakken. Ik wil graag het allemaal goed geregeld hebben, alleen kan ik niemand bereid vinden met mij mee te denken over het hoe en wat. Veel van wat ik wilde is niet mogelijk of ongewenst. En overal hangen behoorlijke prijskaartjes aan. Het ontbreekt me ook aan voldoende vertrouwen om de zorg voor mij uit handen te geven. Het verbaast mij er nu tegen aan te lopen, dat deze zaken voor oude mensen vooral zo onduidelijk en ingewikkeld zijn geregeld. Het zelfstandig je eigen zaakjes te kunnen regelen, dat houdt een keertje op. Je zou zeggen dat de kinderen het dan gaan overnemen, alleen moeten ze dat dan wel kunnen en willen doen. 

HJR (24-5-‘20)

 

Corona (17-5-‘20)

Stand van zaken

De rust lijkt weder gekeerd. De lockdown gedeeltelijk opgeheven. Morgen weer naar de kapper. 

In de winkels is het anders dan voorheen. Er werden diverse maatregelen getroffen, zoals schermen tussen de verkoper en de klant en een extra tafeltje voor de toonbank. Direct contact wordt uit de weg gegaan. Ook niet te veel klanten tegelijk in de winkel. Lukt niet altijd. Pijlen op de vloer lijken weer te zijn weggehaald. Als het te druk is loop je toch weer tegen elkaar op. Best raar, vroeger stond je daar niet bij stil, nu wil je angstvallig op anderhalve meter afstand blijven. Toch vergeet ik dat geregeld. Lastig me nieuwe gewoontes aan te leren.

Vorige week gingen de lagere scholen weer open. In het openbaar vervoer wordt met ingang van 1 juni het dragen van een mondkapje verplicht. Maar,….als je niet op reis hoeft, blijf dan thuis. Voor plezier reisjes is het moment nog niet daar.

En…..Boris Johnsen heeft Corona God zij dank overleeft en regeert nu weer zijn land.

Gelukkig hoef ik er niet vaak uit. Picnic heeft zich aan de nieuwe omstandigheden aangepast en brengt weer de boodschappen als voorheen. Probeer iedere dag mijn wandelingetje van ongeveer 1 km te doen. Leuk als ik dan ook iemand op mijn route tref voor een praatje. 

De rust lijkt weergekeerd. Met gaat er weer op uit. Maar schijn bedriegt. Het aantal doden is dan wel erg afgenomen en ook het aantal in gebruik zijnde IC bedden en nieuwe besmettingen. Op tv wordt er nog veel in verband met corona over gesproken. Er kwam wel meer ruimte voor andere onderwerpen. Het  bescherming’s  materiaal blijft een heet hangijzer. Er vinden eindeloze gesprekken plaats over gebruik, kwaliteit en zin van mondkapjes. De test vloeistof is een begeerd artikel, waar ieder land voor zich zelf aanspraak op maakt. De anderhalve meter afstand maatregel is onvoldoende duidelijk, vooral m.b.t. het aantal mensen waarin je je mag bevinden. Bekeuringen en flinke boetes kunnen worden uitgedeeld als men zich niet aan de regels houdt. Ook kan je al gauw een strafblad krijgen. De  onduidelijkheid is groot. Ook bij mij. Samenscholing is uit den boze. Maar wat precies wordt daar onder verstaan. Soms mag je wel met je drieën en soms niet. De mensen worden onrustig en komen in verweer. Festiviteiten en grote evenementen zijn voorlopig uitgesteld.

Sommigen verwachten dat het virus zich na de zomer weer in alle hevigheid manifesteert. We gaan dan een zware winter tegemoet. Kunnen de artsen en verpleegkundigen een volgende besmetting’s golf aan? En willen zij dat? Ze hebben het gevaar hier afgewend. Ze werden er ongevraagd mee opgezadeld. Natuurlijk waren er ook hier veel drama’s, maar vergeleken met toestanden in andere landen is het hier kwa ordelijkheid goed gegaan. Toch? 

Ik heb er zelf weinig echte zicht op. Mijn leven is er amper door verandert. Voor de gezinnen en vooral voor de jeugd lijkt het me een hele overgang en opgave. Inkomsten zijn weggevallen evenals hun toekomst perspectief. Zij zullen, neem ik aan op een andere manier moeten gaan leven en zich leren vermaken. Het is hun tijd die nu aangebroken lijkt.

Corona, een onzichtbare vijand. Totdat hij je te grazen neemt. 

HJR (17-5-‘20)

De Speld

Mijn Speld

De speld was ik een tijd kwijt. Onlangs weer gevonden. Nu stond mij bij dat indertijd vermeld was dat mijn nabestaanden de speld op zouden moeten sturen naar een bepaalde instantie. Men vreesde dat onbevoegden die anders zouden gaan dragen en zo zich zouden kunnen uitgeven voor gediplomeerd verpleegster.

Ik heb de stukken erbij gehaald: 

 

Mijn nabestaanden, zo staat vermeld moeten het bij mijn overlijden inleveren bij de aangewezen Geneeskundig Hoofdinspecteur van de Volksgezondheid te                     ‘s-Gravenhage.

En…mocht ie stuk zijn waar ik die dan ter reparatie naartoe zou kunnen sturen.

Eerlijk gezegd weet ik niet goed wat mij nu te doen staat. Wat deden mijn collega-leeftijdgenoten ermee. Stuurden hun familie de speld op? Wanneer stopte dat? Of wordt dat toch nog wel eens gedaan? 

Er is in de loop der jaren het nodige veranderd. Verpleegsters heten nu verpleegkundigen. De aard van hun werk is ook niet meer hetzelfde.  De Speld zal zich niet meer tot fraude lenen. 

Afgelopen januari ben ik nog bij een oud collega geweest, de laatste van het stel met wie ik nog enigszins contact had. Ik had het haar toen kunnen vragen wat zij er mee gedaan had of nog zou gaan doen. Ga haar er nu niet meer over bellen. Ze was nogal ziek toen.

Ik bewaar ‘m wel. Misschien is er een kleindochter die het leuk vind om het als klein aandenken aan Oma te bewaren? 

HJR (15-5-‘20)

Chinees koekje

17A0AEDC-B396-42E0-97BE-7AF98C379BE5

Het was in de negentiger jaren dat ik er was. Ik denk dat we  toen Boston aandeden. Aan een groepsreisje met Eric Kreytz door New-York koppelde ik nog een eigen reisje vast. Wat bezielde mij om dat te doen? Dat het goed afliep beschouw ik altijd nog als een Gods wonder. 

Ze zouden me in het hotel waar ik verbleef komen oppikken. Ik wist niet hoe laat. Kwam er na informatie aan de balie de avond er voor niet achter, evenmin die ochtend van vertrek. Totdat ik vernam dat ze al langs waren geweest, maar mij niet hadden kunnen vinden. De groep ging terug naar Nederland en ik….? Ik had geboekt nog bij NBBS. 

Daar stond ik met een boven op mijn kamer nog half open koffer en met een reeds geboekte en betaalde reis, moederziel alleen in het voor mij zo goed als onbekende New York.

Waar haalde ik de informatie vandaan waar ik heen moest? Ik hield een taxi aan, moest wat gezegd hebben over de richting die ik op wilde. Ik zal paniek hebben uitgestraald en verontwaardiging. De taxi chauffeur was aardig, maar kende de stad ook nog niet zo goed. Hij deed zijn best. 

De man ging met mij op pad, en ik met hem. Ik zal wel meer geweten hebben dan dat ik me nu er nog van herinner. Richting Canada, via Boston. We staken een rivier over en verlieten de stad.

Er was ook vast een woord bij van een reis organisatie met een bepaalde vignet. Want dat deed me op een gegeven moment iets uitroepen toen ik iets meende te herkennen. 

Wonder boven wonder, “Ik had mijn bus gevonden”. Op een parkeerterrein bij bedrijven.  Er was een Nederlands echtpaar onder de mensen met wie ik op pad zou gaan. De rest kwam overal vandaan. Een heel gemêleerde groep. Met dat echtpaar, ze kwamen uit Delft ging ik die eerste avonds uit eten. Bij een chinees. Daar kreeg ik toen voor het eerst zo’n chinees koekje met een wens erin.

Later heb ik die mensen nog een keer gebeld, ze waren op reis erg aardig geweest. Verbazing had geklonken in de stem van de vrouw, omdat ik contact met ze op nam. Ik heb het bij die keer toen maar gelaten. Ze zijn misschien wel dood nu. Ik weet niet meer hoe ze heetten. 

Maar als ik later weer zo’n koekje kreeg moest ik aan hen denken.

Ze had een zin die mij bijgebleven is en die ik later al pratend met mijn zuster nog al eens herhaalde:  “we zorgden voor onze ouders, we zorgden voor onze kinderen, maar wie zorgt er voor ons”? 

Ik had me ws. toen niet zo moeten laten afschepen.

HJR (13-5-‘20)

Reizen

Beste Denise,                                                                                                    15 april 2020

Wilde reizen. Type machine, naai machine mee, klein autootje? Wat lette me dat ik het niet of toch betrekkelijk weinig deed? Geld, energie, heimwee…. Reizen, het is een andere manier van leven. Ach, er aan geroken heb ik wel. De wereld zien. Het aureool van mensen die dat deden, het bleef me fascineren. “Je moet gewoon op pad gaan”, zei een man in de trein me eens. Ik deed het niet, of amper. Inmiddels is de honger ook verdwenen. Was het Remco Campert die het eens zei, “tegenwoordig heb ik genoeg aan de grassprieten tussen twee stoeptegels, het universum reeds vertegenwoordigend”. Of iets degelijks. Daar herkende ik me in. Ik hoef tegenwoordig niet zo ver meer. Ik heb bovendien genoeg gezien. Geniet van de reizen die anderen maken en waar ze dan over schrijven of laten zien op film.

Zo’n plein waar je dan onverwachts op komt. Het zou mij even de adem benemen. Wat een ontdekking. Iedereen die je lief hebt zou je het willen laten zien en je enthousiasme mee willen delen. Toch kan ik in werkelijkheid die dingen nooit delen. In mijn eentje ervaar ik het meestal het beste. 

Vervolgens wil ik toch wat met mijn ontdekking. Ik wil weten wie de mensen zijn die er wonen, wat ze doen en hoe ze leven en waarvan. Wat hun geschiedenis is en noem maar op. Onthouden doe ik het vervolgens niet, inmiddels al weer verder getrokken. Bewaar alleen vage herinneringen aan mijn diverse kennismakingen. De reisjes, ze gaven wat kleur aan mijn leven als onderbreking van de dagelijkse tredmolen van het toch ook prima bestaan. 

Los van al of niet noodzakelijke ontspanning kan je je beroep er van maken. Er over schrijven in boeken of artikelen in de krant, er geld aan verdienen. Kan ook een bijverschijnsel zijn aan ondernemen of zo. 

Hoe is dat bij jou? Je hebt een blog erover. Leuk om te doen, maar…. wat beoog je ermee en krijg je voldoend respons? Wil je dat? En verdien je er ook aan? Het komt op mij sympathiek, maar wel vrijblijvend over. Hoop dat je me niet al te nieuwsgierig vindt.

Groeten, Hanneke

Associerenderwijs m.b.t. Corona

9 maart 2020

Had vandaag mijn bed verschoond. Dat doe ik zo nu en dan. Maar deze keer, zat er terwijl ik bezig was dat oprukkende Corona virus in mijn achterhoofd. Hoe velen er al aan ten prooi zijn gevallen. Zouden misschien met een gewone griep ook wel overleden zijn. Velen bagataliseren het, ik niet. De maatregelen die getroffen worden, zijn niet voor niets. Het is ook de snelheid waarmee het virus zich over de wereld voortplant, waardoor het alleen met draconische maatregelen “in te dammen” valt. En …er is nog geen vaccin tegen. Als het lichaam zelf geen antistoffen weet te vormen, dan is het mogelijk met je gebeurt. 

Toen moest ik, om wat voor reden ook plotseling denken aan mijn eigen ziek zijn vroeger. En het schoot me te binnen, hoe ik vroeger zo genieten kon als ik terug gelegd werd in dat schoon opgemaakte bed. Die sensatie ervoer ik even weer. Ik verbaasde me erover en hoe gek ook dat nog zo te kunnen voelen. Het schone laken en de opgeschudde kussens, wat een welbehagen. Daar moet je dan wel even goed ziek voor zijn denk ik.

Ik geloof niet dat mijn kinderen ooit dit zo ervaren hebben. Jeroen had het dan wel later over de “deken met de knoopjes”, dat was een blauwe wollen cape door een tante van manlief indertijd voor mij gemaakt. Dat moet toen voor hem iets vergelijkbaars geweest zijn. Maar kinderen lagen later als ze ziek waren niet meer in bed, maar in de kamer op de bank. Wat hebben ze wel niet gemist, bedenk ik nu.

Ik was vaak ziek, is bekend uit overlevering. Longontsteking, midden oorontsteking, dat is waar ik weet van heb. Ik mijmerde nog een tijdje door over wat ik me nog verder kon herinneren uit die tijd. Er was nog geen antibiotica voor handen, ontstekingen aan oren en luchtwegen hadden vrij spel. Net als nu dat Corona virus. Ik sliep in het kamertje “boven de deur”. Het nacht lampje bleef aan. De KNO arts kwam zelfs langs, een ronde spiegel verankerd aan zijn hoofd. De hoestdrank stond op het planchette van de wastafel. De boterham in vierkante blokjes gesneden, met het vorkje er naast werd me op bed gebracht. Geraspte appel kreeg ik ook. Ik had mijn knutsel en gefrutsel binnen handbereik. Beneden ging het leven door, de broers ruzieden als ze voor hun huiswerk langs mijn kamer naar boven gingen. Mijn vader las voor uit de familie de Bloeme. 

Gaan we terug naar die tijd toen er geen middel tegen de diverse ziektes voorhanden was? 

Dat wat elders gebeurt kan ook hier gebeuren. Een nieuwe tijd breekt misschien wel aan. Zal het Corona zijn dat de aftocht blaast? Geert Mak heeft het er nog niet over in zijn laatste boek “Grote Verwachtingen” en hoe die tegenvielen. Niemand heeft zich op Corona voorbereid. Zal het nog kunnen gaan meevallen? Ik hoop het.

Maar het komt terug voorspelt meneer Roel Coutinho. In Italië raden ze aan de oude mensen aan hun lot over te laten en zich te richten op de jongeren met betere kansen op genezen. Het zij zo. 

Hard gelach, dat zeker. 

HJR (9-32-2020).