Electromanie

3 oktober, ‘21

Las net een artikel van Marcel Levie over de vele elektrische apparaten die wij in huis zouden hebben. Hoe energie verkwistend die zijn en hoe overbodig. Ging toen bij mezelf eens na welke ik zoal in mijn keukentje heb staan en met enige regelmaat gebruik.

Begint met mijn koffiezetapparaat, kreeg ik bij gelegenheid in negentiger jaren van oudste zoon. Gebruik hem om de drie dagen, want,….ja, ik warm mijn koude koffie op in de magnetron, (ook uit de negentiger jaren) tot die op is. Niemand hoeft mij dit na te doen. Ik proef zelf nl. geen verschil tussen oude en vers gezette koffie, dus vandaar. Verder heb ik een elektrische waterkoker voor mijn thee, instant soep, aardappelpuree e.d. Ook heb ik een broodrooster een sinaasappelpers en een staafmixer. In het keukenkastje staan de slagroomklopper, de sapcentrifuge en een een elektrisch kookapparaatje.  Maar mijn pronkstuk is: de airfryer. Heb bovendien ook nog een electrisch radiator kacheltje en een electrische oven als onderdeel van mijn gasfornuis. Oh je, dan staat er natuurlijk ook nog een ijskast, met twee diepvriesladen en zelfs nog een apart diepvries kastje met ook nog eens twee laden.

Ik kan hier goed mee uit de voeten. Als straks het gas uitvalt, zal ik me ook nog wel enigszins kunnen behelpen. Misschien zelfs wel heel goed. Ik heb bovendien de oorlog meegemaakt, dus ik weet waar ik het zo ongeveer over heb. Voel me nog zitten bij de potkachel, bezig met het poffen van bloembollen partjes op de kachel, die wel te eten waren maar allesbehalve lekker. 

Vergeleken met anderen hier te lande reuze bescheiden, en tegelijkertijd mogelijk ook goed bedeeld. Ik wil heel graag nog een dolce Gusta, vanwege de lekkere chocolademelk. Maar ja, die cupjes hè? Die zijn erg onvriendelijk voor het milieu.

Vast nog wel voor verbetering vatbaar. Zal eens kijken waar.

HJR

E-Reader

Was bij mijn zuster geweest in het hoge noorden en bijna op mijn plaats van bestemming. Ik zat in de trein. Een man kwam tegenover me zitten. Hij haalde zijn e-reader te voorschijn, net zo eentje als de mijne een Sony. Een oudje dus. De zijne had een wit hoesje, de mijne is zwart. 

Ik haalde die van mij uit mijn tas en liet hem die zien. De mijne doet het nog steeds, ook al tob ik er wel mee. Het opladen bv. van een boek blijft lastig voor me. Ook verschenen de boeken laatst niet toen ik dat wilde. Mijn lampje, weggewerkt in het scharnier van de e-reader doet het ook al jaren niet meer. Geen idee of daar nieuwe lampjes voor zouden zijn. Ik ben er nooit naar gaan informeren. Maar ik ben al met al nog altijd “wies” met het ding.

Ik attendeerde de man op het niet werkende lampje. “Heeft u enig idee of dit nog aan de praat te krijgen is”? .”Weet u misschien of daar nog lampjes  voor zouden zijn”? De Sony e-reader is al jaren uit de handel. “Zit er wel een batterij in”? vroeg hij mij. 

Nou ja, daar had ik natuurlijk geen idee van. Hij lichtte een voor mij tot dusver verborgen klepje op. Toen zag ik wat ik nooit eerder had gezien, althans niet bij mijn e-reader. Een lege plek, waarin een batterij geplaatst kan worden.

De vreugde over die ontdekking won het van de schaamte daar zelf nooit achter gekomen te zijn.

Die ochtend nog had ik in bed bij mijn zuster wat gelezen, maar door het gebrek aan goed licht had me dat veel moeite gekost, met een bedlampje in mijn ene hand balancerend en de e-reader in de andere. Was altijd zo handig met dat e-reader lampje, ook s’avonds op het balkon. Verheug me er op daar weer gebruik van te kunnen maken. Met dank aan de man in de trein.

HJR (24-7-‘21)

Een droom

Vannacht droomde ik van Aukje, ze zat tegenover Nicoline. “Oh Niek, dit is Aukje, je weet wel mijn vriendin van vroeger. Ik had haar niet verwacht, wist eigenlijk niet of zij nog leefde. Daar in dat verre Florida, ik snapte ook niks meer van haar brieven en nog minder van haar gepraat. Jany belde haar nog af en toe. Ik had daar de moed niet voor. Maar leuk dat Nicoline haar nu een keertje zag. 

Auk besteedde geen enkele aandacht aan mij en aan Nicoline al helemaal niet. Dat drong eerst niet tot mij door. Wie waren trouwens al die vrouwen om haar heen? Ik kende er geen één van. Jany, Gon, e.a. die waren er allemaal niet. Met deze lui viel evenmin te praten. Het was verwarrend en dat bleef het tot het einde toe. Ik wist eerst niet dat ik droomde. Daar kwam ik, eenmaal wakker pas later achter. 

HJR (15-6-‘21)

Tineke

Had niet kunnen bevroeden toen ik op twitter die vraag stelde, of ze die familie misschien kende, ik noemde de namen van twee kinderen en hun moeder, hoe positief toen dat antwoord zou zijn. Meerdere malen had ze (mijn twitter maatje) haar woonplaats meende ik, genoemd. Had het al veel eerder willen vragen, maar dacht het negatieve antwoord op die vraag al bij voorbaat te kennen. Nee, niet zeker natuurlijk. Daarom bleef het ook op een bepaalde manier alsmaar aan me zeuren. Tot afgelopen donderdag avond. “Nou hoor, nu vraag je het haar en ben je er van af”. 

Het is nu maandag, een paar dagen later en krijg ik het bericht van Tinekes overlijden de afgelopen avond om half zeven. Zo raar hoe ik die laatste dagen bij haar dood op afstand toen zo betrokken werd. Het bleek nl dat ze de mensen die ik noemde niet alleen kende, maar dat de moeder, Tinekes dochter, zelfs haar beste vriendin is. Dat viel niet uit te leggen en nam het maar voor kennisgeving aan. 

Voor mij betekent het dat Tien nu van haar leven afscheid nam. Dat ze nu rusten kan. Daarnaast is het mijn afscheid van haar, en van een gezamenlijk stuk leven, de plek van onze gezamenlijke jeugd, haar moeder ook, prominent padvindsters leidster, die ik me nog goed voor de geest kan halen. Ik bewaar ook mijn herinneringen aan haar van later. 

We bezochten een verschillende lagere school. We kenden elkaar van de kabouters, alhoewel ik me dat niet meer herinner. Op de middelbare school kwamen we bij elkaar. Eén jaar zaten we samen in dezelfde klas. Daar getuigt een foto van, met Anton Pieck als onze klassenleraar. Vriendinnen waren we toen niet. Een blauwe maandag woonde ze zelfs naast ons. 

“We wisten het allebei nog, zo’n dertig jaar later of zo, hoe we eens op de hoek hadden gestaan van de Kastanjelaan en de Essenlaan. Beiden met onze respectieve ouderlijke huizen in de rug. Na onze school opleiding beëindigd te hebben liepen we daar elkaar toevallig nog eens tegen het lijf. Monique was er ook bij, in de wandelwagen. “Wat ik toen zei en zij toen dacht”. Tien kwam er later mee.

We troffen elkaar een keer in Sassenheim, waar zij toen al een hele tijd woonde. Ik woonde nog in Noordwijkerhout. We bleven daarna een tijd lang intensief met elkaar omgaan. We deelden veel en hadden veel te praten. Maar op den duur konden we elkaars problematiek niet aan. We hadden beiden nog een stuk eigen weg kennelijk te gaan.

Tien was een aparte. Ze mocht er zijn, ze was er ook. Ze maakte een onuitwisbare indruk op mensen die haar ontmoetten. Haar enthousiasme, haar grote hart, haar impulsiviteit, haar energie, haar depressiviteit. Ze stuurde me de laan uit. Het was OK. Of ik het snapte? Een beetje wel. Maar jammer was het.

Deze laatste twintig jaar heb ik niet meer met haar kunnen delen. Dat ik uiteindelijk in een woongroep belande en wel in Amersfoort, heeft ze niet meer van geweten. Wel hebben we even samen nog het één en ander op dat gebied verkend. Zo kwam zij nog aandragen met het bericht dat ze in Bloemendaal met een dergelijke groep in Elswout wilden gaan starten. Of dat niet iets voor ons zou kunnen zijn. Het is er daar geloof ik niet van gekomen. Hoe het met Tineke verder ging, ik kon er slechts naar gissen. 

Ik hoorde nog wel af en toe over haar. Via Hannie, van haar een oud collega.

Ach Tien, hoe ging het je deze laatst twintig jaren? Je bleef geliefd onder de mensen, zei Je dochter. Geen Oma als andere Oma’s, maar volgens mij wel een hele bijzondere.

Tineke een vrouw om nooit te vergeten.

HJR (14 juni 2021)

Oom Luuk en tante Tine


Oom Luuk en tante Tine,

Toen ik trouwde, op 23 februari 1968, hadden we “de wereld aan cadeaus” ontvangen. Dat ging toen veelal door het rondsturen van bloknootjes naar de diverse kennissen en familieleden van beide kanten, als die vroegen wat we wilden hebben. Ik had op die bloknootjes mijn wensen geschreven, éen wens per bloknoot velletje. De mensen konden na ontvangst dan een keuze maken en het betreffende papiertje eruit scheuren en vervolgens het bloknootje weer terugsturen. Dit gebruik is in onmin geraakt. Toentertijd was het handig en werd het veel toegepast.

Oom Luuk en tante Tine, ze woonden in Bergen op Zoom, als ik het goed heb op “de Warande”. Ze hadden voor ons een pyrex schaaltje uitgekozen, schreven ze mij. Ze zouden dat die week met zijn tweeën gaan kopen. Ik stelde me hen voor hoe ze oud en krom gebogen, met hun tweeën op pad gingen en er een uitje aan hadden. Ik kende hen niet. Het waren kennissen van Thijs zijn ouders. Het waren geen echte oom en tante. Ook zo’n gewoonte om in plaats van meneer en mevrouw, bekende volwassenen “oom en tante” te noemen. In de loop van de jaren zeventig, werd langzaamaan overgegaan tot het onofficielere gebruik van alleen voornamen.

Ik heb oom Luuk en tante Tine nooit ontmoet. Mijn beeld van hen is me echter bij gebleven. Het pyrex schaaltje is nog steeds in mijn bezit en wordt nog geregeld gebruikt. Maar tegenwoordig moet ik om een andere reden nog al eens aan hen denken nl. als ik net als zij ook mijn middag of ochtend met een dergelijk activiteitje van identieke omvang weet te vullen. 

Hoe dierbaar zijn me die mensen en hoe vertrouwd.

HJR (9-4-’21)

Of ik ooit zoals het hoort, voor het schaaltje bedankt heb kan ik me niet herinneren. Ik hoop het maar. Evenmin of er ooit nog verder van enig schriftelijk contact sprake was.

Thijs woont daar nu in de buurt. Ik heb het opgezocht “Warande”. Het blijkt inderdaad te bestaan. Zag ook het “Appeltje” vlakbij op de kaart. Dat is een soort van hedendaagse uitspanning, populair bij “de Engelsen” als ze op weg naar verder of op de terugweg naar huis bij Thijs en Liesbeth langsgingen.

Ik blijf me verbazen hoe bepaalde dingen en gebeurtenissen in het geheugen blijven hangen en andere volledig verdwijnen. Vraag me af waarom dat is.

Hoe ik langzaam groot werd

We hebben het allemaal wel, van die herinneringen van toen we nog jong waren. Ze komen geregeld naar boven, tegelijk met de entourage waarin ze zich afspeelden. Laatst kon ik er eentje, al lachend aan iemand kwijt. Dat is dan extra leuk. Dat ging over die jongen die voor mij, ik was met een vriendinnetje aan de Cote d’Azur, vakantie op nam. En hoe ik daar nu nog over inzit. Ik had nl toen daar al weer een ander “vriendje”, ja, zo ging dat toen. 

Enfin,

Zie net dat @Tsiwja op twitter herinneringen op aan het halen is. Dat brengt me er nu toe iets te gaan opschrijven uit mijn rondreis door Denemarken, Zweden en Noorwegen in 1963.

Ja, je houdt het nou nog amper voor mogelijk, maar eens lang geleden stond ik in mijn eentje in Zweden aan de kant van een weg mijn duim op te steken. Ik maakte toen een rondje om het Siljan meer. Had er in Mora het huis van Selma Lagerlöv bezocht en vervolgde toen mijn weg. 

Een man stopte. Hij had twee jongens bij zich, lagere schoolleeftijd. Veel conversatie zat er niet in. Maar ja, hij nam mij mee. We bezochten een plek met een mooi uitzicht. Daar wandelden we naar toe. En daarna gingen we nog ergens eten. Zweeds eten dus. Ik liet het me allemaal welgevallen. Wat had ik anders moeten doen? 

De jongens werden daarna ergens afgeleverd. Een vrouw in de deuropening stond in de verte naar mij te kijken. De man en ik gingen verder. 

Hoe precies dat toen ging weet ik niet meer. Alleen wel dat we heel snel van elkaar scheidden. 

Hoe kwam ik daarna toen thuis? Waar verbleef ik toen? Het was een leuke dag, dat wel. Enigszins schuldig voel ik me nog altijd. Alhoewel, geen haar op mijn hoofd die daar toen al aan dacht. Onnozele hals als ik was en misschien nog altijd ben.

Liften, we deden het allemaal, althans de lui met wie ik omging. Regelmatig op en neer van Groningen naar het westen, waar mijn ouders woonden. Zo kon ik geld aan andere dingen besteden dan aan het openbaar vervoer.  Heel vaak ging ik alleen. Als we vakantie hadden, op de onmogelijkste tijden in het jaar, zoals november, maart, ook naar het buitenland. Zo ging ik in een najaar met een vriendinnetje naar Brussel en later door naar Parijs. Betreur nog altijd dat ik toen niet “de Hallen” ben gaan zien. Daar waar het echte Parijse leven zich afspeelde. 

Ook zie ik me in Engeland nog staan in het donker. Had toen net een vrachtauto verlaten toen de man “vervelend” werd, of anders toen hij probeerde te krijgen waar hij vond dat hij mogelijk recht op had. Hoe wist ik welke kant ik op moest? Hoe was ik daar überhaupt verzeild geraakt? Dat vertellen mijn herinneringen me niet. Maar wat een wonder dat ik er steeds zonder kleerscheuren van af ben gekomen. In de huidige tijd is dat moeilijk voorstelbaar.

HJR

Obstakels

8EA8E48F-AEB8-45B7-958A-CFFB5941B823Gisteren mijn avontuur wel weer gehad. Ik moest naar de bank, want bellen lukte niet. Althans, niet meer zo als ik gewend was. Ik werd er telkens doorverbonden en moest iedere keer weer tijden wachten. En dan vroegen ze me ook om in twee woorden in te spreken waarom ik bel. 

Bij de plus zou ik daar goed kunnen parkeren. In een grote parkeergarage. Nou heb ik het daar niet zo op. Als ik een gewoon plekje zou zien, had ik dat liever. Ik waagde het erop en nam de auto.

Opeens, rechts af, pats boem, daar stond ik op een afrit en voor mij een rood wit gestreepte slagboom. Die ging echter toen ik voorzichtig naderde niet omhoog. Ach, mijn hemel. Stond ik daar de voorwaartse helling proef te doen. Ik zag me echt niet in de achteruit die bochtige stijle weg weer terug nemen. Dat zou dan iemand anders voor mij moeten doen. Had ik daar mezelf mooi als obstakel opgeworpen?

Mijn hart klopte in mijn keel. Stapje voor stapje liet ik me voorzichtig zakken, wachten op dat wat komen zou. Links van me verscheen een andere auto. Kon niet zien of die net zo’n balk voor zijn autoruit had als ik. Ik deed als hem en reed voorzichtig verder. Het ging. Er gebeurde niets. Kon er gewoon onder door. Ik, de held op sokken. 

Toen moest ik de auto ergens zetten. Zo dichtbij als mogelijk om het terugvinden te vergemakkelijken. Maar dat ging niet. De bocht was veel te krap. Daarna waagde ik me toch wat verder die onderaardse ruimte in. Plek genoeg, beter er achteruit maar in. Daar stond ie. Geen letters of cijfers om te kunnen onthouden waar ik hem had neergezet. Voor de zekerheid nam ik een foto, om het mogelijke zoeken later te vergemakkelijken. 

Ja, lieve ouders, het valt voor mij ook allemaal steeds minder mee. En hoe of de kinderen het later nog zullen krijgen? Ik weet het natuurlijk niet. Wel dat ik het dit keer weer overleefd heb en nog weer een stapje heb kunnen zetten in die vaart van onze volkeren. Een zekere voldaanheid nam ik in me waar.

Het is dat ik bijna nooit meer autorij, van parkeer garages gruwel en we door de corona met allerlei restricties te maken hebben. Ik bovendien steeds slechter ter been geraak en ik toch zo nu en dan uit de voeten moet. 

– – – 

HJR (1-7-‘20)

 

Maarten

n.a.v een tweet, die voorbij kwam ging ik verder:

Nou, ik weet het. Dat is een flink eindje weg. Dan moet je eerst Bloemendaal door, daarna kan je of via Overveen naar Haarlem, maar ook links de spoorbomen over direct daar naar toe. Haarlem door, langs het station of via de Zijlweg langs de vroegere Sierkan en de schouwburg. Dan naar het Houtplein en vandaar de Wagenweg op neem ik aan, of anders dwars door de Haarlemmer hout naar Heemstede. Dan kom je direct al op de Heemsteedse dreef. 

Al heel vroeg in mijn jeugd, zocht ik vanuit Bloemendaal die route op. Ik was verliefd op Maarten. We waren met vakantie geweest op een boerderij in Enter. Achteraf gezien was het een vrij elitair groepje kinderen met dito begeleidsters. Ik was er met mijn drie jaar oudere broertje. Hij lachte me uit toen ik hem vroeg of Enter nu in Noord- of Zuid-Holland lag, daar moest ik als antwoord het mee doen.

Weinig kan ik me er verder van herinneren, zoals er zo veel is dat je van vroeger niet meer weet. Er was een lang kanaal waar we nog al eens langs liepen, het Twentekanaal neem ik nu aan. Die boerderij kan ik me voor een deel voor de geest halen. Ook onze slaapplekken op de grond. Ik wilde niet welterusten gezoend worden door de leiding. Daarop kreeg ik toen commentaar omdat ik die Maarten zelf wel wilde zoenen. Begreep de inconsequentie van mijn gedrag en nam hun constatering  in mijn verdere leven mee. Hoe oud waren we wel niet? Zeven denk ik. Hij zal iets jonger zijn geweest dan ik. Gek eigenlijk denk ik nu, dat ik dat zo maar durfde, dat zoenen. Geen idee hoe of ik daartoe kwam. Ik herinner me het wel, het ging ook een beetje stiekem. Kan niet meer bij het gevoel dat hij me toen gaf. Alleen die onrust later, eenmaal thuis, dat ik hem nog eens oh zo graag zou willen zien.

Hoe klein kun je zijn om je zo tot iemand aangetrokken te voelen. Ik maakte plannen om hem thuis op te gaan zoeken. Hij woonde op de Heemsteedsedreef. Hoe ik dat wist weet ik niet. verbaas me er ook nu over, dat ik zo’n plattegrond al wist te lezen. Eén keer zag ik hem kort even terug, op bezoek in onze laan. Weet nog wel dat ik niet wist hoe me te gedragen en uit verwarring toen maar gek deed. Ik zag hem daarna nooit meer.

Alhoewel misschien die jongen later ‘s ochtends vroeg een keer in Saalbach, ergens begin zestiger jaren…. Ik was er met Ludiek. Ik kwam net aan, hij ging bijna weg. We zaten even, ruim uit, maar naast elkaar aan een bar iets te drinken. Jacques, mijn vriendje toen had ik thuis achter gelaten. Hij had me naar de bus gebracht. Ik was er om te skiën, niet voor de jongens.

“We kennen elkaar”, zei hij, Ik reageerde amper, keek hooguit vragend, noch moe als ik was van de reis? Hij hield niet aan. Ik neem nu maar aan dat hij die Maarten was.

– – – 

HJR (10 – 06 -‘20)

Wel een beetje een sneu verhaal. Ik wist niet beter. Ik besef nu hoe ik toen “een eigen broertje zocht”. “Mijn zusje had er één, maar ik niet”. Later kwam ik ook nog met “mijn broertje Max” op de proppen. Vriendjes hadden een broertje gekregen. Die heette Max. De pianojuf vertelde ik van zijn komst. Op iedere les, moest ik vertellen hoe het met hem ging. dat werd knap lastig. Ook Mia Hemelzoet, een andere leerling werd door juffrouw Miep over Max ingelicht. Via Janna, een buurmeisje die ik in vertrouwen nam, kreeg mijn moeder het toen te horen. Zij zorgde dat mijn Max weer van het toneel verdween.

Ouderdom

ouder worden, ouder zijn.

https://www.npostart.nl/KN_1714156   betreft het Rosa Spierhuis in Laren.

Ik keek hier toevallig naar op 19 mei ‘20,  ‘s avonds laat. De week er voor, de 14-de mei was ik zelf nog naar een appartement in Bilthoven wezen kijken, daar waar de Vrij Metselaars al jaren lang een onderkomen hebben. Mijn oudste zoon woont in Bilthoven en is al jaren lid van die “beweging”.

Van het Rosa Spierhuis zijn wel vaker op tv filmpjes vertoond. Er wonen mensen die in hun achterliggende leven zich onderscheiden hebben door het uitoefenen van allerlei artistieke beroepen. Ze krijgen in dat huis op hun oude dag alle gelegenheid om hun talenten verder te blijven uitoefenen.

Zoiets is voor mij niet weggelegd, maar het laat zien hoe mensen met elkaar een sfeer kunnen bepalen, die je al of niet bevalt. Ik voel me in elk geval heel erg aangesproken door wat de mensen in het Rosa Spierhuis mij lieten zien. Om je te kunnen wenden en keren in een dergelijke omgeving, nou ja, dat zou natuurlijk geweldig zijn.

In zekere zin hoopte ik in het complex in Bilthoven iets dergelijks te zullen aantreffen. Het liet er ook zeker het één en ander zien dat me aansprak. Zou ik jonger zijn geweest en over meer geld hebben beschikt, dan zou ik de stap misschien hebben gewaagd. Nu leek het me onverstandig om te doen.

Ik zit nu al ruim 15 jaar in een woongroep in Amersfoort en eigenlijk wilde ik nog wel een andere ervaring opdoen. De woongroep functioneerde altijd al weinig inspirerend, dat is nu helemaal voor mij het geval. Maar naar Bilthoven ga ik toch niet. De flat waar ik nu in woon bevalt me goed, beleef alleen niet veel genoegen meer aan het hier met elkaar zijn. De Corona crisis zette daar onlangs ook een vooralsnog duidelijke streep onder. 

81 ben ik nu. Oud dus. Geen idee hoe lang nog en hoe precies het verdere verloop zal zijn. Ik probeer enigszins op de ontwikkeling vooruit te lopen door waar het kan maatregelen te treffen. 

Maar veel zoden zet dat niet meer aan de dijk. 

Ik ben met een levenstestament bezig. Heb net een codicil uitgeschreven. Aarzel in het nemen van beslissingen en knopen doorhakken. Ik wil graag het allemaal goed geregeld hebben, alleen kan ik niemand bereid vinden met mij mee te denken over het hoe en wat. Veel van wat ik wilde is niet mogelijk of ongewenst. En overal hangen behoorlijke prijskaartjes aan. Het ontbreekt me ook aan voldoende vertrouwen om de zorg voor mij uit handen te geven. Het verbaast mij er nu tegen aan te lopen, dat deze zaken voor oude mensen vooral zo onduidelijk en ingewikkeld zijn geregeld. Het zelfstandig je eigen zaakjes te kunnen regelen, dat houdt een keertje op. Je zou zeggen dat de kinderen het dan gaan overnemen, alleen moeten ze dat dan wel kunnen en willen doen. 

HJR (24-5-‘20)

 

Corona (17-5-‘20)

Stand van zaken

De rust lijkt weder gekeerd. De lockdown gedeeltelijk opgeheven. Morgen weer naar de kapper. 

In de winkels is het anders dan voorheen. Er werden diverse maatregelen getroffen, zoals schermen tussen de verkoper en de klant en een extra tafeltje voor de toonbank. Direct contact wordt uit de weg gegaan. Ook niet te veel klanten tegelijk in de winkel. Lukt niet altijd. Pijlen op de vloer lijken weer te zijn weggehaald. Als het te druk is loop je toch weer tegen elkaar op. Best raar, vroeger stond je daar niet bij stil, nu wil je angstvallig op anderhalve meter afstand blijven. Toch vergeet ik dat geregeld. Lastig me nieuwe gewoontes aan te leren.

Vorige week gingen de lagere scholen weer open. In het openbaar vervoer wordt met ingang van 1 juni het dragen van een mondkapje verplicht. Maar,….als je niet op reis hoeft, blijf dan thuis. Voor plezier reisjes is het moment nog niet daar.

En…..Boris Johnsen heeft Corona God zij dank overleeft en regeert nu weer zijn land.

Gelukkig hoef ik er niet vaak uit. Picnic heeft zich aan de nieuwe omstandigheden aangepast en brengt weer de boodschappen als voorheen. Probeer iedere dag mijn wandelingetje van ongeveer 1 km te doen. Leuk als ik dan ook iemand op mijn route tref voor een praatje. 

De rust lijkt weergekeerd. Met gaat er weer op uit. Maar schijn bedriegt. Het aantal doden is dan wel erg afgenomen en ook het aantal in gebruik zijnde IC bedden en nieuwe besmettingen. Op tv wordt er nog veel in verband met corona over gesproken. Er kwam wel meer ruimte voor andere onderwerpen. Het  bescherming’s  materiaal blijft een heet hangijzer. Er vinden eindeloze gesprekken plaats over gebruik, kwaliteit en zin van mondkapjes. De test vloeistof is een begeerd artikel, waar ieder land voor zich zelf aanspraak op maakt. De anderhalve meter afstand maatregel is onvoldoende duidelijk, vooral m.b.t. het aantal mensen waarin je je mag bevinden. Bekeuringen en flinke boetes kunnen worden uitgedeeld als men zich niet aan de regels houdt. Ook kan je al gauw een strafblad krijgen. De  onduidelijkheid is groot. Ook bij mij. Samenscholing is uit den boze. Maar wat precies wordt daar onder verstaan. Soms mag je wel met je drieën en soms niet. De mensen worden onrustig en komen in verweer. Festiviteiten en grote evenementen zijn voorlopig uitgesteld.

Sommigen verwachten dat het virus zich na de zomer weer in alle hevigheid manifesteert. We gaan dan een zware winter tegemoet. Kunnen de artsen en verpleegkundigen een volgende besmetting’s golf aan? En willen zij dat? Ze hebben het gevaar hier afgewend. Ze werden er ongevraagd mee opgezadeld. Natuurlijk waren er ook hier veel drama’s, maar vergeleken met toestanden in andere landen is het hier kwa ordelijkheid goed gegaan. Toch? 

Ik heb er zelf weinig echte zicht op. Mijn leven is er amper door verandert. Voor de gezinnen en vooral voor de jeugd lijkt het me een hele overgang en opgave. Inkomsten zijn weggevallen evenals hun toekomst perspectief. Zij zullen, neem ik aan op een andere manier moeten gaan leven en zich leren vermaken. Het is hun tijd die nu aangebroken lijkt.

Corona, een onzichtbare vijand. Totdat hij je te grazen neemt. 

HJR (17-5-‘20)