Mijn haarborstel

Mijn haarborstel

Kocht hem in de Breestraat. We woonden toen even in Leiden. Dat was in 1970/1971. De borstel gebruik ik nog steeds. Zie nu dat ie wat vuil is en dat ik hem even weer door de ammonia moet halen. Of er andere mensen zijn die dat ook zo doen weet ik niet. Mijn moeder deed dat al zo.
Het is dus de fijnste haar borstel die ik sindsdien had. Andere kunnen er in de verste verte niet aan tippen. Meestal zijn ze tegenwoordig van plastic. De mijne is van riet of touw, eigenlijk geen idee. Dat pakt mijn haar lekker beet. Ik wil al lang niet meer dat anderen met mijn borstel hun haar doen. Ik wil nl dat hij tot mijn eind nog mee gaat. Daarna mogen ze hem weggooien.

 

Het winkeltje in Leiden bleef nog een tijd lang bestaan. Zeker 10 jaar. Ik was er in de buurt blijven wonen, dus af en toe kwam ik er nog wel. Of ze er nog andere dingen verkochten of deden, ik herinner me alleen vaag die man die er stond. De borstels lagen in de étalage.
Ik heb er later nog één gekocht. Voor mijn dochter. Voor als ze naar het zwembad ging. Binnen de kortst mogelijke tijd raakte ze die kwijt. Gepikt door iemand denk ik. Ja, een fijne haarborstel is goud waard.
Het is er niet meer van gekomen nog een exemplaar aan te schaffen. Wist ook niet toen dat ze er uit zouden gaan en niet meer te koop.

HJR (31-3-‘18)

Voor een goede nieuwe haarborstel moet ik zijn bij: “Mason &Pearson” in Londen.  Wie weet.

Over Indië en zo…

Afbeelding

Het is raar hoe het verleden opgeslagen ligt in herinneringen. Ontzettend weinig beelden zijn er van. Wat er tussen die beelden ligt, lijk ik kwijt. Gelukkig dat er nog foto’s zijn, anders zou ik er nu nog veel minder van weten.
Ik moet denken aan een leraar die ik had. Met een zoon kreeg ik recent contact op facebook. Ik stuurde hem twee foto’s , waar zijn vader nog op staat. Als antwoord een titel van een boek over zijn vader, geschreven door zijn broer, of zoals later blijkt over vader en zoon, over hoe die elkaar zoeken en ….uiteindelijk toch vinden.

Ik wist helemaal niet dat meneer Sayes een Indië verleden had. Niet dat dat voor mij van belang was, want er werd verder toch nooit over gesproken. Het betekent hooguit een gevoelsmatige scheidslijn tussen groepen mensen. Ze hadden iets anders meegemaakt dan wij. Wat gold was wat we op dat moment deelden. Kende ik Oeroeg al en had ik al iets uit de Max Havelaar toen gelezen? Saïdja en Adinda misschien? of Orpheus in de dessa? Zal het zeker toen niet hebben kunnen plaatsen. Geen idee ook meer welke boeken ik voor mijn eindexamen op mijn lijst had staan.

Langzaam druppelden berichten over Indië toen, later mijn bewustzijn binnen. Maar pas als ik heel veel ouder ben. Op een gegeven moment dacht ik ook wel alles van daar, maar ook van “over de oorlog hier” te weten, tot blijkt dat verhalen uit het verleden onuitputtelijk zijn. Er zijn er net zo veel als dat er mensen zijn of waren.

Zal het boek over mijn leraar zeker gaan kopen en lezen. Ik moet hem alleen eerst nog even verder opdiepen uit mijn herinnering en ruimte maken om hem met drie jaar Burma spoorweg toe te kunnen laten “in mijn leven”.

802BB0D0-A60E-4270-B209-3A4D5486EEA3

Met onze wiskunde leraar Sayes. Eindexamen klas 1956 (HBS b)

2FD3E99F-A920-4783-AD06-7151F91713C5

Werkweek Kootwijk 1956

HJR (19-2-‘18)

Vervolg  (4- 3-‘18)

Inmiddels ben ik een eind op weg in het boek over de familie Sayes, in het boek heten ze anders.  Ik lees het in een eigen volgorde. Met de “spoorweg” wacht ik nog even. Het staat het verst van mij af en lijkt mij het gruwelijkst om te lezen. Ik vind dat zoon Adriaan het allemaal goed beschrijft.

De kampen liggen nu achter hen, ze zijn door het Suez kanaal gegaan. Hun leven in Nederland zal gaan beginnen. Wat een overgang zal dat zijn.
Wie had kunnen bevroeden dat ik ooit zo me in het leven van mijn wiskunde leraar zou gaan verdiepen? Zonder facebook zou ik ook nooit meer aan die familie hebben gedacht. Verbaas me erover wat ik er dan toch nog van weet. Het enige echte contact was dat ogenblik dat meneer Sayes me aansprak ergens in een gang van de school, mijn naam noemde en heel enthousiast er over was hoe goed ik mijn algebra had gemaakt op het eindexamen van ik geloof ‘57. Daar was ik natuurlijk toen ook heel erg blij mee, vooral omdat dat meer op geluk dan op inzicht moet hebben berust. Maar gek hoe nu dat boek lezend, mij beschreven werd hoe anders hij tegenover die zoon van hem was. Hoe die gemist had zijn goedkeuring en zijn steun. Hoe er geen complimentje af had gekund toen hij op de sportinterlyceale een geweldige prestatie had geleverd, er zelfs met geen woord thuis over werd gerept, terwijl zijn pa dat toen beslist wel geweten moet hebben. Maar Pa Sayes kon met zijn gevoelens geen kant meer op, nadat de Jappen die zo beschadigd hadden.  Er was door die Jappenkamp ervaringen van de gezinsleden een enorme kloof tussen meneer Sayes en zijn zoon ontstaan, die gesymboliseerd werd door een door zijn moeder in haar onschuld toegezegde, maar toen niet door zijn vader meegebrachte dinky-toy.

Maar verder, als er dat fotootje niet zou zijn geweest, zou ik echt niet meer hebben geweten, dat ik daar voor het bord met hem ooit had gestaan. Ik zie hem in mijn ooghoek ergens nog wel haastig en ietwat vooroverlopend, zijn volle boekentas onder zijn arm dragend, dat huis van hem inschieten. Zijn kinderen idem dito. Noch met Betty, noch met Adriaan heb ik ooit een woord gewisseld. Dat ze nog een jonger broertje hadden, herinnerde ik me pas weer, toen die op facebook verscheen. Meneer Sayes, hij was een goede leraar, dat werd algemeen beweerd. Ik had daar zelf geen kijk op. Wat ik zelf op school deed was me amper duidelijk.

In zekere zin heeft “Anton”, zoals Adriaan in het boek heet, in het kamp “the time of his life”. Natuurlijk was er veel te weinig eten, en waren die Japanners erg wreed. Of, was het eigenlijk allemaal heel schadelijk voor zijn persoonlijke ontwikkeling? Hoe zal het jongetje uit “The Empire of the sun” het er, eenmaal terug bij zijn ouders het er later van af hebben gebracht? Anton maakte in elk geval als vijf jarig jochie, op strooptocht naar brandbaar spul voor zijn moeder om te koken, veel spannende momenten door. Je groeit dan natuurlijk wel behoorlijk verwilderd op. Die difterie later was “kantje boord”. Lastig om in dat gareel te belanden, wat hem in Nederland boven het hoofd zou hangen.

Ik herinner me hoe ze uit Indië kwamen, de kinderen. Joa, mijn vriendinnetje, de dochter van tante Wiesje, een vriendin van moeder. Kees, die bij mij in de klas zat, en Bert de Kruif, die bij hun Opa tijdelijk in huis kwamen en later uit mijn zicht verdwenen in een kinder tehuis. Wouter de Wilde die bij ons in de laan kwam wonen, maar later over dat Indië, niet meer met mij kon praten.

Van meneer Sayes had ik dat dus niet geweten en ook niet dat hij van huis uit Katholiek was. Ja gek, hoe zulke dingen voor mij toen telden en eigenlijk nog wel een beetje.

Enfin, nu eerst verder met het boek

Vervolg:  (6-3-‘18)

  • Het is natuurlijk verschrikkelijk allemaal. Het lijkt wel alsof er veel met een mantel der liefde later werd bedekt, maar ondertussen hebben die Japanners wel het nodige op hun geweten. Dat wij in ons V.O.C. verleden ook het nodige op ons kerfstok hadden, is weer dat appels met peren vergelijk gedoe. Ik wil me nu even tot die Japanners beperken. Veel mensen hebben domweg erg onder die Jappen geleden en hoe handel je dat nu af? Mensen die daar niets van hebben meegemaakt zijn eerder geneigd om weer zoete broodjes met dat Japanse volk te gaan bakken. Ik herinner me hoe ik in Exeter met Taka voor een boekwinkel stond en ervoer hoe het klikte tussen ons. Veel beter dan met zoon Jeroen, die ik daar opzocht. Daar verbaasde ik me toen over. Taka was de eerste Japanner die ik ontmoette. Het was een bijzonder aardig joch. Jaren later had ik hem nog een keer aan de telefoon, toen hij op zoek was naar Jeroen. En de volgende Japanse was Hatsue, de vrouw, waar neef Paul mee aan kwam zetten. Bij Paul moest ik ook niet over de wanddaden van de Jappen beginnen. Het was natuurlijk ook niet mijn pakkie an.
    Maar ik snap Wim Kan’s en meneer Sayes’s weerzin in die lui, als je meegemaakt hebt wat zij meemaakten. Las in het boek trouwens dat Wim Kan daar indertijd de verschillende kampen met zijn conferances af was gegaan. Verbaasd me dat dit sowieso op touw gezet heeft kunnen worden. Enfin vele doden vielen er. Verbazingwekkend, maar meneer Sayes overleefde de ontberingen, van binnen echter nogal beschadigd.
  • Goed dat die atoombommen vielen? En hebben de Japanners hun lesje geleerd? Hebben ze nu wel of niet al sorry gezegd? Ik vind dit een verwarrend issue, ook in vergelijking met hoe de Japanners in Amerika zelf toen behandeld werden. Daarover wordt ook in het boek gerept. Ik neem aan dat je je als land, als volk, als individue gewoon begrepen wilt voelen welk effect hun handelen op de gevangenen gehad heeft. En dat daar dan een vanzelfsprekend sorry uit voortvloeit en dat je dan pas daarna met elkaar verder kunt. Dit lijkt me belangrijker haast dan leed vergoeden in natura. De laatste woorden over deze kwestie zullen er nog niet over zijn gezegd. En wreedheden bedrijven zullen wel nooit de mensheid verlaten en geregeld ook in de toekomst de kop op steken. Daar zijn we met de recente gebeurlijkheden in het midden oosten inmiddels wel achter, ondanks de vele goede initiatieven die na de tweede wereld oorlog werden genomen, zoals o.a. De Veiligheid’s Raad van de Verenigde Naties en Amnestie Interrnational.

Maar meneer Sayes gaat éénmaal terug in Holland verder met onderwijzen van wiskunde. Hard werken helpt hem gevoelens over dat verleden te onderdrukken. Zijn liefde voor zijn kinderen toont hij niet. Zielsveel houdt ie van die jongen, die hunkert naar bevestiging en een stimulerend woord. Er heeft zich een PTSS syndroom bij hem ontwikkeld.

Ik zoek voor mezelf altijd naar de zin er van, als ik iets moeilijks ervaren heb. Dat er een achterliggende reden voor was. Dat je er ook iets van op kan steken en er van kan groeien. Van ervaringen van anderen heb ik echter af te blijven. Toch wordt ook in het boek iets beschreven hoe voor de Japanners Djengis Kahn als historische figuur een voorbeeld was. Hoe ze met nietsontziende middelen een eigen doel voor ogen hadden en ons westerlingen uit Azië wilde verdrijven en zelf er de baas over wilden zijn.  Daar werd van “ons” uit toen weer een stokje voor gestoken d.m.v. die bom. Nu worden van de weeromstuit de kaarten op nieuw geschud.  Hoe wij als mensheid gelijk een organisme zijn en niets, zie ook de diverse histories van landen, voor eeuwig is.

Hoe ook van het één het ander kwam.

HJR ( 6maart 2018)

Pesten

Gisteren (23-1-‘18)

was er een reportage over pesten. Ik heb er weinig ervaring mee, maar genoeg om er een voorstelling van te kunnen maken.

Het betrof een vrouw die op de Brandaris, de vuurtoren op Terschelling, haar baan vervulde. Zij deed het goed en kwam nogal eens in de publiciteit. Collega’s hadden het op haar gemunt. Waarschijnlijk uit jaloezie. Misschien gedroeg die vrouw zich ook wel irritant en was het een kwestie van een “lesje leren”.

Laatst ook in het boek “Boy”, van Wytske Verschoor, ging het er ook over en had het pesten een nogal dramatische afloop.

Het lijkt een gemakkelijk en te overzien probleem. Als we dit nu eens met elkaar bij de “horens zouden vatten”, zouden we dan niet al een heel eind opgeschoten zijn als we het met elkaar geklaard hebben. Een paar deskundigen aan de leiding, liefst werklozen met een uitkering, waardoor ze als vrijwilliger ingezet kunnen worden en niet betaald  hoeven worden. En dan vervolgens alle scholen, wijken  en op alle werkvloeren iedereen allereerst instrueren en daarna begeleiden.

Welk een project.

En nemen jullie dan ook meteen de sociale media mee?

Op weg naar een wereld waarin de mensen leven in harmonie.

Helaas een illusie

————-

A talent for life

Elly

Ook al liep ze zes jaar op mij vooruit, ik voelde me wel een generatie genoot van haar. Ik snapte haar in haar liefde voor Frankrijk. We keken allemaal in die tijd die richting uit. Juliette Gréco in haar zwarte tuniek was toen mijn idool, over wie ik echter haar nooit  hoorde. Wel kwam zij met Moustaki, die mij ontgaan was. Haar cd leende ik om te kopiëren. Momenteel begeleidt zijn gezang me tijdens het autorijden.

Ondanks onze verschillen kan ik haar plaatsen in haar tijd, hoe ze daar opgroeide in den Haag: voortvarend in de weer in een katholieke jeugdverenigingen, al waar zij haar toekomstige man tegenkwam. Dat die haar dan later in de steek laat met drie kleine kinderen is eigenlijk te gek voor woorden. Hoe ze toen “ma solitude” van Moustaki eindeloos draaide. Ze vertelde me nadat ik haar éénmaal ontmoet had regelmatig over haar leven en dat van haar kinderen.

Die gekke woninginrichting van toen in de zestiger jaren, vonden we dat toen echt mooi? Dat oranje en het donker bruine? Elly zou er nog paars aan toegevoegd hebben. Het was een vorm van rebellie waarschijnlijk waar we toen toe werden uitgenodigd.

Onze achtergronden verschilden. Elly kwam uit een katholiek gezin, ik uit een vrijzinnig protestants. Onze ouderlijke milieus waren ook anders. Haar vader was schoenmaker. De mijne advocaat. Zij werd zeer tegen haar zin voortijdig van school gehaald, ik ging er als vanzelfsprekend naar toe, ook al wist ik niet goed wat ik er kwam doen en vooral waarom.

Kwa intelligentie, artisticiteit, organisatie talent en doorzetting’s vermogen kon ik niet aan haar tippen. Zij snapte niet hoe ik in het leven stond. Wij waren dan ook geen vriendinnen, maar ik vind het wel fijn om haar gekend te hebben.

Nu is ze overleden en dat is best gek. In zekere zin laat ze een gat voor mij achter. Voor vele anderen waarschijnlijk nog meer.

Elly, ze deed het onnavolgbaar geweldig. Mijn pet neem ik voor haar af.

Hanneke (2-12-‘17).

 

Fruitmesjes

 

 

Zusterlief

De laatste keer dat we elkaar “in de haren vlogen” was bij het leeghalen van “vaders flat”. “Of ik nog niet genoeg had gehad”, merkte mijn zuster op. Ik zocht nog naar een aandenken aan Opa voor onze jongste zoon. De oude sigarendoos leek me wel geschikt. Van nul en generlei waarde, maar toch iets karakteristiek. Broer Hans trok ons uit elkaar. Martijn, mijn oudste was uit de randstad met mij meegekomen naar het Noorden. Hij maakte het incident niet mee, was net naar beneden naar de auto. Met een volgeladen bak keerden we ‘s avonds terug. Die fruitmesjes waren het enige waar we nog iets aan zouden kunnen hebben, was zijn commentaar. Nooit spraken we later nog eens over deze tocht. Opa overleed een jaar of wat later in het “Erasmusheem” in Haren.

Mijn zuster deed me pijn toen met die opmerking en ik reageerde als gestoken. Ik voel er mijn handen a.h.w. nog als klauwen op haar afgaand. Razend werd ik op haar. Wat ging er in me om? Ik weet het echt niet meer. Het is de onmacht die regeert. De situatie zal beladen zijn geweest. Toch al vast een afscheid nemen van mijn vader, die ook de hare was. Ze claimde ten onrechte een beetje het alleen recht op hem. We deelden onze ouders maar ten dele.

Die woede zit er nog. Dat kan ik rustig zeggen. Van binnen. Terecht? Ach nee, het gaat hier om kinderwoede, dat nu via een grote mensen lichaam in dat van een oud wijf is beland.

Het is het enige wat een kind dan heeft, die woede om…..? Ik zou het amper weten. Het zit diep weggestopt.

Ja, het komt vaker voor. Het is lastig om het te doen laten verdwijnen. Het komt alleen te voorschijn als de nood dat toelaat. Heel onverwacht. Best griezelig.

De voorlaatste keer was nog in Assen, in hun huis. Hun dochter Ellen schrok er ontzettend van, dat kan ik me er nog van herinneren. De reden toen, weet ik absoluut niet meer.

Hoe kom ik hier nu op? Dat ik mijn zuster nu twee jaar niet meer heb gezien en daarvoor ook al een lange tijd niet, kan amper een reden zijn. Ik betreur het dat we geen contact meer hebben. Maar ik kan er tegenwoordig ook heel erg best zonder. Het hoeft niet namelijk dat je met hen met wie je opgroeide later op goede voet gaat staan. Misschien is het juist aan te raden om allen een eigen weg te kiezen. Ik weet dat natuurlijk ook niet echt. Maar men remt elkaar vaak in ontwikkeling zo af door veel te erg op elkaar te letten en….van commentaar te voorzien.

Onze ouders hebben hier natuurlijk een rol in gehad. Ze namen hun eigen ervaringen van hun jeugd mee naar de onze. Ik verwijt hen niks. En ook mijn zuster, noch ikzelf treffen hier veel blaam. Het is domweg een bewustzijnskwestie. Je moet elkaar, wil je omgang hebben,  wel kunnen verstaan.

———— HJR (31-10-’17)

 

Bloemendaal en zo.

 

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

De begraafplaats waar mijn ouders liggen bestaat dit jaar 100 jaar. Ik kreeg een uitnodiging om dat te vieren. Niet naast de deur en nogal lastig om er te komen. Maar de OV fiets bood uitkomst en ook het schitterende weer van gisteren werkte mee. Was voor mij meteen een “stok achter de deur” om voor wat aanplant te zorgen bij het graf, iets wat ik al jaren een keertje wilde doen.

Bloemendaal inrijdend, hoop ik onwillekeurig direct al om er bekende tegen te komen. De huizen van de mensen staan er nog, alleen wonen er nu onbekenden. Niemand die mij er nog kent en ik ken hen evenmin. Ik vind dat best een raar soort gewaarwording. Ik geloof dat iedereen uit de laan nu weg is. Mevrouw Oud en Corrian waren de laatsten. “De Pen” en “Waterleiding” zijn nu appartementen.

Ik was ruim op tijd op de begraafplaats. Kon rustig er mijn bolletjes planten, en namens mijn kleindochter Rozemarijn besloot ik tot een plantje van haar naam. De oude struikjes hadden zich in ietwat armzalige staat weten te handhaven. De rhododendron liet toch knoppen zien.
Voor ieder kind, kleinkind en achterkleinkind plus aanverwanten stopte ik een bol in de grond. Mijn ouders nageslacht, wie weet nu voortaan vertegenwoordigt in een narcis of blauwe druif?
Het was goed om er even zo bezig te zijn.
Schuin er tegenover ligt broer Jon, waar zijn vrouw Gretha een artistiek hoogstandje heeft verricht.

De ontvangst was sober. Ik bleef er temidden van totaal onbekenden. Had slechts een paar gesprekjes. Maar ‘t was OK. Er werd verteld over de begraafplaats, er werd gemusiceerd. De nieuwe burgemeester was er. Daarna een rondleiding over de begraafplaats, langs graven van mensen over wie wat te vertellen viel, wat algemene bekendheid betreft. Jac P. Thijsse was daarvan voor mij de meest bekende. Op de grafstenen wel bekende namen.

Het is een prachtige plek, de mooiste begraafplaats misschien wel in het land.

HJR. (16-10-‘17)

Bonno

Bonno (1940 – 2017)

Weet nog altijd van de eerste keer dat “hij aan mij verscheen”. Hij vloog a.h.w. de kamer binnen, -boven / voor – in het huis van Jon en Gretha. Heel enthousiast was hij geweest over de jongens die hij op zijn vakantie in Spanje had ontmoet. Ik weet verder niet meer wat hij daar toen over vertelde. Met mij wisselde hij geen woord.
Ik maakte hem verder amper mee, maar hoorde geregeld zijn naam noemen. Over hem en zijn vriend. Hoe die hem bedonderde. “Ja” zou hij gezegd hebben, “liefde maakt blind”. Ze hadden een eetclubje met z’n vieren, Jon en Gretha, Rida Bije en hij. Uiteraard ging in de tijd dat het aan was met die vriend, die ook mee. Toen zou ook ik een keertje mee mogen, althans van Jon. Maar dat werd achteraf niet toegestaan? Zat Bonno daar toen achter?
Ik vond hem streng. Toeteren bij ‘t wegrijden vond hij niet horen b.v. Ik werd daar ongemakkelijk van.
De voorlaatste keer dat ik hem zag was bij een etentje dat Jon gaf ter viering van het één of ander. “Een documentaire over Sukarno op de tv. kort daarvoor, die hij had gemist” passeerde het gesprek. Ik had die wel gezien en zei dat. Sukarno bleek “een Indo” geweest te zijn kon ik toen melden. Dat was voor hem ook nieuw. Later twijfelde ik of ik het wel bij het rechte eind gehad had. Maar gelukkig werd dat door Adriaan van Dis nog eens bevestigd.
Bij Jon’s overlijden was Bonno één van de sprekers. De opname daarvan heb ik nog. Hij bewonderde Jon: “unieker dan uniek”. Geldt ook van hem zelf, maakte ik nu op uit wat er rond zijn eigen overlijden zoal over hem geschreven is. Op de begrafenis van Jon zag ik hem vervolgens wegfietsen, aan verdere verplichtingen had hij geen boodschap gehad.
Waarom zou hij zo fel geweest zijn en zo principieel? Over zijn jeugd in Baarn vernam ik niets, alleen dat hij bij Irene in de klas had gezeten.
Nergens las ik trouwens dat hij ook op ‘t Kennemer had gedoceerd. De school waar hij Jon per slot ooit had ontmoet en waar hij het zo naar zijn zin had gehad en waar hij Anneke Metz, de zus van mijn vriendin Aukje als collega engels trof en op wie hij om voor mij onduidelijke redenen nogal gesteld zou zijn geweest. Het Kennemer was lange tijd met andere scholen w.o. het Baarn’s verenigd in een “interlyceale”. Vandaar misschien dat hem dat in eerste instantie richting Haarlem bracht?
Over zijn jeugd is mij helemaal niets bekend, noch over zijn familie. Maakt dat wat uit? Er zou een verklaring kunnen liggen over zijn karakter. Maar dan nog, ik ga al veel te ver door zo uitgebreid het over hem te hebben.
Het zal wel met mijn eigen a.s. einde te maken hebben. Dat het leven uit die levenslustige jonge man van toen nu voor goed verdwenen is. Dat die bovenvoorkamer bij Jon hem nu ook kwijt is. Dat alleen ik er nog in mijn herinnering kan komen, totdat straks dat ook niet meer kan.
Bonno ging absoluut niet met zijn tijd mee. Hij bleef in zijn geschiedenis vak hangen. Vanwaar die hardnekkigheid. Hij kreeg helaas voor hem het gelijk niet aan zijn kant. Met de veranderingen in de wereld was hij het als leraar geschiedenis niet eens. Op alle mogelijke manieren verzette hij zich er tegen. Dat hielp uiteindelijk totaal niet. Hij bleef met lege handen achter.
Het is raar maar waar, zijn heengaan doet me wat.

HJR (24-9-‘17)

 

Ruim baan?

Ruim baan voor de Islam?

Heb een beeld op mijn netvlies, vaag omdat het al van lang geleden is: “Een oude vrouw, een onzichtbare last op haar gebogen schouders dragend, ging de trap op van een kerk”. Een hoofddoek droeg zij om haar hoofd, het was donker koud en regenachtig. Het was in Londen, jaren zestig. Ik was in de twintig, ging zelf nooit naar de kerk. Maar ik snapte plots waarom zij wel ging. Daar vond zij gehoor, troost en steun, voor haar zwaar bestaan. Even verlichting, even energie ook tappen wat mogelijkheid bood om door te gaan. Ik snapte plots de zin van geloven en van die plek waar dat dan ook kon.

Een beeld van houten kerkjes in de noordelijke landen. Zag gisteren een film van Ingmar Bergman. De dorpelingen in het zwart gekleed, met sombere gezichten. Een samenkomen bij elkaar. Hoe ‘n mooi gezicht.

En ik op zondagochtend soms even buiten op mijn balkon, hoor er nog steeds dan het klokgelui, wat me goed doet en waar ik blij van word.

Mijn tekenen van het Christendom. Weinig? Voor mij genoeg. Staat voor die volmaakte man die ooit ook hier op aarde was. Die wij kunnen proberen in zijn gedrag te volgen. Gewoon een weg om op te gaan.

We hebben er alleen wel een doodlopende weg van gemaakt en een streep onder onze westerse religie gezet.

Ik vind dat jammer.

Snap ook niet dat we onze eigen godsdienst vaak belachelijk maken en voor de islam zo veel gelegenheid scheppen. Waarom moest onze eigen godsdienst wijken voor die van een ander volk?

————
HJR (6-9-‘17)

Natuurlijk, kan ook best zijn dat die vrouw toen helemaal niet kwam om er te bidden. En natuurlijk waren er veel misstanden in de kerken. En ook werden we er nogal eens met hel en verdoemenis om de oren geslagen, waardoor het mooie van het leven onzichtbaar werd. Heeft allemaal m.i. met verkeerde interpretatie te maken van het wezenlijke van de oorspronkelijk boodschap van Jezus.

————

Diana

Diana,

Dat wat ik van haar zag op tv. indertijd, die beelden hebben zich niet herhaald in de verschillende documentaires over haar. De documentaires  werden nu uitgezonden vanwege haar sterven 20 jaar geleden. Wel werd genoemd haar bijzondere manier van omgang met de mensen en dat was wat me ook erg voor haar innam.
In haar uitstraling naar de mensen, bleek zij nl. heel natuurlijk, warm, invoelend, en eenvoudig. Hoe speelde zij dat klaar, hoe wist zij zò met de mensen te communiceren. Ik vond dat reuze bijzonder en knap. Dat de mensen haar zo op handen droegen en zo massaal om haar dood rouwden, ik neem aan dat dat om die reden was.
“She was the princes of the people”, who could not solve their problems, but she did understand the meaning and helped of course if possible. “Is she an angel”? asked a dying child. I think she was in a way.
She was also a dreamer I think. She believed in true love, but as for me she wasnot realistic on this matter. Her Pakistani boyfriend saw that better i dare say. A life with Dody was from the beginning “ten dode opgeschreven”.

https://nos.nl/googleamp/artikel/2189887-de-dagen-na-de-dood-van-diana-werd-alles-geregisseerd.html

Bekijk Diana: zeven dagen die de wereld schokten: Diana: zeven dagen die de wereld schokten op npo.nl/AT_2081844

Als mensen het dan hebben over hysterie, ik weet dat niet. Ik noem het eerder een kosmisch proces, wat dan zo massaal optreedt. Een samen iets heel duidelijk voelen. Dat dat lastig voor buitenstaanders valt te snappen, begrijp ik. Hier heb ik ook daaraan niet meegedaan.  Maar hysterie vind ik in verband met Diana’s dood veel te negatief beoordeeld. Ze had gewoon iets prachtigs over zich: van binnen en aan de buitenkant een prachtig wezen. De tragiek ook van haar leven sprak de mensen aan. Ze had veel mee. Maar er zat haar ook heel veel tegen. Maar bij wie niet? Dat is wat leven is. Je probeert het te snappen, je probeert er goed in te doen, maar op het slagveld van het leven wordt het een mens nu eenmaaal niet gemakkelijk gemaakt, ook Diana niet. En men had met haar te doen.

———

HJR (1-9-’17)