wat eigen herinneringen en bedenkingen m.b.t. “onze” oorlog

Slotbeschouwingen

29-Augustus 2008

Aan het eind gekomen van het achtste dagboek. De hongerwinter is voorbij. Jon zit nog in Alkmaar. Af en toe komt hij thuis. Ik weet daar niks meer van. Wel dat ik vanuit de Sissings naar de Kastanjelaan ga, voor Puck’s (=Coralie) verjaardag 3 maart. Kort daarna kom ik ook zelf thuis.

Dan “begint mijn leven”. Eerst nog de Duitsers, die Küch voor ons hebben (heel donker zurig brood), maar als ze achter prikkeldraad komen, hoef ik de snoepjes van hen niet en gooi ik ze weg in de tuin van de Pen.

Dan komt de Bevrijding, met chocola, kauwgum, biscuit en een perzik van Melvin. Ook verzamel ik handtekeningen van de soldaten. Een glorieuze tijd. Daarna vangt mijn lagere school aan. Het is raar misschien, maar ik koester mijn herinneringen, maar…..

ik wil het eigenlijk over dat dagboek hebben. Wat heeft het me gedaan, wat vind ik er nu van?

Om te beginnen is het nogal een prestatie dat Jon van 1942 tot en met 1947 zo trouw is blijven schrijven. Het zal ook wel iets geweest zijn van een bepaalde steun die hij er van ondervond, maar het zegt ook iets over z’n karakter, nl. dat hij een concentieus mannetje moet zijn geweest. En zo kan men nog wel wat meer informatie over Jon te weten komen door het lezen van de dagboeken. Aandoenlijk te vernemen hoe hij zich als vanzelfsprekend inzet bij het draaiende houden van ons gezin en …hoe hij ook laat zien waartoe een kind, vergeleken bij kinderen van nu hier onder normale omstandigheden, in staat is. Die vuurtjes stokerij ook voor de warme hap, vraag me af waar moeder zich toen mee bezig hield. En dan die tocht op de fiets op en neer van Bloemendaal naar Rotterdam met beschietingen onderweg, die lekke banden alsmaar en een overnachting op het politie bureau…en dan thuiskomend…waren er luisterende oren, of toch alleen dat dagboek?

Opvallend is dat er tussendoor allerlei van ’t normale leven ook gewoon doorgang vond, verjaardagsfeestjes, weliswaar in aangepaste vorm, de “club” van school, en amper les, toch met schoolwerk bezig. Die bloembollen eterij, die kachel die vaak niet wilde branden, het was afzien met elkaar. Het geeft weer hoe zwaar ze ’t hadden, hoe nijpend vaak de situatie.

18 dec.’44 (Geen tijd om te schrijven): De hele dag huishoudelijk werk en wanneer ik dat niet hoef te doen, doe ik gewoon huiswerk. ‘Morgens vroeg kachel aanmaken, afwassen, dan eten klaar maken, soms een hele ochtend zagen. ’s Middags precies eender.

26 dec.’44

We vragen ons 1000 x op een dag af hoe het volgend jaar zal zijn, en we hopen het allerbeste. Gisteren waren er aardappelen bij de groenteboer. Hans moest toen om 9.30.u in de rij gaan staan. En dat op kerstmis. Het vriest ook erg, de bloemen zitten op de ruiten. Voorts doe ik wat wiskunde en ’s avonds bij de lamp lees ik wat. Alle dagen zijn echter precies hetzelfde, dus eindig ik.

21 jan.

We eten hoofdzakelijk bollen, verder nog wat aardappels en rauwe bieten; vreselijk. De kachel wil ook weer niet branden, het is nu half twaalf, hoe we straks moeten eten mag Joost weten want er is nog niets klaargemaakt. Ik zit hier verkleumd van kou en narigheid.!

9 febr.

Ik ben vanmorgen opgestaan en ben nu van plan de hele dag op te blijven. Ik ben echter zo verzwakt, ik kan letterlijk niets meer. Ik heb nu kachelwacht en straks ga ik naar de keuken. Ik hoop zeer dat we nu eens stamppot krijgen

Het  verhaalt ook  over algemene gebeurtenissen in die oorlogs-jaren.

Voor mij zette het wat dingen recht m.b.t. mijn herinneringen. Zo had ik altijd gedacht dat ik per slee uit Bloemendaal naar de van Oldenborgh’s was vervoerd. We hadden een soort duw slee met krullende handvaten. Moeder liep erachter. Toen ik me later realiseerde dat die verhuizing in september had plaatsgevonden en Jon ook beschreef hoe iedereen toen met volgepakte kinderwagens liep te zeulen, moet ook ik daarin boven op de spullen zijn gedeponeerd, hetgeen later in mijn herinnering geassocieerd werd met die duwslee van ons. Ik zat als vijfjarige natuurlijk nooit meer in een kinderwagen, maar onder de druk der omstandigheden liet ik het wel na om daartegen te protesteren, neem ik nu aan. Nee belangrijk is het niet, maar herinneringen zijn m.i. zinnig voor een mens opdat ze een doorgang kunnen bieden je leven terug (voor het opheffen van blokkades b.v. in de jeugd opgedaan, met de nodige neurotische karaktertrekken ten gevolg). Jon schreef ook in de eerste jaren hoe vaak ik wel niet ziek was, maar in de hongerwinter wordt over ziek zijn van mij met geen woord meer gerept. Waarschijnlijk was ik dat toen ook niet.

Verder besef ik nu dat ondanks de verschrikkingen van de hongerwinter voor ons gezin, onze ouders, de broers ( ik denk ook aan broer Hans die als meisje verkleed over straat moest, om te voorkomen dat hij werd opgepakt) en voor de hele bevolking hier te lande, de dingen toch nog lang niet zo erg waren als ze nu op vele plaatsen in de wereld wel zijn.

Ook in vergelijking met wat de Joden toen is overkomen, valt dat van ons niet te vergelijken. Dat is van een zo andere orde. En wat er in Ned. Indië gebeurde, eveneens, met die Japanse interneringskampen daar. Maar toen Rob Trip in zijn 9 delige t.v. documentaire over de 2de wereld oorlog (2009), zie: http://deoorlog.nps.nl/  ( aflevering 6)  (even kopiëren en plakken) die vrouw aan de Wagner kade in Heemstede aan het woord laat, toen dacht ik met Jon’s dagboek aantekeningen toch nog een kleine aanvulling aan Trip’s verhaal te moeten aanbrengen. Nou ja.

Wat hier tijdens de hongerwinter het geval was: er was “licht aan het einde van de tunnel……”de Gealieerden stonden er aan te komen en…. Het duurde dan nog wel 2, 3, 4 maanden? Dat is zeker nu elders echt wel anders, daar lijkt het me allemaal veel uitzichtlozer. En dan weet ik even niet hoe ik onze oorlogsjaren nu moet waarderen in verhouding tot al die nog veel ergere en uitzichtlozere situaties.  Ik betreur het erg  dat het onze westerse samenleving niet is gelukt om van die positieve draai van na de oorlog, we eigenlijk er al met al toch uiteindelijk niet echt iets van “gebakken” hebben.

Wat dat nu met die dagboeken te maken heeft..? Tja, misschien wel niets.

Verder wil ik nu nog als kanttekening vermelden dat die “in goeden doen” verkerende kennissen van vader en moeder eigenaren waren van bedrijven, fabrieken, die in de oorlog in dit geval voor de duitsers gewoon door konden blijven werken. Tante Netty was van de Bruynzeel fabriek, de Zondervannen hadden een fabriek die o.a. verkeersborden maakte en Siebold Sissing, een schoolvriend nog uit Groningen, van vader, had een drankzaak.

Jon heeft het steeds over mevr. Beckman, maar zij is mevrouw Wiardi Beckman, de echtgenote van de in de oorlog al opgepakte PVDA/SDAP Prominent en Suze is hun dochter ( evenals Anneke (vriendin van Puck) en Marijke). Bij die familie slapen we dus ( in het pikke donker van het éne huis naar het andere, en toen had ik mijn eerste bewuste ervaring met onze sterrenhemel).

_______

Herzien:

HJR ( Amersfoort 2 mei 2012)

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s