’s Werelds achtste wonder..?

————  
Plaquette met gedicht van Joost van den Vondel.
               IMG_0656
Dit hangt ergens in het Paleis op de Dam. Het was niet te lezen.
Onderaan de pagina staat nu de tekst uitgeschreven: afk. uit:
————
Doorluchte stichteren van ’s werelts achtste wonder,
Van sooveel steens omhoog, op sooveel houts van onder,
Van soo veel kostelicks, soo konstiglick verwrocht,
Van sooveel heerlickheits, tot soo veel nuts gebrocht;
God, die u macht en pracht met reden gaf te voegen,
God geev’ u int gebouw, met reden en genoegen
Te toonen wie gij sijt, daer ick ’t al in sluyt,
Heil zij daer eeuwigh in en onheil eeuwigh uyt.
Ist oock soo voorgeschickt, dat dese marmre muren
Des aertsrijcks uyterste niet hebben te verduren
En werd het noodigh, dat het negende verschijn’
Om ’s achtsten wonderwercks nakomelingh te sijn’:
God, uwer vadren God, God, uwer kindren Vader,
God, soo nabij u, sij dien kindren soo veel nader,
Dat haere welvaert noch een huys bou’ en besitt’
Daerbij dit nieuwe sta, als ’t oude stond bij dit.
(Geciteerd via Brugmans, 3, 89-90)
———
(Ik vind dit wel een mooi gedicht. Beleef nu de gebeurtenis van toen er zelfs door mee.)
 HJR
———
’n ander gedicht en ook mooi en eveneens in verband met de opening van het stadhuis:

Inwydinge Van Het Stadthuis t’Amsterdam.*

Gelijck nu d’ackerman de zeissen slaet in d’airen,
En heenstreeft, door een zee van gout en goude baren,
Zoo weckt ons Amsterdam, door overvloet van stof,
Om in den vruchtbren oeghst van zijnen rycken lof
Te weiden met de penne, en vrolijck in te wyen
De hoogtijdt van ’t Stadthuis en burgerheerschappyen,
Met een de jaermerckt, die, met haeren open schoot,
Alle omgelege steên en bontgenooten noodt
Op ’t heerelijck bancket van allerhande gading,
Die ’t nimmer zat gezicht genoegen en verzading
Belooft, door zoo veel schat, gerief, verscheidenheên,
Als kunst en hantwerck hier nu stapelen op een.
Dat zoo veel duizenden, als sterck ter poorte indringen,
Zich spoeden naer den Dam, om ’t wyfeest in te zingen,
In ’t midden van ons vloên, den Amstel en het Y,
Met al de burgerjeught van d’oude en nieuwe Zy,
Op ’t heldere geklanck der zilvere trompetten,
Het dondren van kortouwe, en maetklanck van musketten,
Het vliegen van de vaene, en luid triomfgeschal;
Terwijl elck element van blyschap juichen zal,
De hemel huppelen, en alle starretranssen
In ’t ronde, als hant aen hant, rontom ons Raethuis danssen,
afk. uit:
——
Meer nog over Vondel:
——
HJR
Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s