“de Rus”

Over hoe ik soms met mensen omga en ze in verlegenheid breng:

n.a.v. Nathan,

Vanmorgen ontmoette ik hem in de supermarkt, Nathan. Eerst wist ik niet dat hij het was. Dat gebeurde pas toen ik z’n Opa zag. ‘Opa” kwam ik jarenlang geregeld tegen, hij met zijn hondje Charlie en ik met mijn Rico. De hondjes waren niet bijster op elkaar gesteld. Charlie,’n Malthezer  was wat bangig voor mijn dominerende Welsh. Charlie kefte van zich af, hield daarmee Rico van zich af, die dan steeds verschrikt een sprongetje maakte. Maar met de man had ik vooral tijdens onze avondrondjes nogal eens een gesprekje. Hij kwam uit één van de Baltische landen. Men had het, hier bij ons in huis steeds over “de Rus”. Hij sprak behoorlijk Nederlands en kwam als een intellectueel op mij over. Soms kwam iets actueel politieks in ons gesprek aan bod, soms het weer. Hij zag er niet buitenissig uit, had een blank uiterlijk, kon voor een Nederlander door gaan. Wat hij waarschijnlijk ondertussen ook was.  “Ik ben een Jood”, had hij me ook eens toevertrouwd, een mededeling waar ik toen niet op wist, hoe te reageren. Want, wat is dat een Jood? Een mens toch, maar inderdaad met wel de nodige ballast. Maar waarom zei hij mij dat toen?

Eens deelde de man me ook mede dat hij grootvader zou gaan worden. Ik leefde met hem mee en feliciteerde hem op een gegeven moment met dat voor hem nieuwgeboren wereld wonder. “Nathan” hadden de ouders hun zoon genoemd. Kon ik onthouden aan de titel van een min of meer gelijknamige film. Kwam hem ook wel eens tegen bij het boodschappen doen. Charlie i.t.t. Rico was nooit mee uit angst voor diefstal. Eens reisden we een keertje toevallig gelijktijdig in de bus naar huis. We zaten naast elkaar. Toen vroeg ik hem hoe of het met zijn kleinzoon ging, even kon ik niet op de naam van de jongen komen. “Hoe heet hij ook weer”? Dat wilde hij me toen niet weer op nieuw zeggen. Maar het schoot me later toch te binnen. Nathan zou toen gauw jarig worden, ze hadden een fornuisje voor hem gekocht. Hij vond dat wel een raar cadeau, meer iets voor een meisje. De gedachte, “misschien dat er in hem een  kok schuilt”, leek hem te hebben verzoend met hun geschenk. “Hij is nl. nogal geïnteresseerd in koken” werd me nog gezegd.

Op eens was de man weg, zonder aankondiging. Hun huis stond totaal op de kop, dacht eerst nog aan een grondige opknapbeurt. Maar nee, er waren heel andere mensen bezig.  Waar was hij naar toe? Waarom had hij niks gezegd? Opeens was er een gat gevallen in mijn bestaan van alledag. Op gezette tijden kwam hij ook altijd met zijn hondje langs mijn raam. Een vertrouwd gezicht. Dat beeld was plotsklaps verdwenen. Ik vond het echt verschrikkelijk. Zijn aanwezigheid bracht een zekere nuance in mijn leven. Natuurlijk een heel klein beetje maar, dus ik moet dit nu ook weer niet overdrijven. Maar ik was duidelijk gehecht geraakt aan deze mens.

Vroeg een buurvrouw van hem om zijn adres, zodat ik toch nog even een woord ten afscheid zou kunnen richten. Die vrouw, verbaasd, “kent u hem dan”? Maar,…. ze zou het vragen.

Het adres kreeg ik niet. De man had het niet nodig gevonden. Sindsdien is ook het contact tussen mij en die buurvrouw bedorven. Zij kijkt mij niet aan en ik loop ook zonder haar te willen zien, alsof ze lucht is, al jaren langs haar heen. Raar? Ja natuurlijk. Idioot gewoon.

Langzaamaan raakte ook ik wel weer gewend zonder hem, dagelijks in mijn straatbeeld. Welk recht had  ik ook om hem daarin te claimen? Hoeveel Joden waren er in de oorlogsjaren niet uit het straatbeeld van de generatie van mijn ouders verdwenen? De nagedachtenis aan die groep mensen deed dit klein detail in mijn leven in het niets verdwijnen. De man bestond ook niet voor mij als zodanig, maar dit “Joodszijn”  kwam toen hij verdwenen was en de manier waarop, wel bij mij boven en ’t hielp mij toen me er over heen te zetten.

Hij is hier in de buurt blijven wonen. Hij had een groter huis gewild en dat is hem dus gelukt. Ik weet niet waar. Soms kom ik hem “gelukkig” nog eens tegen. Met mijn enthousiasme kan hij totaal niet uit de voeten. De eerste keer was dat bij de Bank. Ik omhelsde hem zowat. Ik sta van mezelf dan ook best te kijken, want zo een uitbundig type ben ik nu ook weer niet. Maar hij wist niet hoe snel hij achter de deur naar buiten moest verdwijnen. Toen ook een keer bij de kassa bij de Bruna, ik stond voor, hij achter me. Ik raakte uit mijn concentratie, met het versturen van een postpakket. Maar bij die gelegenheid kon ik hem toen wel zeggen: ” Ik miste u gewoon”. Hij snapte het niet: ” ik ben maar een heel gewoon iemand”. Ja, dacht ik, wie niet.

En nu dan vanmorgen liep ik tegen Nathan op. Bij de bakbananen. Hij gaf duidelijk verstaanbaar commentaar. Ik nam aan dat hij ze met gewone bananen vergeleek en zich nogal verbaasde over het rotte uiterlijk. Ik zei “ja, maar dat zijn bakbananen hoor”. Hij keek me aan. “Erg lekker”, zei ik bij het warme eten.  En toen zag ik met wie hij was. “Oh, maar jij bent Nathan” “Wat leuk, dat je hier bij Opa bent” De jongen leek geamuseerd. Hij ging nog wat verder over die bananen en toen herinnerde ik me dat fornuisje weer.  En jij kookt ook graag hè? Hij knikte, keek verbaasd, wist niet hoe of hij het had. Dat onbekende vreemde mens dat zo veel van hem wist……? Maar Opa wilde verder.

Ik zag ze niet meer terug.

—————

HJR (6-8-’14)

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s