“Ach ja, den Haag”

Posted on augustus 3, 2017
Hoi,

Natuurlijk zijn ze niet belangrijk, de passen die ik in het verleden zette door den Haag. Voor mij echter markeren zij nogal wat paden, of vanuit groter perpectief bezien, beter te spreken van paadjes uit een leven, in dit geval het mijne. Ook leidden zij mij gisteren langs diverse mensen, successievelijk uit mijn herinnering te voorschijn komend. Nee, interessante verhalen leveren ze niet op. Wel interessant is natuurlijk de achtergrond waartegen het zich allemaal afspeelde en nog steeds aan het afspelen is.

Tippen van sluiers werden opgelicht. Wat ik zie en me tegelijkertijd herinner, beangstigt me. Ook raak ik er door ontroerd, ben ik verbijsterd en wat al niet meer. Hoe het b.v. er in mijn ogen in de afgelopen zestig jaar niet fraaier op geworden is. De aandacht trekkende étalages van weleer zijn er voor een groot deel weg. Veel staat er in de stijgers, mogelijk vanwege de vakantie/zomertijd. Hoe dan ook, ik vond het er nogal verloederd uitzien. Alsof we hier in vgl. met vroeger de grip op de wereld aan het kwijtraken zijn, dat het echte leven zich nu elders afspeelt en zoals we weten in het verborgene van internet reeds plaats heeft. Maar niemand die er mee lijkt te zitten, ze hebben het er ook domweg mee te doen. Wie wéét ook nog van vroeger? Hoe in een gelegenheid op het Spui, een orkestje speelde en er ook “in de diepte” gedanst kon worden? Weet niet meer hoe of het heette. Hek? En daar vlak bij het station Staatsspoor, waar ik, op sollicitatie bezoek, na afloop koffie met appeltaart nuttigde? Ook weg. We dunnen uit, wij oudjes. Ik moet het me ook eigen maken dat verandering vaak geen verbetering betekent, handelingen en verwachtingen nogal eens op onvoldoende inzicht zijn gebaseerd. Wie wil ook dat iets minder gaat dan beter? Maar het gaat zoals het gaan zal.

Ik had me met een OV-fiets op pad begeven, een in blauw en geel geverfd geval.  Wel uitkijken geblazen: de soepelheid is uit mijn lijf verdwenen, de terugtraprem ben ik ontwend, verkeer komt bovendien van alle kanten. Maar ik kwam er verder mee, dan lopend.
Het zou de verjaardag van mijn moeder zijn geweest. Ik wilde dat met koffie en gebak eerst even memoreren. Alleen, waar zou ik dat dan kunnen doen? Uiteindelijk kwam ik er voor beneden bij de Bijenkorf, waar het zicht niet meer op verkeer gericht is, trams en auto’s gaan er nu ondergronds. Vervolgens zette ik mijn tocht voort. Met wat roltrappen ga ik naar boven om te kijken wat er is. Ik liep er wat onwennig rond. Heb dan ook helemaal niets meer nodig, dus nogal een ongericht geslenter en slechts een vorm van eerbetoon aan al die eerdere bezoekjes die ik ook aan het Amsterdamse filiaal in het verleden bracht. Nu herken ik me er niet meer in, ook al raak ik gelukkig nog niet verdwaald. Wel leuk dat het er i.t.t. V&D tenminste nog staat. Maar een afdeling boeken, ik geloof niet dat die er nu nog is. Op de begane grond is ook niets meer te krijgen wat ik ooit behoef. Duidelijk bestemd voor de chiquere mensen onder ons.
Ik weet dat mijn grootmoeder en ook mijn ouders eveneens met diverse veranderingen te maken hadden. Ik kan me herinneren hoe ze het geregeld over van “voor de oorlog” hadden, een scheidslijn in hun leven, die voor het mijne het begin er van was. In den Haag begon ik met het “echte leven”:

Laatst bij de bushalte vertelde ik nog aan een Ethiopiër hoe ik indertijd Haile Selassie er had gezien, voorbijrijdend in een open wagen op de Kneuterdijk. De man had mij met ontzag toen aangekeken. “Onze keizer”, vroeg hij nog? “Ja, ik had echt nog naar hem gezwaaid”. Iemand achter me riep toen, “Haili Selassi, haal es me jassie”, hetgeen me de rest van m’n verdere leven bij bleef.
’n Andere keer dat ik er zo aan de kant van de weg stond was op een Prinsjesdag geweest, ’n tweede dinsdag in september.  De enige keer dat ik ooit naar de Gouden koets heb staan kijken was toen in datzelfde jaar, op de Bezuidenhout, in de buurt van, waar ik toen werkte. Het was het jaar 1958, waarin ik kennis maakte met den Haag en met mijn zelfstandig leven.

Die mensen die ik er kende en nu in gedachten weer tegen kwam, ze zijn me op een bepaalde manier dierbaar. Ik vrees dat dat omgekeerd maar amper het geval zal zijn. Nou ja, een aantal van hen zullen toch al overleden zijn. Dat zij dan zo.

Kris kras reed ik op mijn blauw gele gevaarte wat door de straten van de binnenstad. Richting het paleis Noordeinde, in de Hoogstraat, had ik met moeder en broer Jon nog ergens een keertje zitten eten, “Klein Zwitserland” of iets dergelijks had het geheten. Vele jaren later met neef Walter, na een bezoek met hem aan de “Hooge Raad”, vanwege een misgelopen subsidie, had ik nog koffie gedronken bij “des Indes”. Zoon Jeroen had daar, zelfs, behoorlijk chique laatst voor zijn werk vanuit Londen nog overnacht. “Volgende keer moet hij me maar bellen”, bedacht ik me de Dennenweg inrijdend, dan kunnen we misschien daar samen ergens eten om bij te praten. Nou ja, het is te doen, dat bleek, maar enige voorbereidingstijd toch met mijn ouder worden is hoe langer hoe meer vereist.

Kortom van allerlei dat verre van chronologisch bij me boven kwam. Ik ben indertijd toen ik kort na 2000 uit de Randstad vertrok van den Haag nog afscheid gaan nemen. Zo had ik er mijn eerste vriendje gehad en daar beslist dierbare herinneringen aan overgehouden. Met mijn collega Truus verkende ik indertijd de stad. Een keer liepen we tegen twee jongens aan van de A.B.K. Met hen bezochten we de kermis op het Malieveld. Ook gingen we er op dansles. Daar liep ik tegen een Otto aan. Toch was ik nog bij lange na niet aan een vast vriendje toe.

Broer Hans kwam ik slechts heel af en toe tegen. Hij zat er toen als inspecteur bij de politie. Wij bezochten elkaar niet.

Later vanuit Groningen had ik er nog een keer een rendez-vous met Nuno, ’n journalist uit Portugal. Die was ik met Hennie toen, in Groningen tegengekomen. Het hotel waar we toen waren staat er niet meer. Dat steekt me. Maar ja, zo gaan die dingen. Toen had ik amper grip op wat ik, naast die verpleging wel of niet deed.

Hoe zou mijn leven gegaan zijn als ik er in plaats van naar Groningen te trekken er gebleven was? Door “manlief” kwam ik er weer terug.

Ik ging nu op mijn fietsje door de poortjes naar het binnenhof. Veel bijzonders is er niet aan te zien, anders dan dat die plek geregeld op tv te zien is als er parlementariërs door journalisten worden aangeschoten en ondervraagd? Ziet er natuurlijk voor bezoekers van elders wel bijzonder uit, alleen zie ik dat er niet meer zo aan af. Wel valt op de karakteristieke bouwstijl, erg verschillend in vergelijking met die van elders in de stad. Ik sla linksaf en steek over richting de Voorhout.

Had mijn zinnen gezet op een drankje in de Posthoorn. Ik had daar wel eens eerder gezeten. Ik geloof niet dat ik me zijn illustere bezoekers van indertijd ooit gerealiseerd had. Tegenover le Bistroquet als ik het goed heb en….de amerikaanse ambassade? Iemand op facebook had er over verhaald, vandaar mijn wens om er zelf ook een keertje wat te gaan nuttigen. Voskuil van “het bureau” laat er Maarten Koning en zijn Nicoline geregeld die gelegenheid bezoeken. Een foto hangt er van de schrijver in de gang, onder Gerrit Kromrij zag ik vluchtig. Het liet nu ook wel een goed en apart publiek zien. Binnen zat een groep mannen nogal luidruchtig met elkaar te zijn. Buiten droop er wel enige arrogantie van de bezoekers af. Maar ik zat even lekker aan mijn biertje wat te mijmeren. De bediening, nogal onverschillig, getuigde er niet van veel betrokkenheid met hun gasten. Vermoed dat dat vroeger anders moet zijn geweest. Wat er geserveerd werd zag er wel heel lekker uit. Een volgende keer d.v. zal ik er wat gaan eten ook. Ik hoorde vandaag dat hun kroketten fameus zouden zijn, zag die echter niet op de kaart, wel bitterballen.

Mijn boterhammen met pindakaas had ik nog in mijn tas. Ik ging op zoek ergens naar een bankje om ze te nuttigen. Daarna ging ik naar Maria, met wie ik een afspraak had. Met haar met de tram naar Scheveningen, “een boulevardje pikken”, zoals zij zei en bij Simonis een visje eten. We kwamen 2 keer langs de Badhuisweg. Daar hadden Waldie en Jaap ergens eens gewoond. Beiden al een tijd lang overleden nu. Hun twee jongens zijn voor mij in de “mist” verdwenen.

HJR (3-8-’17).

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s