Zaterdag column

Bas Heijne.                                                                                                            17 maart 2017

Wat een waanzinnig gaaf land is het toch: een opkomst van meer dan 80 procent, een reusachtig stembiljet met achtentwintig partijen, Frits Wester die bezorgd de kiesraad gaat bellen omdat in Nijmegen de stembussen nog open zijn terwijl hij al op tv is, een patriottische lente die niet doorging en een linkse lente die niet doorbrak.
En Theo Hiddema in ons parlement.

PVV-stemmers, die na de overwinning van Trump overstelpt waren met aandacht van schuldbewuste media, hadden zich voor de zoveelste keer gek laten maken door Wilders’ afkondiging van de totale afrekening – nu werden ze wakker in een wereld waarin zij waren wat ze altijd geweest waren: niet Het Volk, maar gewoon een minderheid. Weer geen schoon schip.

Op links drong het besef door dat het fenomenale succes van Jesse Klaver schril afstak tegen de rest van het linkse landschap – een woestenij. Het land is verder naar identitair rechts opgeschoven, richting pleur op en het Wilhelmus. En om meteen een einde aan iedere vreugde te maken: het gedachtengoed van Wilders is diep doorgedrongen tot de partijen die hem klein wilden houden, het CDA en de VVD. Eigenlijk viel er dus niets te vieren!

De verliezers – toonden zich geen verliezers. Voor de betrokken burgers die hadden aangekondigd dat ze het systeem zouden kraken of met levende stemkastjes de democratie zouden redden, was een uitslag van nul zetels geen bewijs van hun overbodigheid. Integendeel. „Vanavond is het startschot van een nieuwe manier van politiek bedrijven”, aldus Sylvana Simons, lijsttrekker van Artikel1. „Het is het begin van een revolutie.” Ook het grandioos mislukte GeenPeil (vooraf: „Als we straks in één keer 76 zetels zouden halen, wordt het land onbestuurbaar”) zag 0 zetels vooral als aanmoediging voor een strijd die gestreden moet worden: „Regering controleren kan ook van buitenaf.”

Zoveel idealisme, zo’n machtige opdracht, dan heb je geen tijd om tussendoor nog even in de spiegel te kijken.

En de PvdA – de PvdA. Voor de verkiezingen gingen de kopstukken die de partij kapot hebben gemaakt hardop verklaren waarom de partij wel kapot moest gaan: Wouter Bos verkondigde hoe feilloos hij het politieke instinct van Geert Wilders vond (juist toen die fout op fout stapelde), Felix Rottenberg kraakte nog voor de verkiezingen de campagne van Asscher. Meteen erna pleitte Rob Oudkerk voor opheffing van de partij. Er zal vast weer een rapport komen over de nederlaag – en een opiniestuk van Wouter Bos, waarin gepikeerd wordt uitgelegd dat het overal slecht gaat met de sociaal-democratie. Volgens mij zijn de uitgangspunten van de sociaal-democratie heel goed naar deze tijd te brengen, volgens mij snakken veel mensen naar een moderne sociaal-democratie. Je hebt er alleen wel wat sympathiekere mensen voor nodig.

En Geert Wilders – op de verkiezingsavond zag ik een man die moe van zichzelf begint te worden. Volgens zijn Duitse geestverwant Frauke Petry van AfD was het de harde toon geweest (de toon!) die Wilders van de patriottische lente had afgehouden, maar dat lijkt me niet helemaal juist. Zijn probleem lijkt me dat steeds meer mensen doorhebben dat het alleen maar toon is, dat die verbale orgie van haat en wraakzucht zich niet laat vertalen naar welke complexe werkelijkheid dan ook. Wat nu? Weer dat opgeklopte getwitter, dat voorspelbare mobiliseren van volksopstandjes met nepguldens en busjes verzetsspray, de bizarre Zuid-Afrika-obsessie van Martin Bosma – allemaal cabaret dat ineens bleek zal afsteken bij de manische gangmaker Baudet, en tegenover de energieke frisheid van Klaver.

En dan komen er straks nog de onvermijdelijke afsplitsingen.

Het was kortom een heerlijke week, vol opwinding – dus wat maakt het uit dat we beseffen dat we eigenlijk gewoon weer terug bij af zijn? Er moet, net als de vorige keer, een coalitie komen tussen twee ideologisch tegengestelde kampen, twee verschillende manieren van naar de samenleving kijken, open en gesloten, nu uitgesmeerd over nog meer partijen. Dat is levensgevaarlijk voor partijen met een progressief profiel – en het opent de val waar PvdA onder Samsom met open ogen inliep: denken dat je met pragmatische politiek ideologische tegenstellingen kan wegvegen. De opluchting over het falen van Wilders dreigt opnieuw blind te maken voor de tegenstellingen die er wel degelijk zijn – er ook moeten zijn. Het antwoord op populisme is niet pragmatisme, maar visie en elan.

Dat is een waarschuwing. Maar geniet vooral eerst rustig na van het feest van de Hollandse democratie.

Bas Heijne schrijft hier elke zaterdag een column.

Advertenties