Over justanoldlady

78 jaar, (1939) alleenstaand, 3 kinderen, 8 kleinkinderen. Voel me betrokken bij het wel en wee van de wereld, maar neem tegenwoordig wat afstand ervan. Hou van lezen en films kijken, buiten leven, tuin, natuur, honden en andere dieren. Wandelen, fietsen althans....geen grote afstanden meer. En vroeger reizen.

Bettie

 

 

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

dinsdag middag. 

Net op tijd.

Besloot vanmorgen niet tot komende zondag te wachten. Met haar zoon had ik die dag voor een bezoekje vastgelegd. Maar de situatie was verergerd kreeg ik gisteren te horen. Op de bonne fooi gegaan. Ik zou wel merken als ik niet gelegen kwam. Ik had dan toch de rit naar haar gemaakt, als een soort van pelgrimage, een eerbetoon aan Bettie en aan de tijd die we hadden gedeeld.

Ik had niet verwacht haar zo te treffen als ik deed. Dat ze helemaal niet meer communiceerde had ik niet verwacht.. Hoorde ze mij nog wel? Ik meende nog iets daarvan te zien, in een zo nu en dan licht trekken van haar gezicht. Maar wat stond ik er met mijn mond “vol” tanden. Wat zou haar nog kunnen interesseren? Een kwartiertje heb ik aan haar bed gezeten, verbaasd over haar heengaan als ik nog altijd ben. De dood hoort dan wel bij het leven, we gaan per slot allemaal een keer, maar dat iemand zomaar uit je leven verdwijnt dat wil maar niet wennen. Het blijft niet te bevatten wat er dan gebeurt. En Bettie tekende geen protest aan, tenminste niet tegenover mij. Nou ja, zo veel keuze had ze niet en het is natuurlijk wel het verstandigst, maar als je niet gelooft dat je ergens heengaat, bewonderenswaardig hoe kalm ze er onder bleef. Ik geloof zelf in een bepaalde vorm van eeuwig leven, maar Bettie absoluut niet. Dood is voor haar dood. Ik geloof dat je je lichaam achter laat maar dat er voor je geest andere mogelijkheden zich zullen openbaren. Wie weet, eens zullen we het allemaal merken.

Bach muziek op de achtergrond, in die situatie extra mooi. Zou Bettie het nog horen? Ze was bereid geweest te gaan. Ze had het wel over een eenzame weg die ze te gaan had. Haar familie en vrienden liet ze achter. Mij ook. Met een gemak, dat me bevreemde. Haar huis ook, waar ze met erg veel genoegen woonde. Met een traplift later, ze zou er gemakkelijk oud kunnen worden, beweerde ze steeds.

We weten het niet van te voren hoe of het zal gaan. Het valt ook niet te plannen.

Nou is zo goed als 80, a.s. Vrijdag over twee weken zou ze dat geworden zijn, een mooi aantal jaren, maar toch? 

Ruim 55 jaren heb ik haar gekend. Op alle plaatsen waar ze sindsdien woonde heb ik haar bezocht. Haar man was eens mijn man, nou ja, vriend. Schiep dat juist een band of juist niet? We hadden voor van de zomer nog een andere afspraak liggen. Die houden we dan nu maar voor gezien.

Het einde bleek genaderd. Vandaag of morgen is het met haar gedaan. Haar ademhaling liet geen twijfel daar aan over. Bye, Bet, je een goede tocht gewenst. Ik ga je missen.

Hoe raar te constateren hoe ons leven voorlopig gewoon verder gaat. Haast ongehoord.

———— 17BFC2B5-D955-4D10-903F-E0A866423B66

HJR

Bettie is vanavond om 19.—uur gestorven. (17-7-‘18)

Advertenties

Wibo

Waarom nu? 79 is tegenwoordig nog best jong. Ik ben er toch ook nog? Best akelig, die leeftijdsgenoten die met hun leven stoppen. Voor hen, maar ook voor mij. We maakten immers ongeveer dezelfde dingen mee en keken in zeker zin met identieke blik en vol verwachting toen de toekomst in. Ik ga ze zeker missen. Tot dat ook ik hen volgen ga. f2f887b1-83f1-47ce-97df-fbd6a830d934.jpeg

Het was toevallig dat ik hem in de zestiger jaren tegen het lijf liep. We waren met “Ludiek” op reis, een studentenreisorganisatie.  In Krippenstein, ergens hoog in de bergen in Oostenrijk waren wij beland. Ik schoof bij hen aan tafel. Best, achteraf gezien, gedurfd, maar waarschijnlijk voelde het vanzelfsprekend. Het was een einde van een middag. Ik zal wel van het skiën net thuisgekomen zijn. Met hem raakte ik  aan de praat. Hij had ook in Groningen gewoond. Kennen deed ik hem niet. Ik keek nog geen tv. Hij kwam ook net als ik uit de buurt van Haarlem. Zat er wel op een andere school.

Er gebeurde iets bij hem en daardoor ook bij mij. Hij gaf me aandacht. Dat voelde apart en bijzonder. Na een paar dagen hielden hij en zijn vrienden het er weer voor gezien en vertrokken  naar een oord waar meer te doen was. 

Het maakte indruk. Een aantal momenten van dat contact bleven in mijn herinnering en op mijn netvlies verankerd. Hij was een erg krachtige persoonlijkheid. Ik denk dat ik dat toen onderging. 

Ik zag hem één keer terug. Hij zou niet met mij trouwen, zei hij, alsof ik daarom vroeg. Hij vond mij daarvoor niet interessant, wat hij daar ook mee bedoelde. Ik wist niet dat zoiets ooit een optie zijn kon. Ik vond veel in de wereld interessant, maar dat ik dat zelf ook zou moeten kunnen zijn, was nooit in mij opgekomen. Nou ja, hij had kort daarvoor Willeke Albertie even als vriendinnetje gehad, dus ja, zingen kon ik niet en bekend was ik al helemaal niet.

We spraken toch niet helemaal dezelfde taal. Ik was de weg kwijt en probeerde die weer terug te vinden, mede via hem. Naar mijn idee heb ik toen indirect daar wel het nodige aan gehad. Maar mogelijk heb ik me van allerlei hieromtrent verbeeld. Kreeg wel wat last van achtervolgingswaan, dus werd het wel oppassen geblazen.  

Twitter bestond toen nog niet. Mijn commentaar op o.a. zijn programma’s moest langs de toen gebruikte weg in briefvorm.

Later “volgden” we elkaar wel op twitter. Veel onderlinge overeenkomst was er niet en evenmin veel uitwisseling van tweets. Ik wilde hem er alleen zo nu en dan wel op “horen”. Ik had er behoefte aan zijn aanwezigheid. De laatste  tijd hield hij zich stil. Hij vond twitter niet geweldig. Ik dacht “ hij houdt het voor gezien”. Veel twitteraars haakten immers af? Maar hij was ziek, dat wist ik niet.

Zal hij het missen al dat intermenselijke onderlinge gehannes in de wereld? Vast wel. Hij leek me erg betrokken en geïnteresseerd in wat er allemaal zoal gebeurde.

HJR 

 

Over Jona en over Rome

Of het nu met Jona te maken heeft of met Rome, ik denk met allebei. 

Vriendin Hannie zat bij Jona Lendering op Hovo cursus indertijd.  Ze was er enthousiast over, over hem en over de cursus. Ik geloofde het wel. Ik ging niet naar zo’n cursus. Wat zou ik moeten met al die nieuwe informatie, die ik toch weer zou vergeten?

Maar Jona ging naar Rome. Dat was in mei 2002. Daar was ik in de winter van ‘96/‘97 één keer eventjes geweest en ik wilde er graag nog eens naar terug. Ik had van de stad oorspronkelijk een heel andere voorstelling gehad. Hannie gaf me op.

Niet het Sint Pieter gebeuren, dat boeide me niet, alhoewel dat kerkje aan de zijkant, de “kerk der Friezen” en de catacomben onder het complex al waar het vermeende graf van Petrus, me wel weer intrigeerden. 

Het was een leuke groep mensen die hij met zich mee had Jona. Ja wat wil je als het om Hovo studenten gaat. Sowieso al ontwikkelde mensen, waar ik me nu eens onder bevond. 

Het was een gezellig met elkaar optrekken geweest langs de diverse bezienswaardigheden van Rome. Het gaat mij vooral om “sfeer te proeven” overal, want veel kapstok om de nieuwe informatie aan op te hangen heb ik niet. 

Ach ja, Romulus en Remus, die door een wolvin waren grootgebracht en later Rome stichtte, daar had ik van gehoord. Het Pantheon herkende ik uit de film naar Harry Mulisch boek “de ontdekking van de hemel”, met dat gat in het plafond en het graf van Rafaël. De Sixtijnse kapel met Adam en God aan het plafond kende ik van de ansichtkaarten. 

Oh en het lekkere eten daar, heel anders dan mijn spaghetti thuis. De catacombe met al die schedels en de via Appia, het Forum Romano, en die zeven heuvelen in de stad, waarvan mij de Palatijn het meeste bekoorde

Rome, een stad om te omarmen met hart en ziel. Waarom, geen flauw idee.

Ik weet niet of er meer mensen van de reis nog in verbinding staan met Jona, ja, wel zijn vriend Marco, die af en toe zich ook op twitter meldt, maar van anderen heb ik geen weet. Zowel Hannie als reisgenote Jannie heb ik de aandacht proberen te vestigen op Jona. Ze waren immers zo geïnteresserd in wat hij allemaal hen onderwees? Konden ze thuis zich gratis en voor niets laven aan zijn kennis. Jona is mij nl. close gebleven door zijn aanwezigheid op twitter. Regelmatig fabriceert hij stukjes die hij er plaatst, blogs genaamd. Het zijn de gewone stukjes die het meest aan mij besteed zijn, een serie over het leven van zijn vader bv.,  zijn ergernissen over wat hij meemaakt in de stilte coupé’s in de trein, en nu vanmorgen betreft het zijn fascinatie voor don Quichot. Van de rest is niet veel blijven hangen, te hoog gegrepen voor mijn eenvoudig denkraam. Neemt niet weg dat ik me zo goed als dagelijks via hem er steeds even door laat voeden.

HJR (10-7-‘18)

Lastig beide verhalen te integreren. Wat me stoort is nl. dat bovengenoemde Hannie en Jannie, allebei indertijd idolaat met Jona, nu deze dagelijkse stukjes van hem aan zich voorbij laten gaan. Ze zijn immers niet op twitter? Zouden ze juist nu moeten gaan. Scheelt hun een hovo cursus ook.

 

Blip.fm

 

BB290FB0-487E-4050-8208-7781F2C984B5

Muziek aan tafel

 

De uitvinder van het internet laatst,……had zich heel wat anders voorgesteld hoe of het er mee zou lopen. Er zou volgens hem sprake zijn van verbroedering tussen de volkeren op aarde. Daar is in elk geval niets van terecht gekomen. In het begin leek het er wel even op. Via twitter had ik aanvankelijk veel meer contact dan nu, maar vooral via mijn www.blip.fm. stations. Hoe we elkaar bereikten d.m.v. diverse muziekjes. In het begin natuurlijk van mij uit uiterst aarzelend, maar gaandeweg durfde ik steeds meer. 

Vermoed dat You-Tube er een stokje voor stak dat er zo uit zijn “winkel” werd gejat. Ik had geen idee dat ik dat deed. Maar daarmee werd toen de mensheid wel iets ontnomen. De diverse individuele blip stations had zeker blijvend iets van een broodnodige verbroedering tot stand gebracht. 

Ik heb die stations nog steeds en af en toe als ik in de keuken sta vooral, haal ik daar mijn muziekjes vandaan. Ik heb er die eerste jaren nogal wat verzameld. Veel zijn nu niet meer available, maar voldoende nummers kan ik er nog steeds beluisteren. Leuk om mijn eigen keuzes van indertijd op deze manier te kunnen blijven horen. Jammer alleen dat er niet meer met anderen over de wereld over gecommuniceerd kan worden. Was toen best apart. 

HJR (2-6-‘18)

https://youtu.be/bfphrBiF0Ow

Helaas bleek me recent dat blip.fm niet meer bestaat. (8-7-‘18)  

——

Wie het begrijpt mag het zeggen. Op mijn laptop blijken mijn beide blip stations nog te bezoeken en te beluisteren. Zelfs blijft het “grote scherm er in tact”. Nou ja, maakte er weer dankbaar gebruik van.

(9-7-’18)

Alles doet het toch weer, ook op de I-Pad. (13-7-‘18).

Gezondheidszorg

Heb ik er klachten over? Ach nee. Ik leef nog dankzij de medische ontwikkelingen en prima begeleiding. Wel heb ik er zo nu en dan een zeker gevoel van onbehagen bij. Ik ga uit van een beeld van hoe ik vind, dat het er in zijn algemeenheid zou moeten toegaan, ook in de diverse specifieke vormen. Ik hou bovendien niet zo van verandering, dus iedere ontwikkeling hou ik gevoelsmatig in den beginne tegen.

Een groot deel van mijn leven heb ik het betreurd dat ik na de middelbare school niet met de medicijnen studie was aangevangen, zoals ik in Groningen een aantal klasgenoten van mij zag zien doen. Hen zag ik met enige jalouzie voorbij gaan op weg naar de college zalen, terwijl ik in een keuken van een afdeling fruit stond schoon te maken voor de patienten. Tegenwoordig ben ik daar juist blij om. Ik realiseer me dat ik, mezelf nu beter kennende, die studie waarschijnlijk nooit zou hebben volbracht en indien van wel, ik een allerbelabberdste dokter zou zijn geweest, gemakzuchtig wezen als ik ook ben.

Neemt niet weg dat de gezondheidszorg wel een gebied is waar ik mijn interesse enigszins heb liggen. 

Ik werd dan wel geen arts, maar wel verpleegkundige, vroeger verpleegster genoemd. Was ik ook niet goed in hoor. Maar ben blij dat ik die opleiding heb afgerond. Bovendien heb ik er voor mijn latere leven wel wat uit opgestoken. 

Maar sindsdien is er veel veranderd in de ziekenhuizen, verpleeghuizen en waar in de gezondheidszorg dan ook, eerst in opgaande lijn, en later vond er op verschillend gebied weer afbouw plaats. In de ouderenzorg, gehandicapte zorg e.d. werden de mensen weer terug naar huis gebonjourd. Het zal wel om een geld kwestie zijn gegaan, maar de uitleg was dat we dat zouden willen. En alles rond de gezondheidszorg werd verzakelijkt. Tijd betekent geld. Stress treedt op. Medicijnen worden duurder en ook hier, managers verrijken zich. 

Maar de ontwikkeling gaat door. Er kan steeds meer in onze lijven worden gerepareerd of vervangen. Maar hoe of het allemaal betaald moet gaan worden is onduidelijk. 

De werkers in de gezondheidszorg, mijn pet neem ik voor hen af. Aan hen ligt het niet. Maar wel aan de tijdgeest die voor de verzakeling zorgt, waardoor men in zijn algemeenheid in mijn ogen in de gezondheidszorg de weg kwijt lijkt, een taal spreekt die al lang niet meer de mijne is.

– – – HJR (10 – 5 -‘18)

Bevrijding

Voor mij is 5 mei, de herinnering aan de bevrijding. 1945. De Tommy’s en de Canadezen. Hoe het feest was in ons dorp. 4 Mei is een ander verhaal. Dan herdenken we onze doden en de Joden. Wat kreeg ik daarvan mee? Niet zo heel erg veel. Hoe er een kleed bewaard werd, onder het onze. En verder? Nou nee. Ik was daar echt te jong voor. Maar later pakte ik wel het nodige op. Het was vooral de sfeer die heerste. Zelf heb ik hoe dan ook nergens over te klagen. Natuurlijk het was na de oorlog verre van een vetpot, maar last had ik door gebrek aan vergelijking in materieel opzicht zeker niets te klagen. 

De dagboeken van broer Jon gaven kleur en reliëf aan mijn herinneringen. Hoe hij op het laatst schreef “niet meer te kunnen”, want al tijden niets noemenswaard te eten gehad, kon hij aan het eind van de oorlog bij Alkmaar ergens in de kost. De grote broers, ze hebben het zwaar gehad. 

Toen moest Hans ook nog eens naar Indië. Nooit liet hem dat meer los. Maar vertellen ho maar. Wel maakte hij duidelijk, hoe er veel niet boven tafel kwam. #doofpot kwesties. Dat was schrikken voor hem. De rest van z.n. leven, bleef hij worstelen. Wat hij meemaakte, wij weten het niet. 

Politionele acties. Daar willen ze geloof ik nu aandacht voor. Wat let ons, zou ik willen zeggen? Indonesiërs zelf zitten er niet mee geloof ik, maar sommige anderen toch wel. 

Laat 5 mei de dag hier mogen blijven waarop wij de bevrijding herdenken, en vrijheid hoog in ons vaandel zullen mogen tillen. Het was ook een onevenaarbare tijd. Tegelijk kunnen we tot ons door laten dringen, hoe weinig we sindsdien op het gebied van de vrede zijn gevorderd. Laten we verder vooral alle andere misstanden op het gebied van de wereld vrede met elkaar betreuren en blijven wedijveren voor “ever lasting peace”. Hoe dan ook en waar dan ook.

HJR. (5 mei 2018)

– – – – – 

Koninginnendag

Koninginnendag

Ik maakte de wisseling van de wacht nog mee, zonder toen door te hebben wat er speelde. Ik vroeg er meneer van Beaumont een keertje naar, maar hij wist niet wat ik toen bedoelde. We liepen op de Essenlaan, beiden richting huis. Hij was mijn onderwijzer van de vierde klas. Ik moest er zelf later  achter komen dat het Juliana’s verjaardag op 30 april was waardoor de viering ervan niet meer aan het eind van de zomer en aan het begin van het schooljaar was, maar voortaan in de lente. Waarom die onderwijzer mijn vraag toen niet wist te beantwoorden is voor mij de rest van mijn leven onduidelijk gebleven.

Koninginnendag was toen ook al oranje gekleurd. Ik kan me ook alleen maar zon herinneren die op die dag volop scheen. En, hoe we in een optocht door de dorpsstraat liepen. Ik hoopte dat er bekenden waren, die mij er tussen zagen lopen. Ik was kennelijk best wel trots daar zo te kunnen lopen. We togen in mijn herinnering naar de sportvelden achter het Dorpshuis aan de Donkerelaan. Maar eigenlijk weet ik nu niet of daar wel sportvelden lagen. Maar hoe dan ook, die wedstrijdspelletjes, ik vond er niet veel aan. Maar ja, het hoorde er nu eenmaal bij en het was ook toen al voor die leerkrachten een enorm georganiseer.

De kermis  aan de Zanelaan in Haarlem was leuker. Wanneer ik daar voor het eerst naar toe ging weet ik niet en evenmin met wie. Waarschijnlijk kwam ik daar pas toen ik op de middelbare school zat. Voor een dubbeltje in de zweefmolen, een zuurstok en verder het gezwier met elkaar langs de diverse  kraampjes.                    Versie 2

Later kwam het met de kinderen allemaal weer terug. Hoe ik met mijn oudste naar de kermis ging, de foto van hem in de draaimolen, mijn moederhart vol trots. En hoe ik een later jaar met hem naar de optocht had staan kijken en wij thuis terugblikten en elkaar vertelden wat we allemaal niet hadden gezien. En hoe we dat ook een aantal keren vierden op Ambassades elders. Hoe mijn hart zich daar met vaderlandse liefde vullen kon.

Dit jaar had ik mijn Jumbobol en een oranjebitter later op de dag met mijn mede bejaarden in ons huis. En zijn we inmiddels al een tijdje overgegaan op Koningsdag. Gelukkig nog steeds in de lente, waardoor verwarring over jaargetijdes uitbleven.

HJR (27-4-‘18)

Mijn haarborstel

Mijn haarborstel

Kocht hem in de Breestraat. We woonden toen even in Leiden. Dat was in 1970/1971. De borstel gebruik ik nog steeds. Zie nu dat ie wat vuil is en dat ik hem even weer door de ammonia moet halen. Of er andere mensen zijn die dat ook zo doen weet ik niet. Mijn moeder deed dat al zo.
Het is dus de fijnste haar borstel die ik sindsdien had. Andere kunnen er in de verste verte niet aan tippen. Meestal zijn ze tegenwoordig van plastic. De mijne is van riet of touw, eigenlijk geen idee. Dat pakt mijn haar lekker beet. Ik wil al lang niet meer dat anderen met mijn borstel hun haar doen. Ik wil nl dat hij tot mijn eind nog mee gaat. Daarna mogen ze hem weggooien.

 

Het winkeltje in Leiden bleef nog een tijd lang bestaan. Zeker 10 jaar. Ik was er in de buurt blijven wonen, dus af en toe kwam ik er nog wel. Of ze er nog andere dingen verkochten of deden, ik herinner me alleen vaag die man die er stond. De borstels lagen in de étalage.
Ik heb er later nog één gekocht. Voor mijn dochter. Voor als ze naar het zwembad ging. Binnen de kortst mogelijke tijd raakte ze die kwijt. Gepikt door iemand denk ik. Ja, een fijne haarborstel is goud waard.
Het is er niet meer van gekomen nog een exemplaar aan te schaffen. Wist ook niet toen dat ze er uit zouden gaan en niet meer te koop.

HJR (31-3-‘18)

Voor een goede nieuwe haarborstel moet ik zijn bij: “Mason &Pearson” in Londen.  Wie weet.

Over Indië en zo…

Afbeelding

Het is raar hoe het verleden opgeslagen ligt in herinneringen. Ontzettend weinig beelden zijn er van. Wat er tussen die beelden ligt, lijk ik kwijt. Gelukkig dat er nog foto’s zijn, anders zou ik er nu nog veel minder van weten.
Ik moet denken aan een leraar die ik had. Met een zoon kreeg ik recent contact op facebook. Ik stuurde hem twee foto’s , waar zijn vader nog op staat. Als antwoord een titel van een boek over zijn vader, geschreven door zijn broer, of zoals later blijkt over vader en zoon, over hoe die elkaar zoeken en ….uiteindelijk toch vinden.

Ik wist helemaal niet dat meneer Sayes een Indië verleden had. Niet dat dat voor mij van belang was, want er werd verder toch nooit over gesproken. Het betekent hooguit een gevoelsmatige scheidslijn tussen groepen mensen. Ze hadden iets anders meegemaakt dan wij. Wat gold was wat we op dat moment deelden. Kende ik Oeroeg al en had ik al iets uit de Max Havelaar toen gelezen? Saïdja en Adinda misschien? of Orpheus in de dessa? Zal het zeker toen niet hebben kunnen plaatsen. Geen idee ook meer welke boeken ik voor mijn eindexamen op mijn lijst had staan.

Langzaam druppelden berichten over Indië toen, later mijn bewustzijn binnen. Maar pas als ik heel veel ouder ben. Op een gegeven moment dacht ik ook wel alles van daar, maar ook van “over de oorlog hier” te weten, tot blijkt dat verhalen uit het verleden onuitputtelijk zijn. Er zijn er net zo veel als dat er mensen zijn of waren.

Zal het boek over mijn leraar zeker gaan kopen en lezen. Ik moet hem alleen eerst nog even verder opdiepen uit mijn herinnering en ruimte maken om hem met drie jaar Burma spoorweg toe te kunnen laten “in mijn leven”.

802BB0D0-A60E-4270-B209-3A4D5486EEA3

Met onze wiskunde leraar Sayes. Eindexamen klas 1956 (HBS b)

2FD3E99F-A920-4783-AD06-7151F91713C5

Werkweek Kootwijk 1956

HJR (19-2-‘18)

Vervolg  (4- 3-‘18)

Inmiddels ben ik een eind op weg in het boek over de familie Sayes, in het boek heten ze anders.  Ik lees het in een eigen volgorde. Met de “spoorweg” wacht ik nog even. Het staat het verst van mij af en lijkt mij het gruwelijkst om te lezen. Ik vind dat zoon Adriaan het allemaal goed beschrijft.

De kampen liggen nu achter hen, ze zijn door het Suez kanaal gegaan. Hun leven in Nederland zal gaan beginnen. Wat een overgang zal dat zijn.
Wie had kunnen bevroeden dat ik ooit zo me in het leven van mijn wiskunde leraar zou gaan verdiepen? Zonder facebook zou ik ook nooit meer aan die familie hebben gedacht. Verbaas me erover wat ik er dan toch nog van weet. Het enige echte contact was dat ogenblik dat meneer Sayes me aansprak ergens in een gang van de school, mijn naam noemde en heel enthousiast er over was hoe goed ik mijn algebra had gemaakt op het eindexamen van ik geloof ‘57. Daar was ik natuurlijk toen ook heel erg blij mee, vooral omdat dat meer op geluk dan op inzicht moet hebben berust. Maar gek hoe nu dat boek lezend, mij beschreven werd hoe anders hij tegenover die zoon van hem was. Hoe die gemist had zijn goedkeuring en zijn steun. Hoe er geen complimentje af had gekund toen hij op de sportinterlyceale een geweldige prestatie had geleverd, er zelfs met geen woord thuis over werd gerept, terwijl zijn pa dat toen beslist wel geweten moet hebben. Maar Pa Sayes kon met zijn gevoelens geen kant meer op, nadat de Jappen die zo beschadigd hadden.  Er was door die Jappenkamp ervaringen van de gezinsleden een enorme kloof tussen meneer Sayes en zijn zoon ontstaan, die gesymboliseerd werd door een door zijn moeder in haar onschuld toegezegde, maar toen niet door zijn vader meegebrachte dinky-toy.

Maar verder, als er dat fotootje niet zou zijn geweest, zou ik echt niet meer hebben geweten, dat ik daar voor het bord met hem ooit had gestaan. Ik zie hem in mijn ooghoek ergens nog wel haastig en ietwat vooroverlopend, zijn volle boekentas onder zijn arm dragend, dat huis van hem inschieten. Zijn kinderen idem dito. Noch met Betty, noch met Adriaan heb ik ooit een woord gewisseld. Dat ze nog een jonger broertje hadden, herinnerde ik me pas weer, toen die op facebook verscheen. Meneer Sayes, hij was een goede leraar, dat werd algemeen beweerd. Ik had daar zelf geen kijk op. Wat ik zelf op school deed was me amper duidelijk.

In zekere zin heeft “Anton”, zoals Adriaan in het boek heet, in het kamp “the time of his life”. Natuurlijk was er veel te weinig eten, en waren die Japanners erg wreed. Of, was het eigenlijk allemaal heel schadelijk voor zijn persoonlijke ontwikkeling? Hoe zal het jongetje uit “The Empire of the sun” het er, eenmaal terug bij zijn ouders het er later van af hebben gebracht? Anton maakte in elk geval als vijf jarig jochie, op strooptocht naar brandbaar spul voor zijn moeder om te koken, veel spannende momenten door. Je groeit dan natuurlijk wel behoorlijk verwilderd op. Die difterie later was “kantje boord”. Lastig om in dat gareel te belanden, wat hem in Nederland boven het hoofd zou hangen.

Ik herinner me hoe ze uit Indië kwamen, de kinderen. Joa, mijn vriendinnetje, de dochter van tante Wiesje, een vriendin van moeder. Kees, die bij mij in de klas zat, en Bert de Kruif, die bij hun Opa tijdelijk in huis kwamen en later uit mijn zicht verdwenen in een kinder tehuis. Wouter de Wilde die bij ons in de laan kwam wonen, maar later over dat Indië, niet meer met mij kon praten.

Van meneer Sayes had ik dat dus niet geweten en ook niet dat hij van huis uit Katholiek was. Ja gek, hoe zulke dingen voor mij toen telden en eigenlijk nog wel een beetje.

Enfin, nu eerst verder met het boek

Vervolg:  (6-3-‘18)

  • Het is natuurlijk verschrikkelijk allemaal. Het lijkt wel alsof er veel met een mantel der liefde later werd bedekt, maar ondertussen hebben die Japanners wel het nodige op hun geweten. Dat wij in ons V.O.C. verleden ook het nodige op ons kerfstok hadden, is weer dat appels met peren vergelijk gedoe. Ik wil me nu even tot die Japanners beperken. Veel mensen hebben domweg erg onder die Jappen geleden en hoe handel je dat nu af? Mensen die daar niets van hebben meegemaakt zijn eerder geneigd om weer zoete broodjes met dat Japanse volk te gaan bakken. Ik herinner me hoe ik in Exeter met Taka voor een boekwinkel stond en ervoer hoe het klikte tussen ons. Veel beter dan met zoon Jeroen, die ik daar opzocht. Daar verbaasde ik me toen over. Taka was de eerste Japanner die ik ontmoette. Het was een bijzonder aardig joch. Jaren later had ik hem nog een keer aan de telefoon, toen hij op zoek was naar Jeroen. En de volgende Japanse was Hatsue, de vrouw, waar neef Paul mee aan kwam zetten. Bij Paul moest ik ook niet over de wanddaden van de Jappen beginnen. Het was natuurlijk ook niet mijn pakkie an.
    Maar ik snap Wim Kan’s en meneer Sayes’s weerzin in die lui, als je meegemaakt hebt wat zij meemaakten. Las in het boek trouwens dat Wim Kan daar indertijd de verschillende kampen met zijn conferances af was gegaan. Verbaasd me dat dit sowieso op touw gezet heeft kunnen worden. Enfin vele doden vielen er. Verbazingwekkend, maar meneer Sayes overleefde de ontberingen, van binnen echter nogal beschadigd.
  • Goed dat die atoombommen vielen? En hebben de Japanners hun lesje geleerd? Hebben ze nu wel of niet al sorry gezegd? Ik vind dit een verwarrend issue, ook in vergelijking met hoe de Japanners in Amerika zelf toen behandeld werden. Daarover wordt ook in het boek gerept. Ik neem aan dat je je als land, als volk, als individue gewoon begrepen wilt voelen welk effect hun handelen op de gevangenen gehad heeft. En dat daar dan een vanzelfsprekend sorry uit voortvloeit en dat je dan pas daarna met elkaar verder kunt. Dit lijkt me belangrijker haast dan leed vergoeden in natura. De laatste woorden over deze kwestie zullen er nog niet over zijn gezegd. En wreedheden bedrijven zullen wel nooit de mensheid verlaten en geregeld ook in de toekomst de kop op steken. Daar zijn we met de recente gebeurlijkheden in het midden oosten inmiddels wel achter, ondanks de vele goede initiatieven die na de tweede wereld oorlog werden genomen, zoals o.a. De Veiligheid’s Raad van de Verenigde Naties en Amnestie Interrnational.

Maar meneer Sayes gaat éénmaal terug in Holland verder met onderwijzen van wiskunde. Hard werken helpt hem gevoelens over dat verleden te onderdrukken. Zijn liefde voor zijn kinderen toont hij niet. Zielsveel houdt ie van die jongen, die hunkert naar bevestiging en een stimulerend woord. Er heeft zich een PTSS syndroom bij hem ontwikkeld.

Ik zoek voor mezelf altijd naar de zin er van, als ik iets moeilijks ervaren heb. Dat er een achterliggende reden voor was. Dat je er ook iets van op kan steken en er van kan groeien. Van ervaringen van anderen heb ik echter af te blijven. Toch wordt ook in het boek iets beschreven hoe voor de Japanners Djengis Kahn als historische figuur een voorbeeld was. Hoe ze met nietsontziende middelen een eigen doel voor ogen hadden en ons westerlingen uit Azië wilde verdrijven en zelf er de baas over wilden zijn.  Daar werd van “ons” uit toen weer een stokje voor gestoken d.m.v. die bom. Nu worden van de weeromstuit de kaarten op nieuw geschud.  Hoe wij als mensheid gelijk een organisme zijn en niets, zie ook de diverse histories van landen, voor eeuwig is.

Hoe ook van het één het ander kwam.

HJR ( 6maart 2018)