Over justanoldlady

78 jaar, (1939) alleenstaand, 3 kinderen, 8 kleinkinderen. Voel me betrokken bij het wel en wee van de wereld, maar neem tegenwoordig wat afstand ervan. Hou van lezen en films kijken, buiten leven, tuin, natuur, honden en andere dieren. Wandelen, fietsen althans....geen grote afstanden meer. En vroeger reizen.

Bloemendaal en zo.

 

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

De begraafplaats waar mijn ouders liggen bestaat dit jaar 100 jaar. Ik kreeg een uitnodiging om dat te vieren. Niet naast de deur en nogal lastig om er te komen. Maar de OV fiets bood uitkomst en ook het schitterende weer van gisteren werkte mee. Was voor mij meteen een “stok achter de deur” om voor wat aanplant te zorgen bij het graf, iets wat ik al jaren een keertje wilde doen.

Bloemendaal inrijdend, hoop ik onwillekeurig direct al om er bekende tegen te komen. De huizen van de mensen staan er nog, alleen wonen er nu onbekenden. Niemand die mij er nog kent en ik ken hen evenmin. Ik vind dat best een raar soort gewaarwording. Ik geloof dat iedereen uit de laan nu weg is. Mevrouw Oud en Corrian waren de laatsten. “De Pen” en “Waterleiding” zijn nu appartementen.

Ik was ruim op tijd op de begraafplaats. Kon rustig er mijn bolletjes planten, en namens mijn kleindochter Rozemarijn besloot ik tot een plantje van haar naam. De oude struikjes hadden zich in ietwat armzalige staat weten te handhaven. De rhododendron liet toch knoppen zien.
Voor ieder kind, kleinkind en achterkleinkind plus aanverwanten stopte ik een bol in de grond. Mijn ouders nageslacht, wie weet nu voortaan vertegenwoordigt in een narcis of blauwe druif?
Het was goed om er even zo bezig te zijn.
Schuin er tegenover ligt broer Jon, waar zijn vrouw Gretha een artistiek hoogstandje heeft verricht.

De ontvangst was sober. Ik bleef er temidden van totaal onbekenden. Had slechts een paar gesprekjes. Maar ‘t was OK. Er werd verteld over de begraafplaats, er werd gemusiceerd. De nieuwe burgemeester was er. Daarna een rondleiding over de begraafplaats, langs graven van mensen over wie wat te vertellen viel, wat algemene bekendheid betreft. Jac P. Thijsse was daarvan voor mij de meest bekende. Op de grafstenen wel bekende namen.

Het is een prachtige plek, de mooiste begraafplaats misschien wel in het land.

HJR. (16-10-‘17)

Advertenties

Bonno

Bonno (1940 – 2017)

Weet nog altijd van de eerste keer dat “hij aan mij verscheen”. Hij vloog a.h.w. de kamer binnen, -boven / voor – in het huis van Jon en Gretha. Heel enthousiast was hij geweest over de jongens die hij op zijn vakantie in Spanje had ontmoet. Ik weet verder niet meer wat hij daar toen over vertelde. Met mij wisselde hij geen woord.
Ik maakte hem verder amper mee, maar hoorde geregeld zijn naam noemen. Over hem en zijn vriend. Hoe die hem bedonderde. “Ja” zou hij gezegd hebben, “liefde maakt blind”. Ze hadden een eetclubje met z’n vieren, Jon en Gretha, Rida Bije en hij. Uiteraard ging in de tijd dat het aan was met die vriend, die ook mee. Toen zou ook ik een keertje mee mogen, althans van Jon. Maar dat werd achteraf niet toegestaan? Zat Bonno daar toen achter?
Ik vond hem streng. Toeteren bij ‘t wegrijden vond hij niet horen b.v. Ik werd daar ongemakkelijk van.
De voorlaatste keer dat ik hem zag was bij een etentje dat Jon gaf ter viering van het één of ander. “Een documentaire over Sukarno op de tv. kort daarvoor, die hij had gemist” passeerde het gesprek. Ik had die wel gezien en zei dat. Sukarno bleek “een Indo” geweest te zijn kon ik toen melden. Dat was voor hem ook nieuw. Later twijfelde ik of ik het wel bij het rechte eind gehad had. Maar gelukkig werd dat door Adriaan van Dis nog eens bevestigd.
Bij Jon’s overlijden was Bonno één van de sprekers. De opname daarvan heb ik nog. Hij bewonderde Jon: “unieker dan uniek”. Geldt ook van hem zelf, maakte ik nu op uit wat er rond zijn eigen overlijden zoal over hem geschreven is. Op de begrafenis van Jon zag ik hem vervolgens wegfietsen, aan verdere verplichtingen had hij geen boodschap gehad.
Waarom zou hij zo fel geweest zijn en zo principieel? Over zijn jeugd in Baarn vernam ik niets, alleen dat hij bij Irene in de klas had gezeten.
Nergens las ik trouwens dat hij ook op ‘t Kennemer had gedoceerd. De school waar hij Jon per slot ooit had ontmoet en waar hij het zo naar zijn zin had gehad en waar hij Anneke Metz, de zus van mijn vriendin Aukje als collega engels trof en op wie hij om voor mij onduidelijke redenen nogal gesteld zou zijn geweest. Het Kennemer was lange tijd met andere scholen w.o. het Baarn’s verenigd in een “interlyceale”. Vandaar misschien dat hem dat in eerste instantie richting Haarlem bracht?
Over zijn jeugd is mij helemaal niets bekend, noch over zijn familie. Maakt dat wat uit? Er zou een verklaring kunnen liggen over zijn karakter. Maar dan nog, ik ga al veel te ver door zo uitgebreid het over hem te hebben.
Het zal wel met mijn eigen a.s. einde te maken hebben. Dat het leven uit die levenslustige jonge man van toen nu voor goed verdwenen is. Dat die bovenvoorkamer bij Jon hem nu ook kwijt is. Dat alleen ik er nog in mijn herinnering kan komen, totdat straks dat ook niet meer kan.
Bonno ging absoluut niet met zijn tijd mee. Hij bleef in zijn geschiedenis vak hangen. Vanwaar die hardnekkigheid. Hij kreeg helaas voor hem het gelijk niet aan zijn kant. Met de veranderingen in de wereld was hij het als leraar geschiedenis niet eens. Op alle mogelijke manieren verzette hij zich er tegen. Dat hielp uiteindelijk totaal niet. Hij bleef met lege handen achter.
Het is raar maar waar, zijn heengaan doet me wat.

HJR (24-9-‘17)

 

Ruim baan?

Ruim baan voor de Islam?

Heb een beeld op mijn netvlies, vaag omdat het al van lang geleden is: “Een oude vrouw, een onzichtbare last op haar gebogen schouders dragend, ging de trap op van een kerk”. Een hoofddoek droeg zij om haar hoofd, het was donker koud en regenachtig. Het was in Londen, jaren zestig. Ik was in de twintig, ging zelf nooit naar de kerk. Maar ik snapte plots waarom zij wel ging. Daar vond zij gehoor, troost en steun, voor haar zwaar bestaan. Even verlichting, even energie ook tappen wat mogelijkheid bood om door te gaan. Ik snapte plots de zin van geloven en van die plek waar dat dan ook kon.

Een beeld van houten kerkjes in de noordelijke landen. Zag gisteren een film van Ingmar Bergman. De dorpelingen in het zwart gekleed, met sombere gezichten. Een samenkomen bij elkaar. Hoe ‘n mooi gezicht.

En ik op zondagochtend soms even buiten op mijn balkon, hoor er nog steeds dan het klokgelui, wat me goed doet en waar ik blij van word.

Mijn tekenen van het Christendom. Weinig? Voor mij genoeg. Staat voor die volmaakte man die ooit ook hier op aarde was. Die wij kunnen proberen in zijn gedrag te volgen. Gewoon een weg om op te gaan.

We hebben er alleen wel een doodlopende weg van gemaakt en een streep onder onze westerse religie gezet.

Ik vind dat jammer.

Snap ook niet dat we onze eigen godsdienst vaak belachelijk maken en voor de islam zo veel gelegenheid scheppen. Waarom moest onze eigen godsdienst wijken voor die van een ander volk?

————
HJR (6-9-‘17)

Natuurlijk, kan ook best zijn dat die vrouw toen helemaal niet kwam om er te bidden. En natuurlijk waren er veel misstanden in de kerken. En ook werden we er nogal eens met hel en verdoemenis om de oren geslagen, waardoor het mooie van het leven onzichtbaar werd. Heeft allemaal m.i. met verkeerde interpretatie te maken van het wezenlijke van de oorspronkelijk boodschap van Jezus.

————

Diana

Diana,

Dat wat ik van haar zag op tv. indertijd, die beelden hebben zich niet herhaald in de verschillende documentaires over haar. De documentaires  werden nu uitgezonden vanwege haar sterven 20 jaar geleden. Wel werd genoemd haar bijzondere manier van omgang met de mensen en dat was wat me ook erg voor haar innam.
In haar uitstraling naar de mensen, bleek zij nl. heel natuurlijk, warm, invoelend, en eenvoudig. Hoe speelde zij dat klaar, hoe wist zij zò met de mensen te communiceren. Ik vond dat reuze bijzonder en knap. Dat de mensen haar zo op handen droegen en zo massaal om haar dood rouwden, ik neem aan dat dat om die reden was.
“She was the princes of the people”, who could not solve their problems, but she did understand the meaning and helped of course if possible. “Is she an angel”? asked a dying child. I think she was in a way.
She was also a dreamer I think. She believed in true love, but as for me she wasnot realistic on this matter. Her Pakistani boyfriend saw that better i dare say. A life with Dody was from the beginning “ten dode opgeschreven”.

https://nos.nl/googleamp/artikel/2189887-de-dagen-na-de-dood-van-diana-werd-alles-geregisseerd.html

Bekijk Diana: zeven dagen die de wereld schokten: Diana: zeven dagen die de wereld schokten op npo.nl/AT_2081844

Als mensen het dan hebben over hysterie, ik weet dat niet. Ik noem het eerder een kosmisch proces, wat dan zo massaal optreedt. Een samen iets heel duidelijk voelen. Dat dat lastig voor buitenstaanders valt te snappen, begrijp ik. Hier heb ik ook daaraan niet meegedaan.  Maar hysterie vind ik in verband met Diana’s dood veel te negatief beoordeeld. Ze had gewoon iets prachtigs over zich: van binnen en aan de buitenkant een prachtig wezen. De tragiek ook van haar leven sprak de mensen aan. Ze had veel mee. Maar er zat haar ook heel veel tegen. Maar bij wie niet? Dat is wat leven is. Je probeert het te snappen, je probeert er goed in te doen, maar op het slagveld van het leven wordt het een mens nu eenmaaal niet gemakkelijk gemaakt, ook Diana niet. En men had met haar te doen.

———

HJR (1-9-’17)

Maarten

http://www.ad.nl/binnenland/enlsquo-ouder-worden-valt-een-beetje-tegenenrsquo~ab829199/109762446/

De tweede keer dat ik hem ontmoette, wist hij nog van de eerste keer. Maar of hij zich nù de beide keren nog zal herinneren, ik weet het niet. Het is natuurlijk ook niet belangrijk. Alleen als ik hem dan weer eens ergens zie verschijnen, hetzij op de tv of in een artikel of zoals nu in een tweet op twitter, komt er iets van vertedering bij me boven en zit ik in mijn herinnering weer even naast hem op de bank.
Toen ik hem ontmoette was hij net een beetje bekend. Daarna ging het met hem in sneltreinvaart wat successen betreft bergopwaarts.

Die transgenderij boeide me niet zo. En met zijn boeken begon ik ook pas veel later. Ik vind het wel leuk hoe het met hem ging. Die “tuinderij” van hem was ook apart en evenals zijn kennis van de klassieke muziek. “Die man die weet zo veel”, hoor ik mijn vader nog over hem zeggen, een geweldig compliment en een reden voor mij om toch eens serieus met een boek van hem aan de gang te gaan.

Laatst stuitte ik op zijn boek recensies op you-tube. Zijn uitleg daar kan ik erg waarderen. Hij zegt van zichzelf dat hij niet zo sociaal is. Ik vind hem wel reuze geïnteresseerd in heel veel. Hij is ook heel aardig. Hij is alleen zo uniek dat hij oppervlakkigheid bij anderen vermijdt en kennelijk is dat bij zijn vrouw net zo.

Hij was een goede schoolvriend van mijn buurman indertijd. Vandaar. Waarschijnlijk troffen we elkaar op een verjaardag. Ze hadden ook een keer wat lui van hun school uitgenodigd. Toen werd mijn fototoestel geleend om dat vast te leggen. We hebben het over de zeventiger jaren. Het meisje uit de regenwulpen was daar toen ook bij.

Jammer dat hem het ouder worden tegen valt. Lichamelijke klachten en het ontbreken van vooruitzichten en misschien het naderende afscheid van het leven. Want dat hij van veel genieten kon dat heeft hij ons wel laten zien. En wij van hem.

HJR

(19-8-‘17)

“Ach ja, den Haag”

Posted on augustus 3, 2017
Hoi,

Natuurlijk zijn ze niet belangrijk, de passen die ik in het verleden zette door den Haag. Voor mij echter markeren zij nogal wat paden, of vanuit groter perpectief bezien, beter te spreken van paadjes uit een leven, in dit geval het mijne. Ook leidden zij mij gisteren langs diverse mensen, successievelijk uit mijn herinnering te voorschijn komend. Nee, interessante verhalen leveren ze niet op. Wel interessant is natuurlijk de achtergrond waartegen het zich allemaal afspeelde en nog steeds aan het afspelen is.

Tippen van sluiers werden opgelicht. Wat ik zie en me tegelijkertijd herinner, beangstigt me. Ook raak ik er door ontroerd, ben ik verbijsterd en wat al niet meer. Hoe het b.v. er in mijn ogen in de afgelopen zestig jaar niet fraaier op geworden is. De aandacht trekkende étalages van weleer zijn er voor een groot deel weg. Veel staat er in de stijgers, mogelijk vanwege de vakantie/zomertijd. Hoe dan ook, ik vond het er nogal verloederd uitzien. Alsof we hier in vgl. met vroeger de grip op de wereld aan het kwijtraken zijn, dat het echte leven zich nu elders afspeelt en zoals we weten in het verborgene van internet reeds plaats heeft. Maar niemand die er mee lijkt te zitten, ze hebben het er ook domweg mee te doen. Wie wéét ook nog van vroeger? Hoe in een gelegenheid op het Spui, een orkestje speelde en er ook “in de diepte” gedanst kon worden? Weet niet meer hoe of het heette. Hek? En daar vlak bij het station Staatsspoor, waar ik, op sollicitatie bezoek, na afloop koffie met appeltaart nuttigde? Ook weg. We dunnen uit, wij oudjes. Ik moet het me ook eigen maken dat verandering vaak geen verbetering betekent, handelingen en verwachtingen nogal eens op onvoldoende inzicht zijn gebaseerd. Wie wil ook dat iets minder gaat dan beter? Maar het gaat zoals het gaan zal.

Ik had me met een OV-fiets op pad begeven, een in blauw en geel geverfd geval.  Wel uitkijken geblazen: de soepelheid is uit mijn lijf verdwenen, de terugtraprem ben ik ontwend, verkeer komt bovendien van alle kanten. Maar ik kwam er verder mee, dan lopend.
Het zou de verjaardag van mijn moeder zijn geweest. Ik wilde dat met koffie en gebak eerst even memoreren. Alleen, waar zou ik dat dan kunnen doen? Uiteindelijk kwam ik er voor beneden bij de Bijenkorf, waar het zicht niet meer op verkeer gericht is, trams en auto’s gaan er nu ondergronds. Vervolgens zette ik mijn tocht voort. Met wat roltrappen ga ik naar boven om te kijken wat er is. Ik liep er wat onwennig rond. Heb dan ook helemaal niets meer nodig, dus nogal een ongericht geslenter en slechts een vorm van eerbetoon aan al die eerdere bezoekjes die ik ook aan het Amsterdamse filiaal in het verleden bracht. Nu herken ik me er niet meer in, ook al raak ik gelukkig nog niet verdwaald. Wel leuk dat het er i.t.t. V&D tenminste nog staat. Maar een afdeling boeken, ik geloof niet dat die er nu nog is. Op de begane grond is ook niets meer te krijgen wat ik ooit behoef. Duidelijk bestemd voor de chiquere mensen onder ons.
Ik weet dat mijn grootmoeder en ook mijn ouders eveneens met diverse veranderingen te maken hadden. Ik kan me herinneren hoe ze het geregeld over van “voor de oorlog” hadden, een scheidslijn in hun leven, die voor het mijne het begin er van was. In den Haag begon ik met het “echte leven”:

Laatst bij de bushalte vertelde ik nog aan een Ethiopiër hoe ik indertijd Haile Selassie er had gezien, voorbijrijdend in een open wagen op de Kneuterdijk. De man had mij met ontzag toen aangekeken. “Onze keizer”, vroeg hij nog? “Ja, ik had echt nog naar hem gezwaaid”. Iemand achter me riep toen, “Haili Selassi, haal es me jassie”, hetgeen me de rest van m’n verdere leven bij bleef.
’n Andere keer dat ik er zo aan de kant van de weg stond was op een Prinsjesdag geweest, ’n tweede dinsdag in september.  De enige keer dat ik ooit naar de Gouden koets heb staan kijken was toen in datzelfde jaar, op de Bezuidenhout, in de buurt van, waar ik toen werkte. Het was het jaar 1958, waarin ik kennis maakte met den Haag en met mijn zelfstandig leven.

Die mensen die ik er kende en nu in gedachten weer tegen kwam, ze zijn me op een bepaalde manier dierbaar. Ik vrees dat dat omgekeerd maar amper het geval zal zijn. Nou ja, een aantal van hen zullen toch al overleden zijn. Dat zij dan zo.

Kris kras reed ik op mijn blauw gele gevaarte wat door de straten van de binnenstad. Richting het paleis Noordeinde, in de Hoogstraat, had ik met moeder en broer Jon nog ergens een keertje zitten eten, “Klein Zwitserland” of iets dergelijks had het geheten. Vele jaren later met neef Walter, na een bezoek met hem aan de “Hooge Raad”, vanwege een misgelopen subsidie, had ik nog koffie gedronken bij “des Indes”. Zoon Jeroen had daar, zelfs, behoorlijk chique laatst voor zijn werk vanuit Londen nog overnacht. “Volgende keer moet hij me maar bellen”, bedacht ik me de Dennenweg inrijdend, dan kunnen we misschien daar samen ergens eten om bij te praten. Nou ja, het is te doen, dat bleek, maar enige voorbereidingstijd toch met mijn ouder worden is hoe langer hoe meer vereist.

Kortom van allerlei dat verre van chronologisch bij me boven kwam. Ik ben indertijd toen ik kort na 2000 uit de Randstad vertrok van den Haag nog afscheid gaan nemen. Zo had ik er mijn eerste vriendje gehad en daar beslist dierbare herinneringen aan overgehouden. Met mijn collega Truus verkende ik indertijd de stad. Een keer liepen we tegen twee jongens aan van de A.B.K. Met hen bezochten we de kermis op het Malieveld. Ook gingen we er op dansles. Daar liep ik tegen een Otto aan. Toch was ik nog bij lange na niet aan een vast vriendje toe.

Broer Hans kwam ik slechts heel af en toe tegen. Hij zat er toen als inspecteur bij de politie. Wij bezochten elkaar niet.

Later vanuit Groningen had ik er nog een keer een rendez-vous met Nuno, ’n journalist uit Portugal. Die was ik met Hennie toen, in Groningen tegengekomen. Het hotel waar we toen waren staat er niet meer. Dat steekt me. Maar ja, zo gaan die dingen. Toen had ik amper grip op wat ik, naast die verpleging wel of niet deed.

Hoe zou mijn leven gegaan zijn als ik er in plaats van naar Groningen te trekken er gebleven was? Door “manlief” kwam ik er weer terug.

Ik ging nu op mijn fietsje door de poortjes naar het binnenhof. Veel bijzonders is er niet aan te zien, anders dan dat die plek geregeld op tv te zien is als er parlementariërs door journalisten worden aangeschoten en ondervraagd? Ziet er natuurlijk voor bezoekers van elders wel bijzonder uit, alleen zie ik dat er niet meer zo aan af. Wel valt op de karakteristieke bouwstijl, erg verschillend in vergelijking met die van elders in de stad. Ik sla linksaf en steek over richting de Voorhout.

Had mijn zinnen gezet op een drankje in de Posthoorn. Ik had daar wel eens eerder gezeten. Ik geloof niet dat ik me zijn illustere bezoekers van indertijd ooit gerealiseerd had. Tegenover le Bistroquet als ik het goed heb en….de amerikaanse ambassade? Iemand op facebook had er over verhaald, vandaar mijn wens om er zelf ook een keertje wat te gaan nuttigen. Voskuil van “het bureau” laat er Maarten Koning en zijn Nicoline geregeld die gelegenheid bezoeken. Een foto hangt er van de schrijver in de gang, onder Gerrit Kromrij zag ik vluchtig. Het liet nu ook wel een goed en apart publiek zien. Binnen zat een groep mannen nogal luidruchtig met elkaar te zijn. Buiten droop er wel enige arrogantie van de bezoekers af. Maar ik zat even lekker aan mijn biertje wat te mijmeren. De bediening, nogal onverschillig, getuigde er niet van veel betrokkenheid met hun gasten. Vermoed dat dat vroeger anders moet zijn geweest. Wat er geserveerd werd zag er wel heel lekker uit. Een volgende keer d.v. zal ik er wat gaan eten ook. Ik hoorde vandaag dat hun kroketten fameus zouden zijn, zag die echter niet op de kaart, wel bitterballen.

Mijn boterhammen met pindakaas had ik nog in mijn tas. Ik ging op zoek ergens naar een bankje om ze te nuttigen. Daarna ging ik naar Maria, met wie ik een afspraak had. Met haar met de tram naar Scheveningen, “een boulevardje pikken”, zoals zij zei en bij Simonis een visje eten. We kwamen 2 keer langs de Badhuisweg. Daar hadden Waldie en Jaap ergens eens gewoond. Beiden al een tijd lang overleden nu. Hun twee jongens zijn voor mij in de “mist” verdwenen.

HJR (3-8-’17).

Verdwaald

Gisteren op het perron een in het wit geklede, normaal verzorgde vrouw met een handbagage karretje en nog wat andere meegezeulde spullen. Ze was de hele tijd in gesprek met een vrouw van NS. Ik luisterde niet, ook al ving ik een paar woorden op. Ik kon haar er even niet bij hebben, zo zeer was ik nog gevuld met eigen dingen.
Toch is ze blijven hangen in mijn geheugen. Ze was één halte in mijn richting meegereisd. De trein ging verder en liet haar achter op een in de verlatenheid liggend perronnetje. Waar was ze op weg naar toe? De NS medewerkster had ik een andere plaats horen noemen, de andere kant op. De vrouw van het spoor was zichzelf alsmaar aan het herhalen: “hoort u me”? “Begrijpt u wat ik u zeg”? “Ik zal het u nog één keer uitleggen”. ” Misschien kunt u het opschrijven”. De vrouw zelf hoorde ik niet. Wat moest ze? Wat wilde ze? Er was iets wat niet klopte. Ze leek me verdwaald te zijn in ons stelsel van transport. Ze sprak kennelijk Nederlands, dus taal was niet het punt geweest.
Hoe oud ze was? Een jaar of 40? Maar ze leek helemaal van de wereld los geraakt. Althans zo was ze op me overgekomen en in mijn herinnering blijven hangen.

Zoiets kan natuurlijk maar zo. De bedenkers van ons wegennet en allerhande ander ’vervoer’s traject, ze menen dat het eenvoudig is, maar je moet het natuurlijk wel snappen. Een beetje weten hoe plaatsen t.o.v. elkaar liggen, de logica begrijpen die aan welk systeem dan ook, ten grondslag ligt. Kleine kinderen hebben er geen weet van, voor ouderen wordt het ook steeds lastiger en voor demente bejaarden al helemaal. Maar ook voor hen die anderszins verdwaald zijn in hun eigen geest.

Zijn ze net als de bejaarden te duur geworden voor de samenleving? Is er nog wel een vangnet voor ze of een instantie die enigszins over hen waakt en dat ook in de toekomst zal blijven doen? Ik hoop het.

Ook in de samenleving kloppen de dingen veelal niet, maar gelukkig vaak ook wel.

—————

HJR

Uitleg graag

Inenterij betreffend

Het was/is in het nieuws: ouders laten hun kinderen steeds minder inenten. Men gaat nu onderzoeken hoe of dat komt.

ikzelf zou nog steeds aan mijn kinderen die prikken willen laten geven. Ik wil mijn kind niet extra aan gevaren blootstellen en wil ook rekening houden met het algemene belang van de hier bedoelde vaccinaties.

toch blijf ik met de vraag zitten, hoe men aankijkt tegen het kunnen en moeten continueren van vaccinatie in de nabije, en vooral de verre toekomst. Schiet men erin niet te ver door? Zou die vanzelfsprekendheid van het vaccinatie programma niet ook eens tegen het licht van kritiek gehouden kunnen worden?

Ik zou uitgelegd willen hebben hoe het administreren, het realiseren en continueren van deze hele inenterij kwestie  gaat en hoe of men dat in de toekomst denkt te zullen gaan doen. Hoe leggen we het de verschillende andere landen uit, en hoe hun burgers? Want zoals wij nu bezwaren zijn gaan aantekenen, mondig als we als samenleving aan het worden zijn en inmiddels zijn, zo zullen elders ook mensen stil gaan staan bij kwesties zoals deze.

Wat is dat precies voor goedje dat we ingespoten krijgen? Hoe paternalistisch werd er in voorbije tijden niet met ons omgesprongen. Inmiddels willen we uitleg hebben en terecht. En ook willen we antwoord op onze vragen.

Ik snap dat overheden risico’s op epidemieën  willen vermeiden en dat ze daar maatregelen voor treffen. Maar hoe zit het met resistentie? Heeft het zin om zo naar die 95% norm te streven, vooral omdat dat in de toekomst misschien wel eens niet gehaald zal kunnen worden en die hele inenterij een relatief kort leven beschoren zal zijn vanwege nog meer eraan gekoppelde bezwaren.

We gaan uit van een geordende samenleving, een wonder op zich. Verbaas me er over dat alles steeds zo blijft functioneren als dat het doet. Beelden van elders doen beseffen dat die orde verre van vanzelfsprekend is. Maar zelfs daar lijkt er orde in de chaos.

De vaccinatie tegen kinderziekten is ook elders kennelijk al gewoon.

HJR (25-6-’17)

Zie ook: http://wp.me/p1DNWA-138 (’n lastige kwestie)

Een vader met zijn zoontje aan de wandel.

Ik fietste ze achter op, nam aan “een vader met zijn zoontje aan de wandel”, met in vaders hand ook nog een hondje aan de lijn. De jongen liep wat te “slungelen” met zijn lichaam. Ik stapte af, er kwam een brug die ik liever lopend over ging “Nou jij hebt een eind gelopen”? Zei ik tegen het jochie. De vader draaide zich wat lachend naar me om, “zag u ons al eerder”? “Nou nee, maar u bent hier al een eindje van de gewone weg af”, we waren op een fietspad, buiten de bebouwde kom….. en ze moesten ook daarvoor al een eind gelopen hebben, zou niet weten van waar ze al wel niet gekomen zouden moeten zijn. Het jongetje keek me ook lachend aan en had het over een rondje dat ze aan het lopen waren en de man hoorde ik iets onduidelijks zeggen over een verkeerde weg ingeslagen te zijn. Ze waren nu van plan naar Baarn te lopen en daar dan de trein te nemen. “Mijn hemel” dacht ik, “dat is nog een flink eind van hier” en het liep al tegen het einde van de middag. Maar welke kant ook op, het zou nog ver lopen zijn. Ik keek naar de benen van het jong en naar zijn schoenen, die zagen er gelukkig wel in orde uit. Hij had al wel wat vermoeid uitziend voor me uitgelopen. “Hij is al vijf dat kan hij wel”, zei de vader, die waarschijnlijk mijn “zware hoofd” zag met betrekking tot de kwestie.
Ik heb nooit iemand meer achterop, bovendien, nu extra lastig met die mand. Ik zag niet hoe hen te kunnen bijstaan. Ik liep even met de vader op, de jongen rende voor ons uit over de brug. Een beetje eng, want stel …..eronder lag diep water. Maar het ging goed. Hij zei aan het eind weer dat ze een rondje liepen en nu ook had hij het over de trein.
Ik stapte weer op de fiets en liet ze achter me. Zag het voor hen nog knap lastig in. Maar zo gaat dat als een probleem niet echt het mijne is. Ik schudde het van me af.
Ik was ook een rondje aan het doen, ook wat in het wilde weg, maar op de fiets. Dat gaat wat vlugger en je kunt zitten terwijl je voortgaat.
Een eindje verder besloot ik terug te keren en aan de andere kant van het water de andere richting op te gaan. Die weg had ik per slot nog nooit gereden. Hier had ik gezien wat ik wilde zien, en wist nu waar ik op de boot kan stappen, op welke dagen en hoe laat: een tochtje nl om in de komende maanden een keertje te gaan doen. Terug richting brug dus.
De vader en zijn zoontje waren gestopt met lopen en vlak bij de brug aan het water op een bankje gaan zitten en zaten er nog steeds. Zouden ze er wat hebben zitten eten en drinken? De vader had een rugzak om. Hoe zij vandaar verder gingen en hoe of dat moet zijn gegaan, dat hield me nog wel een tijdje bezig. Ik stond er vanmorgen zelfs mee op. Een man zonder de moeder van het kind, van “toeten noch blazen wetend” op het gebied van hoe of het zijn moet met een kind? Ik nam zonder ook maar iets te weten het één en ander zomaar aan.
De afgelopen jaren hadden er langs ’s Heren wegen wel meer vaders met kinderen gegaan. Zoiets komt wel vaker voor. Heb ook aan Rémy moeten denken en Vitalis. Kwestie van aanvaarden? Denk het wel.


HJR (6-6-’17)

Van vroeger thuis.

Dierbaar,IMG_6366

Normen en waarden, waar hebben we het over? De onze dan wel te verstaan? Ik zou het in dit verband misschien liever hebben over gewoontes of gebruiken. Hoe of ik opgroeide met een vader en een moeder, de één aan het werk, de ander thuis. Dat gaf stevigheid. Hoekstenen van de samenleving werden ze genoemd, #gezinnen. Dat kunnen we tegenwoordig in dit verband niet meer zeggen. Het zelfde geldt natuurlijk voor de diverse verschillende stromingen in de kerken, “zuilen” genoemd. We stopten massaal met “in God te geloven”, en alles werd langzamerhand toe gestaan als “winkelen op zondag”, behoorlijk ontbloot op straat, gebruik van verdovende middelen,….blijheid gekoppeld aan vrijheid. Alle richtlijnen overboord.
Maar we hadden goed onderwijs, de kinderen mochten hun eigen studie financieren, er was goede zorg voor “jan en alleman” en nog een behoorlijke welvaart bovendien. Dat Slochteren dat allemaal mee hielp financieren drong toen niet echt tot ons door.

Helaas, de decadentie sloeg toe. Men ging alles nl. ook nog eens vanzelfsprekend vinden en het was allemaal vanwege prijsvechterij nog betaalbaar bovendien.
Zo kijk ik er tenminste in grote lijnen tegenaan. De terugslag moest wel een keertje komen. Of moet ik dat niet zo noemen, maar beschouwen als een logische ontwikkeling? Want inderdaad, de rollen zijn wat omgekeerd aan het geraken: vrouwen hebben nu vaak goede banen en de mannen zitten thuis. Veel ontslagen in de zorg, het werd gewoon te duur. Bejaardenhuizen moesten dicht, want mensen bleven liever thuis, althans dat werd gezegd, ook al loerde eenzaamheid om de hoek en waren woningen niet berekend op de juiste zorg. Het onderwijs ging kampen met te weinig leerkrachten, gezinnen vielen uit elkaar, kinderen liepen verloren rond. “Jeugdzorg” ging eveneens al eerder op de schop.
De meeste informatie komt via de media tot mij. Anders zou ik ook niet verder kijken kunnen dan mijn eigen neus lang is. Zou het dan allemaal maar loos alarm zijn? Zou zo maar kunnen. Fake-news noemen ze dit geloof ik.
Al met al vind ik toch dat onze ruggengraat in de westerse samenleving zijn stevigheid aan het verliezen is. En dat betreur ik ten ene male, omdat ik zo veel van waarde hier in ons westers bestaan graag zou willen behouden. Het zijn vooral de nauwelijks te benoemen subtiele dingen die ik hier beoog. Geluiden betreffend, geuren, het als vanzelfsprekend aanvoelen van bepaalde gewoontes, eigenlijk die niet aan anderen uit te leggen dingen, aan iedere samenleving eigen.
Het kwam door die drie vorkjes en die twee messen, waardoor mijn gedachten met me op de loop gingen en hoe of het voor mij voelde dat ons bestaan zoals we het ons zo graag wensen, ons uit de handen glipt en tussen de vingers aan het verdwijnen is. Hoe graag ik ook vooral mijn vorkjes bewaard zou willen zien, als kleine overblijfselen uit een periode waarin mijn wortels liggen en die van mijn nageslacht. Met die vorken prikte ik als kind mijn in blokjes gesneden boterham. Nog zijn ze handig, maar vooral me oh zo dierbaar, vanwege dat “thuis” dat al achter de einder verdwenen is evenals zo veel anders van vroeger. Dus niet de normen en waarden zo zeer als wel die gebruiken, gewoontes en vooral de sfeer van toen.

HJR (24-5-’17)

———