“Harnas van Hansaplast”

“Harnas van Hansaplast”

Er was in de pers nogal wat te doen geweest over dit boek van Charlotte Mutsaers. Toevallig dat ik de aflevering in dwdd zag waarin zij over een voorval in het boek werd aangevallen en waar zij zich toen te verdedigen had. Daardoor was ik op de hoogte van het boek en was mijn belangstelling gewekt.
Het is vlot en goed geschreven. De inhoud van het verhaal boeide me. Ik houd van familie verhalen. Het is autobiografisch, maar wat er van klopt en wat erbij gefantaseerd is, is onduidelijk.
Centraal staat het leven van de jongere broer, die als een kluizenaar in Utrecht leefde en in de ouderlijke woning is blijven wonen. Als de broer overlijdt, aan haar en haar zuster de taak het huis leeg te ruimen.
Begrijpelijk dat ze veel tegen komen en dat Mutsaers het één en ander in een boek heeft willen vast leggen. Ze beschrijft ook wat er bij haarzelf over haar jeugd naar boven komt.
Het betrof een gezin van zogenaamd goede huize, wonend in Utrecht. Het tijdsbeeld is van na de oorlog. Van moederszijde ws. wordt er afgestamd van Ir Lely (van de afsluitdijk). Zij zijn in ieder geval achter-kleinkinderen van hem. Wat het beroep is van de vader wordt niet duidelijk.
Charlotte beweert dat ze door beide ouders weinig liefdevol zijn opgevoed. Zal best kunnen, maar uitzonderlijk was dat niet, het waren ook ouders van hun tijd, met hun manier van doen. Zelf ook afkomstig uit gezinnen waar het verstand de boventoon voerde, ten koste van het gevoel. Het betrof hier ook een “knappe koppen” gezin, met merkwaardig en uitzonderlijk gedrag in hun nageslacht nogal eens tot gevolg. Charlotte komt zelf ook met het ziektebeeld autisme op de proppen.
De ophef over het boek waar ik aan het begin over schreef, vind ik erg overdreven en bovendien kwalijk om de integriteit van de schrijfster zo in twijfel te trekken.
Ik zelf vind het schrijnend te lezen over iemand die zo buiten de samenleving leeft en daar zo erg mee blijkt te hebben geworsteld. Deze mensen komen voor. Ze zijn moeilijk om mee om te gaan, maar behoeven onze aandacht desalniettemin.

HJR (29-1-‘18)