“Onder her ijs”

Mijn bevindingen n.a.v. :      

’t Is dat het op de flap tekst van het boek staat vermeld en ook dat ik ’t wist toen ik er aan  begon, maar uit de tekst zelf had ik ’t er anders niet uitgehaald. Ik bedoel…, dat het hier gaat om de Frans uit de boeken van H.Voskuil en Frida Vogels. De hoofdpersoon van het boek heet Bert. ’t Betreft dan ook de schrijver zelf.

In DHK2 had Frida het er over dat ze Frans z’n teksten na diens overlijden mee zou nemen en…met instemming van hem, zou proberen uit te geven. En inderdaad werden die op een gegeven moment, mogelijk enigszins door haar bewerkt bij van Oorschot bezorgd.

Het werd “Onder het ijs“. Het boek staat wat mij betreft op zich zelf. Frida komt er niet in voor en Maarten en Nicoline (M. en N.) w.s. een paar keer.

Bert blijkt schizofreen. Hij beschrijft zijn opname in 2 verschillende klinieken, zijn wijze van zelfstandig wonen, en geeft hij beschrijvingen van wandelingen e.d. ’t Speelt zich af in de 60-er jaren. Jan Foudraine is nog niet met zijn “Wie is ven hout” verschenen. Dat boek bezorgde indertijd nogal voor wat veranderingen in de behandeling van psychiatrische patiënten. Daar heeft Bert niet direct meer van kunnen profiteren.

Even bekroop me het “One Flew Over the Cuckoo’s nest” gevoel, toen ik met het boek begon. Wil niet zeggen dat de behandeling die Bert ten deel viel zo veel beter was, maar de doktoren en het personeel komen in het boek niet zo aan bod. Ook hier is bij de behandelaars en psychiatrisch personeel enigszins sprake van autoritair gedrag en een betweterige houding. Bert weet gelukkig nog zijn eigen koers te bepalen. —”Ze hoeven me minder te beloeren en ’s nachts te besluipen. Ik ben bang voor ze. Laat ik ze niet weerstreven. Ik zal alles doen wat ze vragen, en ze daarbij voortdurend in het oog houden. Ze ontgaan me niet”.(blz153)— Bert voelt zich rot: hij is angstig en kan geen structuur aanbrengen in zijn dagritme en dagbestedingen. Hij verwachtte en zocht hulp, maar ontdekte dat die niet te krijgen was. En op eigen houtje weet hij de kliniek te verlaten om dan maar weer op nieuw op zich zelf te gaan leven: “midden in de wereld ga ik leven, samen met de bakker en de dokter en de anderen. Dat is pas kunst, zonder te hollen of te draven en het open onder ogen zien van het verdwijnpunt waar niet aan te tornen valt”.      (blz 309)

Bert getuigt er van te kunnen schrijven, dat zeker. Mooi zijn zijn beschrijvingen van de natuur: “Het blauw achter de wolken is ver. Ze zijn dichter bij het blauw dan bij de aarde. Te zeggen dat de wolken de hemel uit zakken in langere en meer losgewaaide vegen. Er is met zo veel kracht gewaaid dat er twee wolken lagen los zijn gekomen.” (blz 241)              En: ” De berketoppen boven de bosrand achter de linde zwaaien kalm tot ze weggeduwd worden, een grote zwaai terug maken en dan diep uit het westen naar de linde toe buigen.”(blz. 245).

Hij geeft een heel duidelijk beeld van zijn leven met zijn mede patiënten in de kliniek. Zijn manier van schrijven deed me nogal eens in de lach schieten, hoe triest zijn situatie ook is. Hij beschrijft ook wat hij buiten ziet: de linde voor het raam, de tuinman met het witte konijn en de lui die buiten mogen wandelen. Want, nee voor hem is ” buiten wandelen nog niet geoorloofd”. Passend werk in de natuur, daar zou hij eerst een lange opleiding voor hebben moeten volgen. Bert is trouwens onderwijzer. Hij haalde zijn diploma van de kweekschool.

Hij schetste een Mr. Been achtige vertoning toen hij beschreef hoe hij de lekkages in zijn huis te lijf ging. Ook de “Strandwandeling” met “die man bij de paal” is op een bepaalde manier amusant.

Er is iets vreemds met zijn denken aan de hand en ook wel in zijn gedrag. Toch is hij vaak wel te snappen. Hij zou maatschappelijk uit de toon vallen en lastig om mee om te gaan. Moeilijk te volgen en te snappen is zijn hersenactiviteit, vooral in “Vallei” I en II. (Dat is een aan de rand van de stad gelegen opgespoten stuk nog braakliggend land waar hij graag door heen struint). Voor wiens interesse gebied het is, de psychiatrie, lijkt ’t me interessant om te lezen. Want hoe krijg je anders een idee wat er nu eigenlijk gebeurt in die hersenpannen van die lui die aan die ziekte lijden? Hij is continue in gesprek met “’n ander ik”?, springt van de hak op de tak en er is daar in die gedeeltes van het boek, geen touw aan vast te knopen. Doodvermoeiend lijkt het me. Vallei III is weer erg ontroerend, het zich zo één voelen met de natuur wordt hier duidelijk geïllustreerd.

Bijzonder dat deze man zich in de vriendschap mocht verheugen van de Voskuils en van Frida Vogel. Enzo/Stephano, de man van Frida, begreep daar dan ook niks van. Ik zou het hen ook niet nagedaan kunnen hebben, vanwege die onrust en die verwarde geest. Maar het zal die liefde voor natuur en dieren vooral zijn geweest die hen zo bond.

Ik vind het een waardevol boek. Snap niet goed dat ’t zo goed als verdween en zo moeilijk nog op te vragen was.

————

HJR

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s