“Requiem voor een vriend”

Requiem voor een vriend van J.J. Voskuil

Over Jan Breugelman, alias Jan Bruggeman.

September 2020.

Een omstreden boek, zo bleek. (Zie recensies in dbnl.org. Van Heldring onder andere en interview met Voskuil van Elsbeth Etty).

Heb het bijna uit en er met plezier in gelezen. Sommige stukken waren me te lastig, te warrig en voor mij oninteressant, daar las ik wat overheen. Ik kende de schrijvers niet, noch de staatslieden uit heden en verleden waar vooral Jan in zijn schrijven mee kwam. Toen we verder kwamen in de tijd werden ze wel bekender. Jan werkte toen op het ministerie en Voskuil zelf natuurlijk op het Meertens instituut. 

Ik was meteen geboeid aan de start. Tien jaar voor dat de oorlog begon. Twee jongens, Han en Jan, die opgroeiden in Den Haag, achter de duinen bij de Vogelwijk. Ben daar enigszins bekend. De oorlog scheidt hen ten dele van elkaar, maar wordt door briefwisseling in stand gehouden. Voskuil bewaard de correspondentie. Dit gaat door, met tussenpozen tot aan de dood van Jan in 1992.

Uit de boeken van “het Bureau” herkenbare droogkomieke beschreven interacties doen me goed. De herkenbare voorbije tijdgeest van toen eveneens. 

De brieven van Jan worden kennelijk letterlijk weergegeven. Dat hoofd van hem moet barstens vol zijn. Vaak snapt ook Han hem niet en leest de brieven vaak slecht. “Twee gaten erin en bergt ze op”. Ze schrijven allebei. Voskuil is hierin succesvoller. Maar beiden zijn het zoekers en lopen aan hun vele intellectuele bagage te sleuren en hebben moeite met hun plaats te vinden in de samenleving. “Terugrijdend naar Amsterdam had ik het gevoel dat het leven zinloos was en dat het dat veertig jaar geleden ook al was geweest” (Han op blz. 401) Maar ze fietsen ook en wandelen veel. Vraag me af of “Topie”, een vriendin van Jan, dezelfde is als de Topie die ik gekend heb. Voskuil gebruikt, zo goed als de echte namen in dit boek? Stad en jaren kloppen. Maar kan het haar niet meer vragen. 

Die vriendschap tussen de twee mannen is ongekend. Te meer ook dat Voskuil vreselijk links is en Breugelman, als lid van de VVD en even kamerlid, behoorlijk rechts. Niks geen strijd tussen die twee, al heeft Lousje wel af en toe last van die “rechtse praatjes” van Jan.

Het omstredene zit ‘m, neem ik aan in dat letterlijk citeren van Jan’s post. Diens vrouw en kinderen zouden zijn ingelicht en hebben de publicatie toegestaan. Jan komt er wel heel duidelijk “op te staan”. Wat zou Jan er zelf van hebben gevonden? En zou Voskuil er niet een betere draai aan hebben moeten kunnen geven? Voskuil zelf zou ook niet helemaal gelukkig er over zijn geweest. 

Maar het ligt er nu en het zal er blijven liggen. Mij persoonlijk stoort het niet. Het is gewoon een eerlijk verhaal. Jan was/werd manisch depressief. En dat had Voskuil pas aan het eind van Jan’s  leven pas door. Voskuil overleeft Jan zestien jaar en sterft in 2008

Practisch onbeschreven blijft Jan’s deelnemen na de oorlog aan de politionele acties in voormalig Ned. indië. Mijn broer heeft er tengevolge daarvan zijn hele verdere leven last van gehad. En Jan?

Ik vond het in elk geval een mooi verhaal waarin een leven werd beschreven van een moeilijk levend, maar sympathiek mens, waarin de vriendschap tussen Han en Jan centraal staat. 

– – – 

HJR (20-9-‘20)

J.L. Heldring, Dezer dagen. Columns in NRC Handelsblad 1991-2012 · dbnl wat een bijzondere toevoeging aan het boek van Voskuil dat ik nu aan het lezen ben. Weet niet of het me gaat lukken het uit te lezen, maar noem het voor mezelf al wel een ontdekking. dbnl.org/tekst/held004d… (19-8-‘20)

Heb uit de kringloop: J.J.Voskuil, “Requim voor een vriend”.Had er nooit van gehoord. Heel minitieus verhaald. Schrijver wilde het verhaal kennelijk nog kwijt. Herken er het leven in van mijn gewezen man, vanwege dat Haagse. En ook die tijdgeest.

– – – 

“Als je dat zo leest, zou je verdomme zelf wel eens zo’n Tour willen meerijden”, zei hij.

“Maar dan wel op gewone fietsen!”

“Natuurlijk!”

“Zonder versnellingen!”

“En met zo’n dubbele stang!”

“Regenjas en trommeltje met brood op de bagage drager”

Hij grijnsde.

“En in onze gewone kleren dan toch zeker, das om, hoed op!”

“En niet net die hele troep tegelijk weg, maar eerst rustig ontbijten!”

Hij knikte instemmend. “Dat geeft ze meteen een voorsprong en bovendien is het voor ons wat rustiger. Dan zie je ook nog wat van net landschap,

– – – 

HJR