Poëzie album

Kocht voor Rozemarijn een poëzie album. Half maart wordt ze zeven. Liep er tegen aan. Had indertijd aan Nanouschka, inmiddels 24, er ook één gegeven. Voor Loek en Renée kon ik dat toen later niet meer krijgen. Men was op vriendinnen-boekjes overgegaan. Maar nu, stonden er een paar. Deze roze vond ik prachtig. Maar,….hoe moest ik zoiets nu weer introduceren in een tijd waarin dit niet meer gewoon is? Die van Nanousch, zou die nog ergens binnen handbereik zijn? Waar kunnen ze versjes vandaan halen en plaatjes om er bij te plakken? Op internet valt er niet direct veel te vinden en evenmin in de boekhandels.

img_5951                      img_5950

Mijn eigen album te voorschijn gehaald. Het is van kort na de oorlog, hetgeen te zien is. Desalniettemin nu ik de versjes op nieuw lees en de plaatjes bekijk, hoe dierbaar toch ook weer. Er staat één iemand in die ik niet ken, misschien een opdringerig klasgenootje? Maar familie, onderwijzeressen, hulpen in onze huishouding en vriendinnetjes hebben er hun versje bij mij in geplaatst en daarmee raakte mijn album vol. Het zou best leuk geweest zijn als ik van meer een bijdrage zou hebben gehad. De tweeling Julie en Koosje, Nellie Wijsman en noem maar op. Aukje staat er in elk geval wel in en Carla en het eindigt n.b. met Mieke, die me op het laatst van ons contact zo heel erg duidelijk de rug toekeerde. Blijk Mieke overleefd te hebben, een zoete wraak?

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

HJR (7-2-’17)

——– 

PS. je kunt er natuurlijk allerlei gedichtjes in laten schrijven. Persoonlijke boodschappen ook of herinneringen aan iets gezamenlijks. Wie weet of Roos er iets moois mee doen kan.

Advertenties

Hoe ik mezelf tot steun heb leren zijn.

Dat we, als het er op aan komt, allemaal onze eigen kar moeten trekken, dat we er als ’t ons tegenzit alleen voor staan, ja, dan helpt het als je je door iets overkoepelend s kunt laten bijstaan. Dat alom tegenwoordige, ja, je moet je daar natuurlijk wel een voorstelling van kunnen maken. Het begon eigenlijk bij mij toen ik me spiegelde aan een boom, zo eentje met een hele grote kruin, een dikke stam en dan vermoede ik goed geworteld, wel is waar onzichtbaar in de grond. Daarin zag ik mij opeens ten voeten uit weerspiegeld, en zag hoe ik  kort daarvoor  me nog ergens in gedachte ophield in een miezerig stukje uiteinde van die immense kruin.

Ach, het is een metafoor, alhoewel die boom en ik allebei tot datzelfde stukje leven horen. Dit toen te ervaren, nam niemand me later weer af. Alles van jezelf kan je a.h.w. ophangen in die boom of projecteren op dat bedachte maar onzichtbare overkoepelende scherm, door mij voorzien van universele energie. Dan kan je ook nog eens je voorouders erin projecten, die mogelijk een gevoel geven van dat ze bij je zijn en wie weet van raad voorzien.

Deze manieren van kijken zijn al vaker bedacht en veel veel eerder zelfs. Niet iedereen kan dit echter op eigen kracht verzinnen en zo werden hen in arre-moede hierover verhalen verteld zodat ook deze lieden onder de panne waren als bij hen het noodlot toesloeg.

Was hier iets mis mee? Wel nee. Alleen ging men er niet altijd goed mee om. Uitwassen kwamen veelvuldig voor. Waar niet .

Op dezelfde manier werd me duidelijk dat als ik naar de ander keek, ik daar dan vooral me zelf in zag. Nog steeds trouwens. Hoe vaak ga ik er nl. niet van uit dat de ander net zo denkt als ik, evenzo vaak moet ik dan weer constateren hoe ik me vergiste. Dit te realiseren is een eerste stap. Echt te gaan leren zien wie de ander is, een volgende.

————

HJR