Mijn leven met Osama”

“Mijn leven met Osama

Opgroeien in de schaduw van terreur.

Geschreven door Jean Sasson via. interviews ws., met Najwa en Omar Bin Laden resp. eerste vrouw en 4de zoon van Osama bin Laden

– – – – – –

Wat bewoog mij om dit boek van de bibliotheek mee naar huis te nemen om dat nog wel tijdens onze Kerstdagen te willen lezen?

Ik liep er tegenaan, nam ook een boek van Jan Terlouw mee, dat in het zelfde vak stond.

Ik heb rond 1970 een paar jaar in Jeddah in Saoudie Arabië gewoond. Ik lees wel vaker boeken m.b.t. Saoedies. Bovendien heb ik toen ook een keer Osama’s oudste broer Salem de hand geschud. Wat een mooie man en wat een prachtige ogen. Ik herinner me nog hoe ik onder de indruk van hem was. Ook misschien vanwege het verhaal dat aan hem “kleefde”: vader verongelukt en hij, jonge knul plotseling aan het hoofd van zeer uitgebreide en gigantisch rijke familie. Mijn man toen had veel met het aannemersbedrijf van de bin Ladens te maken.

– – – – – – –

’t Is gek misschien, maar ik had me wel eens afgevraagd waar eventuele vrouwen en kinderen van Osama zich zouden bevinden. Dit boek over de familie van hem boeide me dan ook vanaf het begin. Zijn eerste vrouw en 4de zoon zijn erin aan het woord. Ik ben best nieuwsgierig hoe of het in dat soort gezinnen toegaat. Ze hebben het zwaar, de vrouwen en kinderen van Osama. Ze krijgen het bovendien steeds zwaarder. Het verhaal komt op mij geloofwaardig over.

Osama’s leven is al een verhaal op zich. Hem zie ik als een fenomeen. Voor altijd zal hij verbonden blijven aan de omwenteling in de wereld tengevolge van de inslagen in de Twin Towers van het World Trade Centre in New-York op 9 september 2001.

Hoe we aanvankelijk onze ogen niet konden geloven, hoe het ons allen schokte. Welk een drama voor de vele getroffenen.

Mag ik zeggen dat ik het toch wel een hele prestatie vind? Nee, want dan schaar ik me aan de kant van de terroristische groepering AlQuaida en dat doe ik helemaal niet. Tenminste….? Maar toch wel een beetje Kleinduimpje tegen de Grote Reus Amerika? Ik snap nu wel enigszins hoe dat allemaal bij Osama zich ontwikkelde. En het is de vraag in hoeverre dat omgebogen had kunnen worden. Laat me hier niet verder op in gaan, want ik begeef me dan op een veel te lastig terrein waarin ik me alleen maar kan  verstrikken.

Osama is natuurlijk een gestoorde man, een fanaticus “van hier tot ginder”, maar ik begrijp dat hij het vreselijk vindt en er erg geërgerd over is dat ze in plaats van hem en zijn “leger” te gebruiken, Amerikaanse soldaten stationeren in zijn land w.o. n.b. vrouwen. En dat het Saoedie Government met hem niet in zee wil gaan, om zijn land tegen Sadam Housein te beschermen, begrijp ik ook. Ja en dan stel ik me ook voor hoe die Amerikanen daar wel een beetje met olifantspoten door de porseleinkast van de Arabische cultuur lopen, veel te weinig in staat zich in andere volken in te leven.

Ik ben niet voor en ik ben niet tegen. Ik neem afstand. Ben begaan met de wereld en zijn mensen en hoe lastig samenleven is. Ook voor mij.

– – – – – – –

Terwijl ik hier mijn Kerst-eten bereidde,dacht ik aan Najwa. Hoe hou je je staande onder omstandigheden waarin zij continue vertoefde? Toen ze nog rijk waren werd haar al alle luxe ontzegd: geen ijskast, ventilatoren, opgesloten en afgezonderd van de wereld. Elf kinderen bracht zij ter wereld. Die moesten het zonder speelgoed doen, geen snoeperij en ook nog eens slecht eten. En dat werd van kwaad tot erger. En geen kwaad woord over haar man. Zij was totaal niet op de hoogte met wat voor activiteiten hij zich bezighield. Respect en bewondering heb ik voor zo iemand. Ik kan daar in de verste verte niet aan tippen. Niet dat ik dat zou wensen, maar die kracht die zij heeft opgebracht bewonder ik en wie ben ik om te beweren dat het achterlijke toestanden zijn, vrouwen zo te behandelen.

– – – – – – –

Blz. 254: “Ik ging naast haar zitten en we brachten er vele vredige uren door, zwijgend, of als we in een praatstemming waren, sprekend over ons leven en over hoe vreemd het was dat we in Djeddah in een paleis waren begonnen en nu op een berg in Afghanistan in een rotshut waren beland.”

Blz.256: “s Nachts was het eng op de berg. Behalve met het maanlicht moesten we ons voortbewegen bij het licht van gaslantaarns. Ik kookte nog altijd op het éénpits-brandertje, wat met zoveel hongerige monden bijna ondoenlijk was. Het meest hadden we te stellen met honger en kou. Mijn man moest veel mensen zien te voeden, maar had daar nauwelijks de middelen voor. Hoewel ik nu en dan uit pure honger wankelde, maakte ik me voornamelijk zorgen over mijn ongeboren kind en over de levendige kinderen om me heen. Nooit had ik me voorgesteld dat ik mijn kinderen zou zien huilen van de honger. Het gaf me het meest hulpeloze gevoel dat ik ooit had gekend”.

Blz. 264: “Eindelijk had mijn vader zijn eigen militaire basis. Uiteraard was er geen elektriciteit en geen water. Mijn vader weigerde de compounds te moderniseren en herhaalde nog maar eens dat zijn gezin en zijn strijders eenvoudig moesten leven. Met de stenen hutten van Tora Bora nog vers in het geheugen, klaagde niemand”.

Blz. 270:”Hij zei:‘mijn zonen moeten zijn als de vingers van mijn rechterhand. Mijn gedachten moeten jullie handelingen op dezelfde manier aansturen als mijn geest de beweging van mijn ledematen. Mijn zonen, jullie ledematen moeten op mijn gedachten reageren alsof mijn geest in jullie hoofd zit’. Met andere woorden, wij waren robots”.

Blz. 279: “het enige waar mijn vader meer van hield dan van oorlog voeren, was de islam”.

“Geregeld preekten de meest niet-inspirerende islamitische sprekers er tot onze oogleden naar beneden zakten en we zaten te knikkebollen van verveling. Onze vader voelde niet met ons mee en verwachtte dat zijn jonge zonen stil bleven zitten en enthousiast waren over de eindeloze variatie op hetzelfde thema”.

– – – – – – –

Blz. 356: Het was absoluut waar dat Osama bin Laden zijn persoonlijke leven volledig voor de buitenwereld verborgen had gehouden. Plotseling deed zich een gelegenheid voor om meer te weten te komen over de man die het recht op privacy had verloren”.

(2009)

____________________________________ _

HJR (dec.’14)

Nawoord. Toen het boek uitkwam was Osama nog niet dood. Het gezin was wel verspreid geraakt mede door de vele gevechten in het gebied waar Naiwa en Omar hun gezinsleden achterlieten. De schrijfster kon van de meesten niet achterhalen waar ze verbleven en of ze nog in leven waren.

Naiwa ging naar haar familie in Syrië. Zij zocht er haar toevlucht onder de Assad getrouwen. Onbekend hoe of het nu met haar is.

Omar trouwde, kreeg een zoon en scheidde vervolgens weer. Hij kreeg een relatie met een Engelse vrouw. Hij wilde de tegenover liggende  weg inslaan van zijn vader. Hij kreeg de Saoedische nationaliteit. Ik vermoed dat het hem op basis van zijn verleden niet makkelijk zal zijn gegaan.

——-

 

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s