mijn boeken

Ben mijn boeken aan het ordenen en het stof er tussen uit aan ’t klappen op het balkon.

Wat ’n klus.

Had een al eens een keuze gemaakt om straks mee te nemen naar het bejaardenhuis. Maar daar kom je nu niet meer in.

Ze zijn me op een bepaalde manier dierbaar.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Mijn Boeken

Een “klus”, dat zeker
Maar geen rotte
Wel één waarin ik
Een glimp opving van
Heel veel aspecten van mijn.
Zijn.

Een heel nieuw leven
Zou ik nodig hebben
Om alsnog iemand te kunnen
Worden.
Die meer af is dan mijn
Onvoltooidheid nu laat
Zien.

Zo mogen ze mee en bij me

blijven

Mijn boeken
Voor nog heel lang

kan ik met ze en
Verder.


HJR (25-4-’17)

Hoe of ’t verder gaan kan.

Video

Woongroep vervolg:

Over een Oud mede bewoonster

IMG_4814

Zo gemiddeld één keer in de maand ga ik bij haar langs. Ik ben één van de weinigen die haar nog bezoekt. Maar “ik heb dan ook wat met haar”, ook al is ze 14 jaar ouder. Ze laat me tevens al vast een stukje van mijn mogelijk voorland zien.

Gisteren middag was ik er weer. Aan het begin was het wel even van “ik weet niet of ik dit nog langer trekken kan”. Ze was boos, verontwaardigd en verdrietig tegelijk. Maar ze draaide bij.

Ook zij was indertijd met eigen verwachtingen aan het leven in onze woongroep begonnen, een jaar of zeven voor ik er kwam. Niet alleen kwam zij, zoals wij allemaal er achter hoe anders het in ’t echt is, en dan niet alleen kwa voorstellingen die we er allemaal onwillekeurig van maakten, we bleken stuk voor stuk ook heel erg van elkaar te verschillen, met onze wortels in onze eigen individuele achtergronden.

Dat is natuurlijk ook een vast gegeven en een leerzame opdracht om dan toch met elkaar er iets van te kunnen maken.

Zij had het vaak over waar ze vandaan kwam en telkens begon ze ook weer over haar vader, waar ze idolaat van was. En dan de oorlog, wat ze er allemaal niet in had meegemaakt. “Dat heb ik je geloof ik nog nooit verteld hè”? En dan stak ze weer van wal met de één of andere anekdote die we allemaal al lang van haar kenden. Ik vond dat nooit erg. Niet alleen omdat je over de oorlog b.v. nooit uitgesproken raakt, ook behoorden haar verhalen ook ten dele tot die van mij. We hadden vanuit mijn beleving nogal wat raakpunten met elkaar. Ze was ook in Saoedi-Arabië geweest, ze had veel gereisd, we hadden, zonder elkaar te kennen in dezelfde plaats gewoond, ze had net als ik ook drie kinderen en noem maar op.

Het verbaasde me wel hoe weinig kritisch zij zichzelf altijd beschouwde. Het waren de anderen die nooit luisterden, maar in hoeverre zij zelf dat dan wel deed, daar had ze weinig kijk op. Maar ik weet dat aan die andere tijd waarin zij opgroeide. Mijn generatie kreeg heel andere trends over zich heen dan de hare, o.a. m.b.t. kijken naar ons eigen aandeel in vooral lastig lopende contacten.

Ze bewandelde haar eigen pad. Wie niet. Maar zij koos voor uniciteit. Ik vond haar leuk daarin. Ze zag er ook goed en verzorgd uit. Ze kletste gezellig en was buiten de groep niet ongeliefd. Ze had ook een artistieke inslag. Haar flat was smaakvol ingericht met eigen gemaakt schilderwerk aan de wand.

Maar nu is ze aan haar woonplek in een verzorgingshuis min of meer geketend. Komt het vertrek amper nog uit en zoekt geen contact met andere bewoners. Wie denkt er nog aan haar? Waar zijn haar kinderen? Nee, ze woont niet meer bij ons. Ze kreeg een jaar of wat geleden wat hersen infarctjes, ja, en toen ging ze hier weg om niet meer echt terug te komen. Ze kalefaterden haar weer wat op en lieten haar elders opnemen. Ze had er de leeftijd per slot voor. De tijd was aangebroken vond de arts dat ze zich wel eens mocht laten verzorgen. Dat hadden ze dan wel even zonder haar beslist. Daar zat ze dan. Het “overkwam” haar zegt ze vaak. Ze wil er weg, maar hoe? Haar flat hier bij ons die staat er nog. Ze is nog steeds lid van onze woongroep. Ze betaalt er voor. Maar niemand die het nog ziet zitten met haar weer terug in ons midden. Zelf denkt ze van alles nog te kunnen, maar wij weten wel beter.

Ze worstelt, zonder ooit nog boven te kunnen komen.

Haar lot? Ook het onze.

——-

HJR (24-4-’17)

vandaag kwam de verhuiswagen. Ze had het er wel over gehad, dat ze dinsdag zou verhuizen, ze klonk ook erg gedecideerd daarover. Maar gisteren ging voorbij zonder dat ze kwam. Bleek vandaag dus. Nou, ik schrok er wel van. Wat nu, hoe nu? Haar dochter liep achter haar aan.

Alle spullen werden in de flat gezet. Zijzelf ging met dochter mee. Eerst naar de flat, vervolgens mee naar huis. Er was een begeleidster bij. Leek me een beroepskracht. Ze zouden gaan zien hoe of het gaat.

Ik denk van daaruit naar een noodopvang en dan voor altijd in een nieuw  verzorgingshuis wat evenmin bevalt.

Gaan we niet meer over. Wel benieuwd.


HJR (26-4-’17)

Gisteren aan het eind van de middag werd ze door haar zoon hier afgezet. 4x per dag thuiszorg gaat ze krijgen. Ze is nu weer mede bewoonster dus. We gaan het meemaken. Voor haar power heb ik wel enige waardering, maar ze legt wel veel op een andermans bord. Niet meer sympathiek te noemen.

HJR (16-5-’17)

Ze riep iets van boven. Was aan komen rijden op de fiets. Ik keek omhoog en zag haar staan. “Hallo”, riep ik. “Maar ik kom niet naar je toe”. Het werd ons afgeraden om contact met haar te hebben. “Hoe is het met je”? Vroeg ze nog. “Oh goed hoor” en liep van haar weg, richting voordeur. Ik kon het niet opbrengen om naar haar toe te gaan, de tegenzin is me te groot.

Maar voel me er ellendig onder. Maar ik weet, ik kan het gewoon niet aan. Ik ga lelijke dingen tegen haár zeggen en ruzie met haar krijgen. Het grenst aan onmenselijkheid. Helaas. Hoop dat een dergelijke situatie mij straks gespaard zal blijven. Ik vind het heel erg vernederend.

16-5-’17

 

Woongroep

Woongroep

Zit hier in een woongroep voor ouderen. Naar tevredenheid. Het aantal mensen ligt tussen de dertig en veertig. Er gaat wel eens iemand weg, en ook soms dood. Het zijn voor mij de gesprekjes in de wandelgangen met deze of gene, die me goed doen. Met een paar ga ik wat geregelder om. Verder hebben we onze eigen bedoening zoals dat in elk flatgebouw het geval is. Maar we kennen elkaar uiteraard van naam en vaak zelfs een beetje meer.
Als ik de mensen had mogen uitkiezen, had ik mogelijk een andere selectie toegepast. Er is ook veel verschil tussen de woongroepen, kwa gebouw, ligging en de woonplek zelf. het kan altijd beter en mooier, waar niet. Ik ben hoe dan ook tevreden. Er zijn veel andere plekken op de wereld die me heel wat onaantrekkelijker lijken. Ik vind dan ook dat ik geboft heb met deze woonplek in deze waarschijnlijk één na laatste fase van mijn leven.

Het ontstaan van deze manier van bij elkaar gaan wonen heeft m.i. meegelift met een destijds in de samenleving nieuw heersend idee over hoe anders, zo niet beter met elkaar te kunnen leven. Communes ontstonden tijdens de flowerpower en erna. Ik liet me indertijd al kort na de oorlog inspireren door verhalen over Kibboetsen in Israël. Wat me daarin nu zo aantrok, kan ik me niet goed herinneren. Op “kabouterkamp” vroeger had ik al last van heimwee, telde de dagen af dat ik weer naar huis kon. Ik was in wezen helemaal niet zo een kind dat van allerlei gemeenschappelijke acties genoot. En aan het leven in die kibboetsen blijkt ook nog wel het nodige op af te dingen, begreep ik later. Maar toch, ik blijk wel een “mensen mens”. Wat hen beweegt in welke verbanden ook, het boeit me. Hetzelfde geldt voor het individu.

Maar makkelijk is anders. Ieder verschilt van de ander kwa achtergrond, interesses, capaciteiten, eigenaardigheden en noem maar op. Over een woongroep hebben we allemaal andere ideeën, zeker als je er net bent komen wonen. Verwachtingen hieromtrent komen dikwijls niet uit. Het duurt een tijdje voordat de realiteit doordringt, waarna je pas kan beoordelen of je je er nog in vinden kunt. Zo niet, dan kan je weggaan, je terugtrekken of voor lief nemen wat het biedt.

Er zijn nogal wat woongroepen in Amersfoort, maar ook overal elders in den lande. Ze zijn verschillend. Voor de ouder wordende mens kan ik het persoonlijk zeker aanraden om er op zijn minst nota van te nemen. Maar wacht er niét te lang mee, want ben je te oud, dan zien ze je er niet graag meer komen wonen.

———

HJR (5-4-’17)

N.B: Zie ter oriëntatie op:

http://www.lvgo.nl  (landelijke vereniging gemeenschappelijk wonen van ouderen).

en vervolgens alphabetisch klikken op woonplaats.

Poëzie album

Kocht voor Rozemarijn een poëzie album. Half maart wordt ze zeven. Liep er tegen aan. Had indertijd aan Nanouschka, inmiddels 24, er ook één gegeven. Voor Loek en Renée kon ik dat toen later niet meer krijgen. Men was op vriendinnen-boekjes overgegaan. Maar nu, stonden er een paar. Deze roze vond ik prachtig. Maar,….hoe moest ik zoiets nu weer introduceren in een tijd waarin dit niet meer gewoon is? Die van Nanousch, zou die nog ergens binnen handbereik zijn? Waar kunnen ze versjes vandaan halen en plaatjes om er bij te plakken? Op internet valt er niet direct veel te vinden en evenmin in de boekhandels.

img_5951                      img_5950

Mijn eigen album te voorschijn gehaald. Het is van kort na de oorlog, hetgeen te zien is. Desalniettemin nu ik de versjes op nieuw lees en de plaatjes bekijk, hoe dierbaar toch ook weer. Er staat één iemand in die ik niet ken, misschien een opdringerig klasgenootje? Maar familie, onderwijzeressen, hulpen in onze huishouding en vriendinnetjes hebben er hun versje bij mij in geplaatst en daarmee raakte mijn album vol. Het zou best leuk geweest zijn als ik van meer een bijdrage zou hebben gehad. De tweeling Julie en Koosje, Nellie Wijsman en noem maar op. Aukje staat er in elk geval wel in en Carla en het eindigt n.b. met Mieke, die me op het laatst van ons contact zo heel erg duidelijk de rug toekeerde. Blijk Mieke overleefd te hebben, een zoete wraak?

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

HJR (7-2-’17)

——– 

PS. je kunt er natuurlijk allerlei gedichtjes in laten schrijven. Persoonlijke boodschappen ook of herinneringen aan iets gezamenlijks. Wie weet of Roos er iets moois mee doen kan.

Kerst en zo – (’16/’17)

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Het is voorbij, kan weer op adem komen. Ach, het is goed verlopen hoor. Alle drie de kinderen lieten van zich horen. En mede dankzij “Selma” werd het bijzonder.

Dat vele eten, waar het toch bij velen kennelijk om draait, daar doe ik niet meer zo aan mee. En ik wil ook niet zo veel drukte. Genoot van mijn spruitjes, biefstuk, aardappel gratin en zelfgemaakte appelmoes. Ik wil ook vooral die dagen in mijn eigen sfeertje zijn.

Maar ik koester die dagen wel. Ging, net als vorig jaar op kerstavond naar de kerk in de stad, ook nu weer een vorm van “thuiskomen”.  Ik zoek in de stilte naar mijn essentie van ons aller gezamenlijk bestaan. Denk terug aan hoe of het vroeger ging bij ons en later ook  in mijn eigen gezin gedurende al die jaren dat ik Kerst meemaakte in mijn leven.
Het mooiste toen was ooit het zingen in één van de oude gebouwen in het Apsaz. (Algemeen, provinciaal, stads en academisch ziekenhuis), ’s morgens, nog in het donker. Zoiets had ik nooit eerder gehoord en ervaren, heel mooi zoals dat klonk. Ik zou dat ook nooit meer zo meemaken, maar in mijn herinnering draag ik het bij me. Net zo als die keer dat ik met dochterlief ’s avonds naar de kerk was geweest en we later een lekke band bleken te hebben en dat we toen door een Turkse man geholpen werden en dat vervolgens Thijs bij thuiskomst op eigen initiatief voor een gezellige dis had gezorgd, hij die Kerst tot de “verplichte feestjes” rekende.
Ik vind het sowieso een lastig feest, omdat er zo veel verwachtingen om heen hangen en dat het ondoenlijk is om daar aan te voldoen, zodat er juist die dagen ook veel teleurstellingen om de hoek komen kijken.

Met Kerst wil ik allereerst met mijn familie zijn. Met hen wil ik iets essentieels van ons bestaan beleven. Is het niet bij elkaar, dan in elk geval in gedachten. Vandaar dat ik blij was met dat telefoontje van mijn dochter op het laatst nog gistermiddag. Had er niet meer op gerekend. De jongste had vanuit Engeland de dag er voor gebeld. Hij vertelde hoe de Christmas Stockings daar de gemoederen die dagen bezig blijven houden. Snap niet hoe precies dat werkt. De oudste kwam met zijn gezin gistermiddag een paar uurtjes bij mij door brengen: kaarsjes aan, het balkon verlicht, tulband, pot au feu, kaasjes met stokbrood en een lekker glaasje wijn natuurlijk. En voor de meiden had ik “Wiplala” opgenomen. Kenden ze niet.
En “Selma” dus. Ach wat een leven toch ook weer. Is goed om me zo nu en dan te realiseren hoe anders het elders ook toe kan gaan.

HJR (27-12-’16)

Tussen Kerst en Oud en Nieuw hadden we de eindejaarsmaaltijd in de woongroep en op Oude jaar ’s middags oliebollen en appelbeignets. Kwamen uit Spakenburg van bakkerij Hartog. ’s Avonds om twaalf uur even naar beneden. De 2-de jan. kwam Roosje bij me voor twee nachtjes. Met Roos naar het theater: “onbekend land”. Veel ouders en grootouders met kinderen. Apart stuk. Bij Roos sloeg het wel aan. Niek had haar gebracht, ik bracht haar met de trein weer terug. Ze is een heerlijk kind en zat dit keer goed “in haar vel”. In Zutphen met elkaar nog wat gedronken. Chris lag er ziek thuis. Hou mijn hart vast, m.b.t. hem.

Martijn zocht met zijn gezin begin januari Jeroen op in Londen.

en nu maar afwachten wat dit nieuwe jaar voor ons weer in petto zal hebben.

——-

Ter nagedachtenis

Heimen,

Eigenlijk heb ik niet het recht om over hem te schrijven. Hij is per slot “only the brother of my ex”. Gisteren kreeg ik een mail waarin stond dat hij dood was. Eind november al. ’s Avonds werd mij nog verteld dat hij levenloos gevonden was in zijn stoel. Uitgezaaide kanker en veel pijn had hij gehad. Zijn leven trekt nu aan mij voorbij met wat ik van hem weet en me herinner.

Hij trouwde nooit. Of hij relaties had? Hij was wel geestig. Eén van een tweeling, met z’n zus tussen twee broertjes in. Kwam op de wereld zonder zijn rechter hand. Gehandicapt dus? Hij kon met z’n stomp anders rake klappen uitdelen, weet ik van mijn ex.

Hij bewees zich als jonge jongen door met die éne hand van hem, een schip en ook een koets in twee flessen te bouwen. Die gingen later naar zijn zuster waardoor deze prestatie niet vergeten werd.

Afgestudeerd biochemicus, ’n intelligente jongen dus. Hij ging ons voor naar Nigeria. Hij werkte er bij Heineken in Apapa. Vanuit Ikeja hebben wij zijn woonplek nog wel bezocht. Hij zelf was toen al weg. Hij had er veel werk van zijn tuin gemaakt. We namen er een ananas uit mee. Of we die toen vervolgens naar zijn zuster brachten weet ik niet meer, maar namen wel een ananas voor haar mee.

Als hij dan vertrekt, naar hoe ver ook hier vandaan, ik verwachtte niet dat hij nooit meer terug zou komen. Hij berichtte van zijn huisje en zijn tuin aan de Rosalie ergens in Australië. Hij schreef ook over waar hij verder nog mee bezig was. Echt aan een baan kwam hij niet meer. Hij stuurde onze kinderen goed ingepakte mooie schelpen en naar mijn jongste ook nog een tijdje postzegels. Er kwam geen echt contact tussen hen en hem tot stand. En toen werd hij door hen in elk geval vergeten, om bij mij als b.v. Australië in het nieuws kwam, met branden of zo, even weer in mijn gedachten te belanden. Dan dacht ik onder andere ook hoe zijn moeder die, toen hij al weg was en zij bij ons op bezoek in Jeddah, aan hem moest denken toen zij in de tuin van het Kandara restaurant een man in zijn eentje aan een tafeltje zag zitten. Hoe zij hoopte dat Heimen niet ook zo alleen zou zijn, zo als die man voor haar leek. Dit had ik Heimen altijd nog eens willen laten weten. Maar ja, daar kwam het nooit van.

Een paar keer schreef ik hem een kort briefje. Hij antwoordde altijd, maar ’t waren “dooddoeners”.

Nu gaan we binnenkort allemaal die kant op. Dat laatste stukje lijkt me best cruciaal. Hoe je op een gegeven moment aan je eind komt. Van Heimen weten we dat nu een beetje, maar helemaal echt toch niet. Ik stel me het wel een beetje dramatisch voor en ben daar wat verdrietig onder.

Dat hij niet gekregen heeft waarna hij mogelijk in zijn leven op zoek was. Maar ik neem aan dat hij veel anders van waarde zeker wel zal hebben meegemaakt.

HJR (22-12-’16) Hanneke

Moet ik nu alle fotootjes van Heimen gaan verzamelen? Ik zou er toe geneigd zijn, maar doe dat toch maar niet.

Hope to meet him in heaven, may be for a better chat        

                                                                                                            .img_5850Schelpen uit Australië van Heimen

 

Élite

Wat de élite aangaat.

Hoe ik toen zo ver van huis had kunnen komen weet ik niet meer. We liepen te wandelen door een villawijk en passeerden een huis op een heuvel met een aan de straatkant achter een hoog hek in de diepte gelegen tennisbaan. Een jongen en een meisje waren er aan het spelen. Ik vond dat toen het toppunt van rijk zijn. Het meisje had lang blond haar en droeg een gele trui, de jonge had bruin haar en had een donker blauwe trui. Wat leek het me heerlijk om daar te mogen wonen. Het beeld van die twee heeft me nog een tijd lang vergezeld en met die jongen wilde ik heel graag bevriend raken.
Nee, ik heb ze nooit meer terug gezien. Kwam nog wel later eens langs het huis, met de auto waarschijnlijk of misschien zelfs met de fiets, maar nooit meer lopend. De tennisbaan bleef onbespeeld.
Mogelijk waren we met de “kabouters” op stap geweest. Dat was de padvinderij voor meisjes toen van de lagere school leeftijd. Voor jongens had je de “welpen”. Ik liep er namelijk in een klein groepje anderen, mogelijk met mijn “volkje” de Nixjes.

Zelf behoorde ik niet tot die élite zo mogen inmiddels duidelijk zijn, alhoewel ik geen enkele reden tot klagen had omtrent mijn woonomstandigheid van toen. En,…ik deed dat dan ook helemaal niet. In ons dorp troffen we de rijkeren wel en later zat ik met kinderen uit die kringen op school. Ik had er niet echt mijn vriendinnen tussen, maar ik kwam af en toe wel bij hen in huis. Ja, het woonde er anders, namelijk ruimer, fraaier en luxer. Het ademde een sfeer uit die me beviel, rust, zekerheid, stijl etc. Zo wilde ik later zelf ook  wonen, dacht ik toen. En dat is het waarschijnlijk, het geeft een doel, een richting aan die je in het leven op zou kunnen.
Want inderdaad, ik kwam in luxere omstandigheden terecht. Inmiddels weet ik dat je daarmee nog geen geluk koopt. En het is dan ook de vraag hoe zinnig het is om zo de materie alleen te laten bepalen wat zinvol is om na te streven in het leven.
Echt jaloers ben ik in elk geval nooit geweest, iets wat ik bij anderen wel vaak merk. Ze geven dan zo af op lui met veel geld. Ik kan me daar slecht in verplaatsen. Ik vind het juist goed dat er verschillende manieren van leven zijn. Zeker als er van onderlinge mobiliteit sprake is en niet zoals dat in India is met het “kaste systeem”. Ik vind jaloezie in elk geval een verkeerde houding. Men zou zich daar van moeten ontdoen. Mogelijk heeft men dat bij zichzelf echter niet eens door.
Die gegoeden, de jet-set noemt men ze nu, ze leven anders. Hun manier van praten, gedrag en gewoontes zijn wat meer als het ware ingestudeerd. Ik vind dat op zich wel knap. Ze voeren met elkaar a.h.w. een “act” op en kunnen onwillekeurig daarmee een voorbeeld functie hebben. In het studente corps maak je je onwillekeurig nogal wat sociale vaardigheden eigen. Zie Pieter van Vollenhoven en Mabel Wisse Smit, hoe zij zich als gewone burger lui zich toch betrekkelijk moeiteloos in onze koninklijke kring konden nestelen, met zelfs nog enkele anderen er aan toegevoegd. En zo zijn er een aantal lieden die, ook op internationaal niveau ons min of meer  kunnen vertegenwoordigen.
Daar komt dan soms wel decadentie om de hoek kijken. Dat is nl. als slechts de buitenkant wordt gekopieerd en niet a.h.w. de adel van de ziel.
Toch vraag ik me af of de rijken van nu nog wel zo zichtbaar zijn als vroeger. Hebben ze nog een staf van personeel? Het “upstairs, downstairs”,bestaat dat nog? Hoe worden bij hun de huishoudens nu gedaan? Jort en Ivo maken wel reportages over hen, maar hoe of er wordt schoongemaakt e.d., hoor ik ze eigenlijk niet.
Nog steeds staan die huizen in de villa wijken. Bezocht er vorig jaar nog een oud klasgenoot. Een heel leuk bezoekje, maar of ik nu zou willen ruilen? Nee, niet een leven wat me nu nog trekt.
—–
Maar, er is plotsklaps een andere groep mensen aan het woord élite gekoppeld. Welke is mij nog niet helemaal duidelijk. Toen ik hier naar vroeg, kreeg ik als antwoord: “alles wat niet als een blinde kip achter een populist aan loopt”. In dat geval leek me “autonomen” een geschiktere benaming. Ook “de politiek correcte” worden  er geloof ik mee aangeduid, maar die kan ik dan weer niet tot de autonomen rekenen.

Hoe dan ook “ik haak hier af”, of ik nu te oud ben of niet, maar zodra ik tegenwoordig het woord élite hoor, zet ik mijn luisterknop uit. Te veel onduidelijkheid kan ik niet aan en gekissebis erover nog minder. HJR.

Vanwege Jacques

Versie 2

Versie 2

jac-1  jac-2   jac-3   jac-4   jac-5   jac-6   jac-7  jac-8  jac-9  jac-10  jac-11  jac-12   jac-13    jac-14    jac-15   jac-16      jac-17  jac-18  jac-19  jac-20

Zo bezig zijnd geweest met die brieven van Jacques was ik even terug in mijn tijd. Het speelde zich af rond de jaarwisseling 1960/1961, nou ja van 1/2 dec tot begin februari. Ik herinner me nog hoe ik daar toen liep in Groningen. ’s Avonds was het en donker. Ik geloof niet dat ik huilde, maar ik was wel heel erg geschokt. Jacques had het uit gemaakt. Ik snapte wel waarom. Tenminste,…. ik was jaloers geweest. We kwamen de bioscoop uit. Geen idee meer welke film. Jacques zag een studie genote en praatte met haar. Daar was ik nijdig over en had dat laten blijken. Als herinnering had ik nog wel van hem een tijdlang een groen glazen salamandertje tussen mijn boeken in de kast staan. De staart brak er op een gegeven moment van af. Toen gooide ik het maar weg. Hij had dat uit Antwerpen voor me meegenomen. Voor hem bracht ik toen later uit Oostenrijk een dikke grote kaars mee. Zulke kaarsen had ik bewust eigenlijk nog nooit eerder gezien. Voor hem als regelmatig kerkbezoeker in zijn katholieke jeugd zal het minder bijzonder zijn geweest. Maar hij had zich er wel blij mee getoond. Toen hij het had uitgemaakt moest die kaars heel snel opgebrand worden. Hij wilde me weer uit zijn leven, hoe eerder hoe liever. Tja.

fullsizeoutput_2140

jac-13


jac-20
Al met al heeft de affaire dus hooguit anderhalve maand geduurd en in die tijd waren we het grootste gedeelte ervan niet in elkaars gezelschap geweest. Het speelde zich ook voornamelijk af in het hoofd van Jacques en het waren zijn gevoelens die hij op mij projecteerden. Maar, ik vond hem wel leuk, ook al had ik er een hard hoofd in of ik, vrijbuiterig als ik was, in die streng katholieke familie wel zou passen. Wist toen natuurlijk nog niet dat er ontkerkelijking stond aan te komen. Maar los daarvan had Jacques zich een beeld van mij gevormd, waar ik met geen mogelijkheid aan zou hebben kunnen voldoen. Toen ik op wintersport was schreef hij me iedere dag. Hij herhaalde zich nogal, maar wist dat wel in steeds weer verschillende bewoordingen te doen. De brieven ademen ook de sfeer van toen.

Zoals ik al schreef, hij overkwam mij, inclusief dat abrupte einde. De herinnering aan die episode bleef voor de rest van mijn leven bestaan. Ach, niet van minuut tot minuut, maar als algemene impressie. Eén keer kwam hij nog met anderen mee, op mijn kamer. Dat was toen Hannie Zijlstra, de vriendin van Jan, zijn broer, tijdelijk mijn étage ging bewonen toen ik voor een tijdje naar Engeland ging. Jacques en ik keken elkaar toen alleen maar aan. We hebben geen woord meer met elkaar gewisseld. Daarna zag ik hem nooit meer. Over hem praten deed ik evenmin, op die ene keer na misschien toen op die zomerse dag in de tuin bij Gon in 2002/3? Toen hoorde ik iets van hoe of het verder met hem was gegaan. Hij werd in Roosendaal leraar Frans. Niemand die ooit geweten heeft hoe jammer ik het gevonden heb dat het toen uit ging.

Nu terugdenkend aan die tijd, is het alsof er een grauwsluier over hing. Er was nog geen welvaart. We wisten niet beter, ik zeker niet. Het buurtje waar Jacques in een huis woonde met die andere jongens, Paul, Henk en die Chinese jongen, Bong genaamd en met zijn broer Jan, was in mijn herinnering een weinig florissante plek. Jacques kamer staat me nog bij: een bureau, een stoel er voor, een fauteuil, zoals hij die noemde met een raam erachter met uitzicht op ’t één of andere diep en dan nog een bed, vlakbij de deur. Kortom voor mij bijzonder. Hoe vaak ik daar geweest ben? Ik weet het eigenlijk niet. De franse sfeer vierde voor mij hoogtij in die dagen, het existentialisme, met de in het zwart geklede Juliette Créco en de franse liedjes, met Guy Béart als mijn geliefde zanger. In mijn verbeelding vond ik daar bij Jacques wat van terug. Het mocht ook somber zijn en grauw.

Aan de andere kant op een keer op een zondagmiddag ging ik mee naar zijn tante die in Haren woonde of Helpman. Daar heerste een soort van zoete instuif met veel jongelui. Er werden spelletjes gedaan. Heel leuk. Mij lukte het later niet zo een sfeer te creëeren, ik kwam dan ook niet uit het vrolijke katholieke zuiden.
Ik heb aan hun huis ook nog een jongen “geleverd”, Sietse geloof ik dat hij heette. Die had ik in het ziekenhuis leren kennen, waar hij een studenten baantje had. En dan was er Ron, van collega Gon, die er naast woonde en waar zo nu en dan de feestjes werden gehouden.
Ik kende ze via Aukje. Ik hoorde er niet echt bij, maar wilde dat wel. Ik moest nog groeien, nog iemand worden. Ik “schuurde” me even aan hen, waarna ik mijn ontdekkingstocht verder elders vervolgde.
Ron en Gon zag ik door de jaren heen nog wel. Van hun dood werd ik pas later verwittigd. Jenny, een vriendinnetje van Paul is overleden en verder weet ik het niet. Mieke en Evert Wim…? Alleen Jany zie ik af en toe nog. Ga soms even bij haar langs vanwege Aukje, die in haar uppy nu in Florida is beland.

Het is best gek dat nu ik dit zo opschreef er verdriet naar boven komt. Ik heb geen flauw idee waarom.

——-
HJR (29-11-’16)

Nawoord. Bedenk me dat het misschien komt doordat we nu allemaal één voor één gaan sterven. Dat we afscheid moeten gaan nemen van het leven.
Doordat we toen ook nog niet konden weten, dat wat we verwachtten en/of hoopten, in de realiteit er heel anders eruit zou gaan zien. De zwaarte van het echte leven konden we nog niet kennen. Teleurstellingen alom. Natuurlijk het werd fraai, we kregen mooie kleren, fraaie huizen, maakten leuke reizen, kortom we werden en masse welvarend, de meesten van ons kregen kinderen. Maar elkaar raakten we wel kwijt, zo we elkaar ooit al toe behoorden. Toch bleef men uit het “Griffestraatje”, elkaar wel zien, zoals ik heb begrepen en ook de “zusters” hadden soms een reünie. Van dat laatste maakte ik er een paar van mee.
De warmte bij elkaar, wie heeft het kunnen vinden, al of niet met “water bij de wijn”? Kwamen er misschien toch wel een aantal van een “kouwe kermis” terug. We hebben leren accepteren, we kwamen erachter waar het in het leven om te doen was nl. “Ervaring op doen”. Toen liep ik nog met mijn kop in de wind en mijn lichaam alle kanten opspringend. Ik hoorde er niet bij, ik hoorde nergens bij waar ik toen was. Ik moest mezelf in het leven nog zó ontdekken.

Voor het eerst hier in de woongroep geloof ik dat ik op mijn plek ben. Wel denk ik met enige heimwee terug aan de tijd van toen. Omdat we nog zo met elkaar als het ware in het ongerepte leefden, de tweede wereld oorlog lag achter ons, de wereld met zijn vele mogelijkheden toen voor ons. In de verste verte konden we niet vermoeden dat we er met ons allen zo een puinhoop van zouden gaan maken. Tenminste daar lijkt het wel op te zullen uitdraaien met die opwarmende en inmiddels behoorlijk vervuilde aarde en vooral met al die mensen die niet met elkaar uit de voeten kunnen. Het beroerde is dat we als mensheid zo verdeeld zijn, zelfs hiér in Europa, laat staan met de andere volken erbij gerekend, waardoor er geen of nauwelijks overeenstemming wordt bereikt over hoe onze handen in één te slaan om de juiste maatregelen te kunnen treffen. En hetzelfde geldt in het klein in de gezinnen, de families, de kleine woongemeenschappen. Neemt niet weg dat ik voor mezelf geen echte reden tot klagen heb, maar net als Jan Terlouw in DWDD laatst, gun ik onze kinderen en kleinkinderen dat zij het ook, net als wij het naar hun zin in het leven kunnen hebben.

Ik denk dat door dit me, alles bij elkaar, een ogenblik te realiseren, dat dat het was wat me eerder ontroerde.

2-12-’16

HJR